Operation Manual

CS250/CS240/CS231 4-51
Beheerdersprogramma
4
Items die kunnen worden opgegeven wanneer toepassingen worden bewerkt
U kunt instellingen voor de volgende items opgeven wanneer u toepassingen bewerkt.
Application Setting
Server Setting
Item Omschrijving
No. Toont het registratienummer van de geselecteerde toepassing.
Application Name Geef de naam op van de toepassing (tot 16 tekens).
Item Omschrijving
Host Address Geef het hostadres op voor de server die de toepassing registreert (tot 15 tekens).
File Path Voer het bestandspad voor de toepassing in (tot 96 tekens).
User ID Voer de gebruikers-ID in voor het aanmelden op de server (tot 47 tekens).
Password Voer het wachtwoord in voor het aanmelden op de server (tot 31 tekens).
anonymous Selecteer of anonymous moet worden gebruikt.
PASV Mode Selecteer of de PASV-modus al dan niet wordt gebruikt.
Proxy Selecteer of u al dan niet een proxyserver wilt gebruiken.
Port No. Voer het poortnummer in dat moet worden gebruikt. (Bereik: 1 tot 65535)