Operation Manual

4
Beheerdersprogramma
4-48 CS250/CS240/CS231
Een nieuwe toepassing registreren
Wanneer u een toepassing registreert, kunnen de instellingen voor het volgende worden opgegeven.
Geef daarnaast instellingen op voor de aangepaste items.
Geef details op voor het volgende voor de functieknop.
Item Omschrijving
No. Toont het registratienummer van de geselecteerde toepassing.
Application Name Geef de naam op van de toepassing (tot 16 tekens).
Host Address Geef het hostadres op voor de server die de toepassing registreert (tot 15 tekens).
File Path Voer het bestandspad voor de toepassing in (tot 96 tekens).
User ID Voer de gebruikers-ID in voor het aanmelden op de server (tot 47 tekens).
Password Voer het wachtwoord in voor het aanmelden op de server (tot 31 tekens).
anonymous Selecteer of anonymous moet worden gebruikt.
PASV Mode Selecteer of de PASV-modus al dan niet wordt gebruikt.
Proxy Selecteer of u al dan niet een proxyserver wilt gebruiken.
Port No. Voer het poortnummer in dat moet worden gebruikt. (Bereik: 1 tot 65535)
Item Omschrijving
Custom Item List Wanneer een sjabloon wordt geselecteerd, worden de aangepaste items, de knop-
naam en de standaardwaarden weergegeven. Om instellingen toe te voegen of te
wijzigen, klikt u op de knop [Edit].
Item Omschrijving
No. Toont het nummer van het geselecteerde item.
Knopnaam Geef de naam op van de knop (tot 16 tekens).
Functienaam ID/ Name/ Password/ Authentication/ DelaySendDateTime/ BillingCode1/
BillingCode2/ CoverSheet/ Subject/ GeneralFaxNumber/ GeneralVoiceNumber/
PersonalFaxNumber/ PersonalVoiceNumber/ DocumentPassword/ HoldForPre-
view/ Delivery
Message on Panel Voer de naam in die op het multifunctionele scherm voor randapparaten verschijnt
(tot 32 tekens).
Display Method Selecteer de weergavemethode uit de volgende opties.
Enable/Enable Function (MFP Panel Input Required)/Disable/Do Not Display
Default value Voer de standaardwaarde in. Om de standaardwaarde te verbergen, schakelt u het
selectievakje "Input string shown as ****" in. De tekens die kunnen worden inge-
voerd, verschillen afhankelijk van de geselecteerde functie.
Keyboard Type Selecteer "ASCII" of "Device Dependent" als het toetsenbordtype.
Options (wanneer
"Authentication" is
geselecteerd)
Selecteer "None" of "Password".
Options (wanneer "Delivery" is
geselecteerd)
Selecteer "Normal", "Secure", "Certified" of "Secure Certified".
Options (wanneer "Hold For
Preview" is geselecteerd)
Selecteer "Yes" of "No".
Input Type (wanneer "Delay-
SendDataTime" is geselec-
teerd)
Selecteer "Year/Month/Day/Hour/Minute".
Default (wanneer
"DelaySendDataTime" is
geselecteerd)
Selecteer "Device Time" of "Not Specify".