Océ Gebruikershandleiding Océ CS250/CS240/CS231 Netwerkfaxbewerkingen
Océ-Technologies B.V. Océ-Technologies B.V. Copyright ¤ 2007, Océ-Technologies B.V. Venlo, Nederland. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden gereproduceerd, gekopieerd, aangepast of overgedragen in wat voor vorm of op wat voor manier dan ook zonder schriftelijke toestemming van Océ. Océ-Technologies B.V. geeft geen volledigheidsverklaring of garanties met betrekking tot de inhoud van deze Help. Océ-Technologies B.V.
Handelsmerken Handelsmerken Océ, Océ CS250/CS240/CS231, Océ CS250/CS240/CS231-printer, Océ Doc Exec£, Océ Image Logic£, Océ Scan Logic£, Océ Power Logic£, Océ Print Exec£ en Océ Remote Logic£ zijn geregistreerde handelsmerken van Océ-Technologies B.V. Adobe£ en PostScript£ 3¥ geregistreerde handelsmerken van Adobe£ Systems Incorporated. Macintosh£ is een geregistreerd handelsmerk van Apple£ Computer, Inc.
Handelsmerken
Inhoudsopgave 1 Inleiding Handelsmerken ................................................................................................................................. 1-3 Copyright........................................................................................................................................... 1-3 2 1.1 1.2 Aanvullende kennisgeving voor gebruiker.................................................................................... Beschikbare functies ..........................
3 4 Verzending 3.1 Algemene faxbediening (internetfax) ............................................................................................. 3-3 Een internetfax verzenden ................................................................................................................. 3-3 3.2 Algemene faxbediening (IP-adresfax)............................................................................................ 3-7 Een IP-adresfax verzenden.................................................
5 6 Problemen oplossen 5.1 5.2 5.3 5.4 Fax kan niet worden verzonden (internetfax) ............................................................................... Fax kan niet worden verzonden (IP-adresfax) .............................................................................. Fax kan niet worden ontvangen..................................................................................................... Foutberichten...............................................................................
9 10 Registreren/instellingen 9.1 Het faxregistratiescherm weergeven............................................................................................. 9-3 Faxregistratiescherm weergeven....................................................................................................... 9-3 9.2 Het adresboek registreren.............................................................................................................. 9-4 Het e-mailadres registreren in het adresboek ..............
10.3 10.4 10.5 10.6 10.7 10.8 10.9 10.10 10.11 10.12 10.13 10.14 10.15 10.16 10.17 10.18 10.19 10.20 10.21 10.22 10.23 10.24 10.25 10.26 10.27 10.28 10.29 11 Handmatige adresinvoer ............................................................................................................... Fax TX verbieden........................................................................................................................... Persoonlijke info verbergen.................................................
12 13 11.9 Snelkieslijst (Adresboekbestemmingen) ................................................................................... 11-16 Conventies van snelkieslijst........................................................................................................... 11-16 Snelkieslijst afdrukken ................................................................................................................... 11-16 11.10 Groepadreslijst...........................................................
1 Inleiding
Inleiding 1 1 Inleiding Gefeliciteerd met de aankoop van dit apparaat. Deze gebruiksaanwijzing bevat de gebruiksprocedures en maatregelen bij het gebruik van netwerkfaxfuncties (Internetfax/IP-adresfax). Lees deze gebruiksaanwijzing goed door. Sla vervolgens de Gebruiksaanwijzing op in betreffende map, zodat u deze gemakkelijk kunt raadplegen om de internetfax- en IP-adresfaxfuncties optimaal te gebruiken.
Inleiding 1 1.1 Aanvullende kennisgeving voor gebruiker Het faxapparaat is goedgekeurd in overeenstemming met de Richtlijn 1999/5/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de aansluiting van een enkele terminal op openbare geschakelde telefoonnetwerken (PSTN’s). Vanwege verschillen tussen PSTN’s in verschillende landen, biedt deze goedkeuring niet per definitie een onvoorwaardelijke verzekering van een probleemloze werking op elk PSTN-netwerkterminalpunt.
Inleiding 1.2 1 Beschikbare functies In deze handleiding worden de netwerkfaxfuncties behandeld. De volgende pictogrammen geven aan of de functies betrekking hebben op internetfax of IP-adresfax. Pictogram Beschrijving Heeft betrekking op internetfax Heeft betrekking op IP-adresfax Controleren of het origineel is gescand of niet U kunt zorgen dat een stempel op het origineel wordt geplaatst ten teken dat het is gescand.
Inleiding 1 Formaat scangebied opgeven op origineel U kunt het formaat van het scangebied opgeven alvorens u een fax verzendt. Dit is handig wanneer u slechts een gedeelte van het origineel wilt faxen. Voor bijzonderheden, zie "Een fax verzenden met het opgegeven scangebied voor het origineel (Scanformaat)" op pagina 7-16.
Inleiding 1 Lang origineel verzenden U kunt originelen van meer dan 432 mm (17 inch) lang verzenden. Voor bijzonderheden, zie "Een lang origineel verzenden (Lang origineel)" op pagina 7-29. Originelen van twee pagina's naast elkaar verzenden Bij verzending van een boek of catalogus kunt u de linker- en rechter pagina opsplitsen en verzenden als enkele pagina's. Voor bijzonderheden, zie "Originelen met dubbele pagina's pagina voor pagina verzenden van rechts naar links (Boek scannen)" op pagina 7-13.
Inleiding 1 Densiteit van de achtergrond aanpassen alvorens te verzenden U kunt de densiteit van de achtergrondkleur van het origineel aanpassen alvorens te faxen. Voor bijzonderheden, zie "De densiteit van de achtergrondkleur aanpassen (Achtergrond verwijderen) alvorens een fax te verzenden" op pagina 7-7. Tekstranden benadrukken alvorens te verzenden U kunt uitgelopen letters opschonen alvorens te faxen, zodat deze helder worden afgedrukt.
Inleiding 1.3 1 Uitleg van conventies in de handleiding Hier volgt een beschrijving van de symbolen en tekstopmaak in deze handleiding. Veiligheidsadvies 6 GEVAAR Als u de instructies met dit symbool niet opvolgt, kan dit leiden tot ernstig of zelfs fataal letsel door elektrische stroom. % Let goed op bij alle gevaaraanduidingen om letsel te voorkomen. 7 WAARSCHUWING Als u de instructies met dit symbool niet opvolgt, kan dit leiden tot ernstig letsel of materiële schade.
Inleiding 1 1.4 Beschrijvingen en symbolen voor originelen en papier De in deze handleiding gebruikte beschrijvingen en symbolen voor originelen en papier worden hieronder uitgelegd. "Breedte" en "Lengte" Wanneer papierafmetingen in deze handleiding worden vermeld, is de eerste waarde altijd de breedte van het papier (weergegeven als "Y" in de illustratie), en de tweede de lengte (weergegeven als "X").
Inleiding 1.5 1 Handleidingen Bij dit apparaat worden geleverd: gedrukte handleidingen en PDF-handleidingen op de gebruiksaanwijzingcd. Gebruiksaanwijzing Deze handleiding bevat de bedieningsprocedures en beschrijvingen van de meest gebruikte functies. Kopieerbewerkingen In deze handleiding worden de bewerkingen van de kopieermodus en onderhoud van het apparaat beschreven.
1 1-12 Inleiding CS250/CS240/CS231
2 Voordat u begint
Voordat u begint 2 2 Voordat u begint 2.1 Voorzorgsmaatregelen (Internetfax) Systeemvereisten 2 Let op Alvorens u de internetfaxfuncties kunt gebruiken, moet een technisch expert de instellingen opgeven. Overleg met uw technisch vertegenwoordiger. Internetfaxfuncties kunt u gebruiken mits aan de volgende voorwaarden is voldaan. Het apparaat is aangesloten op een netwerk en is ingesteld om e-mail te verzenden en ontvangen.
Voordat u begint 2 2.3 Functies van internetfax Met internetfax verzendt en ontvangt u gescande originelen via intranet en internet als e-mailbijlagen (TIFFbestand). U kunt aanzienlijk besparen op de communicatiekosten door te communiceren via intranet/internet in plaats van algemene faxcommunicatie. 2 Let op U hebt een mailserver nodig.
Voordat u begint 2.4 2 Functies van IP-adresfax IP-adresfax kan communiceren met IP-netwerk. U verzendt een fax nadat u het IP-adres of de hostnaam van een geadresseerde hebt opgegeven. 2 Let op SMTP wordt gebruikt als verzend- en ontvangstprotocol. Kan alleen worden gebruikt binnen een intranet. Mailservers zoals internetfax zijn niet vereist. U kunt kleurenfaxen verzenden en ontvangen. U verzendt de fax nadat u het IP-adres of de hostnaam van de geadresseerde hebt opgegeven.
Voordat u begint 2 2.5 Werken met het bedieningspaneel Bedieningspaneel 1 2 3 4 22 5 21 20 19 6 18 17 7 16 8 15 14 Nr. 2-6 13 12 11 10 9 Naam Beschrijving 1 Aanraakscherm In dit scherm worden diverse schermen en berichten weergegeven. U kunt de diverse instellingen opgeven door het scherm aan te raken. 2 Netspanningslampje Brandt groen wanneer de [hoofdschakelaar] AAN staat. 3 [Bediening aan/uit] schakelaar Druk op deze toets om het bedieningspaneel in of uit te schakelen.
Voordat u begint 2 Nr. Naam Beschrijving 10 Toets [Start] Druk op deze toets om de geselecteerde functie te starten: boxmodus, fax/scanmodus of kopieermodus. Is een fax/scanmodus geselecteerd, dan start de verzending. Wanneer het apparaat gereed is om een bewerking uit te voeren, gaat het lampje in de toets [Start] groen branden. Brandt het [Start]-lampje oranje, dan kan de geselecteerde bewerking niet starten. 11 [Data]-lampje Knippert blauw wanneer een afdrukopdracht of fax wordt ontvangen.
Voordat u begint 2 Scherm van de netwerkfaxfunctie Het scherm van de fax/scanfunctie verschijnt wanneer u drukt op de toets [Fax/Scan] op het bedieningspaneel. U kunt de weergegeven bestemming of functie selecteren door de toets op het scherm zachtjes aan te raken met uw vinger. 2 3 4 5 6 7 1 8 9 17 10 16 15 Nr. 2-8 14 13 12 11 Naam Beschrijving 1 Toets [Functie controle] Hiermee geeft u de geselecteerde bestemmingslijst links in het scherm weer. 2 Toets [Opdr.
Voordat u begint 2.6 2 Standaardinstellingen Vereiste instellingen (internetfax) 2 Let op Alvorens u de internetfaxfuncties kunt gebruiken, moet een technisch expert de instellingen opgeven. Overleg met uw technisch vertegenwoordiger. ! Detail Voor meer informatie over instelmethoden, zie "10 De modus Hulpprogramma". Na de installatie moet u de volgende instellingen opgeven om de internetfaxfuncties te kunnen gebruiken.
Voordat u begint 2 Vereiste instellingen (IP-adresfax) 2 Let op Alvorens u de IP-adresfaxfuncties kunt gebruiken, moet een technisch expert de instellingen opgeven. Overleg met uw technisch vertegenwoordiger.
Voordat u begint 2.7 2 Handige functie-instellingen Wanneer u vaak gebruikte bestemmingen registreert in het adresboek, een groep of een programma voor veel gebruikte faxverzendinstellingen registreert, kunt u de geregistreerde gegevens oproepen door gewoon op de geregistreerde toets te drukken. Adresboek Wanneer u veel gebruikte bestemmingen registreert in het adresboek, kunt u de bestemmingen oproepen door gewoon de geregistreerde toets aan te raken.
Voordat u begint 2 2.8 Gebruikersauthenticatie en accountregistratie U kunt het apparaat zo instellen dat een account of gebruikersnaam en wachtwoord moet worden ingevoerd om de machine te gebruiken. Wanneer u de vereiste informatie invoert op het weergegeven scherm, verschijnt een normaal functiescherm. Neem over de account- of gebruikersnaam contact op met de beheerder.
3 Verzending
Verzending 3 3 Verzending 3.1 Algemene faxbediening (internetfax) Dit gedeelte bevat informatie over algemene bewerkingen voor het verzenden van een fax. Een internetfax verzenden ! Detail Hier wordt uitgelegd hoe u een enkelzijdig origineel verzendt volgens de elementaire procedure. Dit apparaat biedt diverse functies om het faxen handiger te maken. Voor bijzonderheden, zie "7 Nuttige verzendfuncties". 1 Druk op de toets [Fax/Scan] om het fax/scanscherm weer te geven. 2 Plaats het origineel.
Verzending 3 3 Druk op [Scaninstellingen], geef de gewenste functie op en druk op [OK]. – – – – 4 Voor bijzonderheden over het opgeven van elementaire scaninstellingen, zie "De scaninstellingen opgeven" op pagina 3-14. Voor bijzonderheden over [Afb. aanpassen], [Wissen], [Boek scannen], [Toepassing], zie "Scaninstellingen" op pagina 7-3. Druk op [Origineel instelling], geef de gewenste functie op en druk op [OK]. – 3-4 Scanfuncties zijn bij aanschaf als volgt ingesteld.
Verzending 3 5 Druk op [Comm. instelling], geef de gewenste functie op en druk op [Sluit] – 6 Voor bijzonderheden over communicatie-instellingen, zie "Communicatie-instelling" op pagina 7-6. Geef het e-mailadres van de geadresseerde op. – - Adresboek - Directe invoer - Groep - Programma-adres – Ga verder met procedure 10 om een bestemming op te geven via adresboek, groep of programmaadres. – Ga verder met procedure 7 om een bestemming op te geven via Directe invoer.
Verzending 3 8 Selecteer een type compressie, papierformaat en resolutie naar gelang de ontvangstmogelijkheid, in het scherm waarin de ontvangstmogelijkheid van de ontvanger is aangegeven. – Scaninstellingfuncties zijn als volgt bij aanschaf: Compressie- Type: MH Papierformaat: A4 Resolutie: 200e200dpi (fijn) /200e100dpi (standaard) 9 Druk op [OK] tot het fax/scanscherm weer wordt weergegeven. 10 Druk op de toets [Start]. – Het volgende scherm wordt weergegeven wanneer het scherm Contr. TX result.
Verzending 3.2 3 Algemene faxbediening (IP-adresfax) Dit gedeelte bevat informatie over de algemene bewerkingen voor het verzenden van een IP-adresfax. Een IP-adresfax verzenden 1 Druk op de toets [Fax/Scan] om het fax/scanscherm weer te geven. 2 Plaats het origineel. – 3 Voor bijzonderheden over de plaatsing van het origineel, zie "Het origineel plaatsen." op pagina 3-10. Druk op [Scaninstellingen], geef de gewenste functies op en druk op [OK].
Verzending 3 – – 4 Druk op [Origineel instelling], geef de gewenste functie op en druk op [OK]. – 5 Voor bijzonderheden over origineelinstellingen, zie "Origineelinstellingen" op pagina 7-5. Druk op [Comm. instelling], geef de gewenste functie op en druk op [Sluit] – 3-8 Voor bijzonderheden over het opgeven van elementaire scaninstellingen, zie "De scaninstellingen opgeven" op pagina 3-14. Voor bijzonderheden over [Afb.
Verzending 3 6 Geef het IP-adres van de geadresseerde op. – - Adresboek - Directe invoer - Groep - Programma-adres – Voor bijzonderheden over het opgeven van het IP-adres, zie "Slechts één adres opgeven" op pagina 3-17 en "Meerdere bestemmingen opgeven (rondsturen)" op pagina 3-22. – Als u een geselecteerd adres wilt annuleren, selecteert u dit opnieuw. – Alle ingevoerde waarden en geselecteerde instellingen worden gewist als u op de toets [Reset] drukt.
Verzending 3 3.3 Het origineel plaatsen. Bij dit apparaat kunt u het origineel plaatsen op de ADF en op de glasplaat. Als u het origineel op de ADF plaatst, wordt het automatisch gescand vanuit de ADF. Het origineel op de ADF plaatsen Als u de ADF gebruikt, kan een origineel van meerdere pagina's automatisch worden gescand. Bovendien kunt u dubbelzijdige originelen faxen. 1 Sluit de ADF. 2 Het origineel wordt vanaf de eerste pagina op volgorde gerangschikt.
Verzending 3 Een origineel van meerdere pagina's faxen vanaf de glasplaat Alle pagina's van een origineel met meerdere pagina's dat niet kan worden geladen in de ADF kunnen samen worden gefaxt via de glasplaat. 1 Druk op de toets [Fax/Scan] om het fax/scanscherm weer te geven. 2 Geef het adres op. 3 Geef zo nodig de functies op. 4 Plaats het origineel op de glasplaat en druk achtereenvolgens op de toetsen [Scaninstellingen], [Afzonderl.scan], [OK] en druk vervolgens op de toets [Start].
Verzending 3 Het origineel verzenden met behulp van ADF en glasplaat Een origineel wordt gescand via ADF en glasplaat en een origineel dat uit meerdere delen bestaat, kan worden gescand nadat het op de ADF is geplaatst. 1 Druk op de toets [Fax/Scan] om het fax/scanscherm weer te geven. 2 Geef het adres op. 3 Geef zo nodig de functies op. 4 Plaats het origineel op de glasplaat en druk achtereenvolgens op de toetsen [Scaninstellingen], [Afzonderl.scan], [OK] en druk vervolgens op de toets [Start].
Verzending 3.4 3 Kleurinstellingen voor verzenden opgeven (IP-adresfax) Hier stelt u in of het origineel wordt verzonden in kleur of zwart-wit. 2 Let op Kleurverzending en -ontvangst is alleen mogelijk wanneer u een IP-adresfax gebruikt. Kleurfaxen kunt u niet verzenden of ontvangen met internetfax. Ook het apparaat van de ontvanger moet zijn ingesteld op IP-adresfax. 1 Druk op de toets [Fax/Scan] om het fax/scanscherm weer te geven. 2 Druk op [Scaninstellingen]. 3 Druk op [Afb. aanpassen].
Verzending 3 3.5 De scaninstellingen opgeven Wanneer u op [Scaninstellingen] drukt, verschijnen de opties [Origineeltype], [Enkelz./dubbelz.], [Resolutie], [Bestandstype], [Densiteit] weergeven en kunt u verzendkleuren opgeven conform het te verzenden origineel. Scaninstellingen opgeven 1 Druk op [Scaninstellingen] in het fax/scanscherm. 2 Druk op toets die u wilt opgeven. 2 Opmerking U kunt de verzendinstellingen niet voor elke pagina afzonderlijk opgeven.
Verzending 3 Enkelzijdig/dubbelzijdig Stel de scanmodus op de ADF in conform het origineel. Er zijn drie soorten scanmodi. Bij aanschaf is de modus ingesteld op [1-zijdig]. [1-zijdig]: Druk hierop in een enkelzijdig origineel te scannen. [2-zijdig]: Druk hierop om een dubbelzijdig origineel te scannen. [Omslag + 2-zijdig]: Druk hierop om een omslag plus tweezijdig origineel te scannen. Van de omslag wordt alleen de voorkant gescand, vanaf de tweede pagina wordt ook de achterkant gescand.
Verzending 3 Densiteit Stel de densiteit in naar gelang de inhoud van het origineel. U kunt de densiteit instellen in 9 gradaties. Bij aanschaf is de densiteit ingesteld op [Standaard.]. [Licht]: Druk hierop om licht te scannen. [Standaard]: Druk hierop om normaal te scannen. [Donker]: Druk hierop om donker te scannen.
Verzending 3.6 3 Slechts één adres opgeven Eén adres kunt u in internetfax op de volgende manieren opgeven. Opgeven vanuit een geregistreerd adres Opgeven door directe invoer Opgeven vanuit een programma-adres ! Detail Voor bijzonderheden over het opgeven vanuit een geregistreerd adres, zie "Opgeven vanuit een geregistreerd adres" op pagina 3-17. Zie "Opgeven door directe invoer" op pagina 3-20 voor het opgeven via directe invoer.
Verzending 3 Het geregistreerde adres zoeken (knop Gedetail Zoeken) U kunt een adres zoeken aan de hand van de opgegeven zoektekst, wanneer het adres is geregistreerd. ! Detail De standaardweergave van zoektekst kunt u wijzigen met de Adresboek standaardindex-instellingen. Voor bijzonderheden, zie "Standaardinstelling van faxfunctie instellen (Standaard scan/faxinstellingen)" op pagina 10-18. % Indexknoppen ([favorieten], [ABC] - [WXYZ], [enz.]) weergegeven op het tabblad [Adresboek].
Verzending 3 3 Selecteer het type adres. – De weergave van standaardinstellingen van het tabblad [Adresboek] kan worden gewijzigd in adrestype door de instelling Standaard adresboek. Voor bijzonderheden, zie "Standaardinstelling van faxfunctie instellen (Standaard scan/faxinstellingen)" op pagina 10-18. De knop voor het gewenste adres wordt weergegeven. Zoeken naar het gewenste adres (Gedetailleerd zoeken) U kunt een adres zoeken op adresnaam of e-mailadres of een deel van een IP-adres.
Verzending 3 3 Druk op [Naam] of op [Adres]. – Geef de naam of het e-mailadres, IP-adres op via het schermtoetsenbord en druk op [OK]. De knop voor het gewenste adres wordt weergegeven. Opgeven door directe invoer U kunt het adres opgeven via directe invoer, als het adres niet is geregistreerd in het adresboek. 2 Opmerking Wanneer [Handmatige adresinvoer] is verboden, wordt de tab [Directe invoer] niet weergegeven.
Verzending 3 3 Voer het adres in en klik op [OK]. – Bij internetfax geeft u e-mailadressen van de geadresseerde op met het schermtoetsenbord. – Bij IP-adresfax drukt u op [IP-adres] en geeft u het IP-adres of de hostnaam op met het toetsenbord of het schermtoetsenbord. Vervolgens druk u op [OK]. Als u het poortnummer wilt wijzigen, drukt u op de toets [C] (wissen) om het nummer te wissen. Vervolgens geeft u het gewenste poortnummer op met het toetsenbord.
Verzending 3 3.7 Meerdere bestemmingen opgeven (rondsturen) U kunt een fax naar meerdere adressen tegelijk verzenden. Deze functie heet rondsturen. Functie Beschrijving Rondsturen alleen van internetfax Totaal 505 faxen, waarvan 500 geregistreerde adressen en 5 via directe invoer. Gecombineerd rondsturen van internetfax/ G3-fax Totaal 605 faxen waarvan 500 geregistreerde adressen en 105 via directe invoer (internetfaxadressen 5, G3-faxadressen 100).
Verzending 3 Meerdere bestemmingen opgeven (met de groepknop) 1 Druk op [Gedetail zoeken] in het tabblad [Adresboek]. 2 Druk op [Adrestype]. 3 Druk op [Groep]. 4 Druk op de betreffende groepknop. U hebt meerdere adressen opgegeven. ! Detail De weergave van standaardinstellingen van het tabblad [Adresboek] kan worden gewijzigd in adrestype door de instelling Standaard adresboek.
Verzending 3 3.8 Fax verzenden met een programma-adres Wanneer u een programma-adres hebt geregistreerd, kunt u een fax zenden door op de knop voor het geregistreerde programma te drukken. Als verzendinstellingen (Origineel type en origineel specificatie) zijn geregistreerd in een programmatoets, kunt u een fax sturen door op die knop te drukken. U hoeft de functie-instellingen niet elke keer op te geven. Verzending is mogelijk nadat u de groepknop hebt geregistreerd in 1 programmaknop.
Verzending 3 6 Druk op de betreffende programmaknop en vervolgens op [OK]. – – De programmaknop wordt weergegeven wanneer u drukt op U kunt slechts één programma-adres opgeven. en . De instellingen en het adres worden opgeroepen. 7 Druk op de toets [Start]. Het origineel wordt gescand en vervolgens verzonden.
Verzending 3 3.9 De instellingen controleren Het opgegeven adres kunt u controleren onder Adressenlijst uitzending in het linker deelvenster. De details van de instellingen kunt u controleren in het instellingenscherm. Het opgegeven adres kunt u controleren onder Adressenlijst uitzending in het linker deelvenster. Volg onderstaande procedures om de details van het adres en de instelling te controleren. 1 Druk op [Functie controle] in het linker deelvenster. 2 Druk op [Functiecontrole].
Verzending 3 – Het adres dat u via directe invoer hebt opgegeven, kunt u registreren door op [Details] te drukken. Voor bijzonderheden, zie "Het adresboek registreren" op pagina 9-4. – [Scaninstellingen bevestigen]: U kunt de scaninstellingen controleren. Als u drukt op een instelling, wordt het betreffende scaninstellingenscherm weergegeven. Daarin kunt u instellingen wijzigen. Druk op [Doorst ] om het volgende scherm weer te geven en druk op [ Achter] om het vorige scherm weer te geven.
Verzending 3 4 – – Bij internetfax, IP-adresfax worden geen andere instellingen dan [Instellingen faxkoptekst] gebruikt. Voor bijzonderheden over Instellingen faxkoptekst, zie "Communicatie-instelling" op pagina 7-6. – – [Bevestig e-mailinstellingen]: U kunt de e-mailinstellingen controleren. Voor bijzonderheden over e-mailinstellingen, zie "Communicatie-instelling" op pagina 7-6. Nadat u de instellingen hebt gecontroleerd, drukt u op [Sluit] tot het fax/scan-scherm weer verschijnt.
Verzending 3.10 3 Bewerkingen tijdens het scannen Wanneer het formaat van het origineel niet wordt herkend Wanneer het origineelformaat niet wordt gedetecteerd, verschijnt het scherm Scanformaat. Stel het origineelformaat in. 1 Druk op de knop voor origineelformaat en druk vervolgens op [OK]. 2 Druk op [Sluit] en vervolgens op [OK]. Het fax/scanscherm verschijnt. 3 Druk op de toets [Start]. De fax wordt verzonden.
Verzending 3 3.11 Problemen met verzenden Wanneer u IP-adresfax gebruikt, en de lijn van de geadresseerde bezet was, kunt u de fax opnieuw verzenden met de functie opnieuw kiezen. Deze functie opnieuw kiezen heeft de mogelijkheden automatisch en handmatig. 2 Opmerking Bij automatisch of handmatig opnieuw kiezen kunt u het adres niet wijzigen. Als de fax zelfs met opnieuw kiezen niet kan worden verzonden wegens problemen met de lijn, zie "Fax kan niet worden verzonden (IP-adresfax)" op pagina 5-4.
Verzending 3 2 Druk op [OK]. Als u de resultaten van verzonden opdrachten wilt controleren, drukt u op [Opdr.historie]. Handmatig opnieuw kiezen (lijst Huidige opdrachten) De opnieuw te kiezen opdracht wordt handmatig opnieuw gekozen. 1 Druk op [Opdr. lijst] en vervolgens op de toets [Opdrachtdetails]. 2 Druk op [Verzenden]. 3 Selecteer [Wachten opn.kiezen] en selecteer vervolgens de toets [Opnieuw kiezen]. Het scherm voor opnieuw kiezen verschijnt. 4 Druk op [OK].
Verzending 3 3.12 Verzending reserveren Met deze functie wordt de volgende verzending in de wachtrij geplaatst terwijl een fax wordt afgedrukt of verzonden. Deze functie heet verzending reserveren. 1 Druk op [Wachtrij scan/fax]. – – 2 Plaats het origineel. – – 3 Voor bijzonderheden over de plaatsing van het origineel, zie "Het origineel plaatsen." op pagina 3-10. Wanneer de gereserveerde verzending moet worden geannuleerd, drukt u op [Opdr. lijst] en vervolgens op [Verwijderen].
Verzending 3.13 3 De verzending stoppen Stoppen tijdens de verzending Hebt u tijdens een verzending een andere opdracht, dan kunt u de verzending stoppen vanuit de volgende bewerking. 2 Opmerking De betreffende fax wordt in de wachtrij van het apparaat geplaatst. 1 Druk op [Opdr. lijst]. 2 Druk op [Opdrachtdetails]. 3 Druk op [Verzenden]. 4 Controleer of [Huidige opdrachten] geselecteerd is. 5 Druk op [Verwdr.] om de te annuleren opdracht te verwijderen. 6 Druk op [Ja] en vervolgens op [OK].
Verzending 3 3.14 De gereserveerde opdracht controleren U kunt de status van een gereserveerde opdracht die is opgeslagen in het geheugen, controleren in de opdrachtlijst op het scherm. 1 Druk op [Opdr. lijst]. 2 Druk op [Opdrachtdetails]. 3 Druk op tab [Verzenden]. 4 Druk op [Huidige opdrachten]. 5 Nadat u de instellingen hebt gecontroleerd, drukt u op [Sluit] tot het fax/scan-scherm weer verschijnt. 2 Opmerking Druk op of op om het volgende of vorige scherm uit de lijst weer te geven.
Verzending 3.15 3 Het communicatieresultaat controleren U kunt het communicatieresultaat controleren in de opdrachtenlijst. U kunt de volgende items controleren in het scherm Opdrachthistorie. Opdrachthistorie (Verzenden) Item Beschrijving Adrestype Geeft de adrestypen (Fax, E-mailadres., FTP-bestand, SMB-bestand, TWAIN, overige) aan. Bestemming Geeft faxnummer, e-mailadres, gebruikersboxnaam enz. van geadresseerde aan. Tijd opgesl. Het verzendtijdstip wordt getoond.
Verzending 3 4 Druk op [Opdr. hist.]. 5 Controleer de communicatieresultaten. – Opdrachthistorie (Verzenden) – Opdrachthistorie (Ontvangen) – Druk op [Comm. lijst] om de communicatieresultaten te controleren in de vorm van Scan TX-lijst, Fax TX-lijst en Fax RX-lijst. Druk op [Activiteitenrapport], of op [TX-rapport], of op [RX-rapport] en druk vervolgens op de toets [Start] om de gedetailleerde informatie van het geselecteerde rapport te controleren.
Verzending 3.16 3 Instellingen faxkoptekst Het te verzenden document wordt als volgt door de ontvanger gedocumenteerd. 2 Let op De functie [Buiten tekst] kunt u niet gebruiken bij Internetfax/IP-adresfax. Koptekstinformatie wordt toegevoegd aan het origineel, ook al is [Buiten tekst] ingesteld.
3 3-38 Verzending CS250/CS240/CS231
4 Ontvangst
Ontvangst 4 4 Ontvangst 4.1 Ontvangst (internetfax) Er zijn twee manieren om e-mail te ontvangen: automatisch en handmatig ophalen. Wanneer dit apparaat een e-mail ontvangt, worden de tekst van de e-mail en eventuele bijlagen automatisch afgedrukt. Wanneer [Geheugen RX-instelling] is geactiveerd in de modus Hulpprogramma, wordt het ontvangen origineel opgeslagen in de "Geheugen RX gebruikersbox". Het opgeslagen origineel kan desgewenst worden afgedrukt.
Ontvangst 4 4.2 Ontvangst (IP-adresfax) De fax wordt automatisch afgedrukt, wanneer dit apparaat een IP-adresfax ontvangt. Wanneer [Geheugen RX-instelling] is geactiveerd in de modus Hulpprogramma, wordt het ontvangen origineel opgeslagen in de "Geheugen RX gebruikersbox". Het opgeslagen origineel kan desgewenst worden afgedrukt. ! Detail Voor bijzonderheden, zie "Omgaan het originelen die zijn ontvangen in het geheugen" op pagina 8-3 4.
Ontvangst 4.5 4 Document afdrukken bij ontvangst Bij het afdrukken van de ontvangen fax wordt het paginaformaat van het ontvangen document vergeleken met het formaat van het geplaatste papier. De fax wordt afgedrukt op de opgegeven verkleining of zo verkleind dat hij op het papier in de papierlade past. Als afdrukken is ingesteld op gelijke grootte, wordt de ontvangen fax afgedrukt op hetzelfde formaat, ongeacht het papierformaat van de ontvangen fax.
Ontvangst 4 Verkleind afdrukken zodat document op papier past Als het ontvangen document langer is dan normaal formaat, wordt het geschikte papierformaat vastgesteld aan de hand van de breedte en lengte van het ontvangen document en vervolgens afgedrukt op papier van dat formaat. Wanneer de papierlade geen papier van het geschiktste formaat bevat, wordt het document verkleind en afgedrukt op papier van het naaste formaat.
Ontvangst 4 Stap 1 Het geschikte papier selecteren Het juiste papierformaat wordt volgens onderstaand principe bepaald aan de hand van de breedte en lengte van het ontvangen document.
Ontvangst 4 Stap 2 Het papier kiezen om af te drukken Controleer of papier van het juiste formaat (vastgesteld in stap 1) in het apparaat is geplaatst. Geschikt papierformaat in apparaat: Afdrukken start. Geen geschikt papierformaat in apparaat en [Auto cassette wisselen AAN/UIT] van de betreffende papierlade is ingesteld op [Beperk]: op volgorde van de tabel wordt gezocht naar een geschikt papierformaat.
Ontvangst 4 2 Opmerking U kunt pagina's opgedeeld afdrukken als het ontvangen document langer is, of werd ontvangen op een hoge resolutie, zelfs al is [Afzonderlijke faxpagina´s afdrukken] [UIT]. Wanneer [Afzonderlijke faxpagina´s afdrukken] [AAN] is: Afdrukpapier wordt op volgorde gekozen uit de bovenste rij.
4 Ontvangst Wanneer faxen van verschillend formaat moeten worden afgedrukt, wordt de verwerking per pagina uitgevoerd. Wanneer de papierformaten zoals vastgesteld in stap 1 en stap 2 zijn ingesteld voor meerdere laden, wordt de papierlade geselecteerd volgens de instellingen die zijn opgegeven in [Auto cassetteselectieinstelling]. Voor meer bijzonderheden over [Auto casetteselectie-instelling], zie Gebruiksaanwijzing – Kopieerbewerkingen.
Ontvangst 4 Afdrukken op gelijk formaat Wanneer [Min. verkleining voor RX afdruk] in de modus Hulpprogramma is ingesteld op [Volledig formaat], wordt de fax afgedrukt op papier van hetzelfde formaat. Als zich geen papier van hetzelfde formaat in de lade bevindt, wordt de fax afgedrukt op een groter formaat papier. Origineel Ontvangen origineel Afdrukken op gelijk formaat 2 Let op Pagina kan niet worden opgedeeld Grotere afbeeldingen dan A3-formaat kunnen niet worden afgedrukt.
Ontvangst 4 Methode van afdrukken tijdens ontvangst Hieronder is het verband aangegeven tussen de fax zoals hij werkelijk wordt afgedrukt en het papierformaat van de ontvangen fax. Formaat van de ontvangen fax Instellingen [Min.
Ontvangst 4.6 4 Voetregelinstelling Wanneer [Voettekst positie] is ingesteld op [Binnen tekst] of [Buiten tekst] in [Koptekst-voettekst positie] van de modus Hulpprogramma, wordt de ontvangstinformatie (datum, tijd, ontvangstnummer, paginanummer) als voetregel afgedrukt op het ontvangen document. 2 Let op De functie [Buiten tekst] kan niet worden gebruikt in de kleurenmodus van IP-adresfax. Ontvangstinformatie wordt toegevoegd aan het origineel, ook al is [Buiten tekst] ingesteld.
4 4-14 Ontvangst CS250/CS240/CS231
5 Problemen oplossen
Problemen oplossen 5 5 Problemen oplossen 5.1 Fax kan niet worden verzonden (internetfax) Als u een e-mail niet kunt verzenden, raadpleeg dan onderstaande tabel en voer de aangegeven bewerkingen uit. Als de fax nog niet goed kan worden verzonden wanneer u de voorgeschreven bewerkingen hebt uitgevoerd, overlegt u met uw technisch vertegenwoordiger. ! Detail Als u een fax niet kunt verzenden, produceert het apparaat het TX-rapport. Voor bijzonderheden, zie "TX-rapport" op pagina 11-8.
Problemen oplossen 5 5.2 Fax kan niet worden verzonden (IP-adresfax) Als de fax niet kan worden verzonden, raadpleegt u onderstaande tabel en voert u de aangegeven bewerkingen uit. Als de fax nog niet goed kan worden verzonden wanneer u de voorgeschreven bewerkingen hebt uitgevoerd, overlegt u met uw technisch vertegenwoordiger. ! Detail Als u een fax niet kunt verzenden, produceert het apparaat het TX-rapport. Voor bijzonderheden, zie "TX-rapport" op pagina 11-8.
Problemen oplossen 5.3 5 Fax kan niet worden ontvangen Als de fax niet kan worden ontvangen, raadpleegt u onderstaande tabel en voert u de aangegeven bewerkingen uit. Als de fax nog niet goed kan worden ontvangen wanneer u de voorgeschreven bewerkingen hebt uitgevoerd, overlegt u met uw technisch vertegenwoordiger. ! Detail Het InternetFax Rx foutrapport wordt afgedrukt in gevallen als ontvangst van niet-ondersteunde bestandstypen.
Problemen oplossen 5 5.4 Foutberichten Als zich een storing van het apparaat voordoet, verschijnt het foutscherm met een van de volgende foutberichten. Raadpleeg onderstaande tabel en voer de aangegeven bewerkingen uit. Als de fax nog niet goed kan worden verzonden wanneer u de voorgeschreven bewerkingen hebt uitgevoerd, overlegt u met uw technisch vertegenwoordiger.
Problemen oplossen 5 Code Type Inhoud foutbericht Opnieuw kiezen AAN of UIT Oplossing N22 Conversiefout Conversiefout UIT Schakel de hoofdschakelaar UIT/AAN en probeer de fax opnieuw te verzenden. N25 Geheugenoverloop Geheugenoverloop UIT Geheugen is vol. • Controleer of er geen andere opdrachten worden verwerkt. • Verminder het aantal te verzenden pagina´s, verlaag de scanresolutie en probeer de fax opnieuw te verzenden.
Problemen oplossen 5 5.5 Als"Contact opnemen met uw leverancier" verschijnt (serviceoproep) Als de klant een probleem niet zelf kan oplossen verschijnt het bericht "Contact opnemen met uw leverancier" op het scherm. (Service-oproepscherm) Normaliter wordt het telefoon- en faxnummer van de technisch vertegenwoordiger weergegeven midden op het service-oproepscherm. Hier wordt uitgelegd hoe u de technisch vertegenwoordiger via de telefoon informeert over het probleem.
6 Specificaties
Specificaties 6 6 Specificaties 6.1 Specificaties (internetfax) Specificaties voor internetfax zijn hieronder vermeld. Met het oog op verbeteringen kunnen de productspecificaties worden gewijzigd zonder kennisgeving. Item Specificaties Geheugencapaciteit afbeeldingen CS231: 768 MB (standaard) CS250/CS240: 1024 MB (standaard) Aantal opgeslagen pagina´s 10.
Specificaties 6 Item Lijst/rapport 6-4 Specificaties Afdrukken DSNbericht Toegestaan Afdrukken MDNbericht Toegestaan Tekst van normaal ontvangen mail afdrukken. Toegestaan Activiteitrapport internetfax Gedeeld met activiteitrapport fax, maximaal 100 rapporten mogelijk.
Specificaties 6.2 6 Specificaties (IP-adresfax) Specificaties voor aan IP-adresfax verwante producten worden hieronder vermeld. Met het oog op verbeteringen kunnen de productspecificaties worden gewijzigd zonder kennisgeving. Item Specificaties Geheugencapaciteit afbeeldingen CS231: 768 MB (standaard) CS250/CS240: 1024 MB (standaard) Aantal opgeslagen pagina´s 10.
6 6-6 Specificaties CS250/CS240/CS231
7 Nuttige verzendfuncties
Nuttige verzendfuncties 7 7 Nuttige verzendfuncties 7.1 Lijst functies van het instellingenscherm De volgende functies worden weergegeven in de schermen Scaninstellingen, Origineelinstellingen en Communicatie-instellingen. Scaninstellingen Schermweergave Beschrijving Basisinstelling [Origineeltype], [Enkelz./Dubbelz.], [Resolutie], [Densiteit], [Afzonderl.scan] zijn ingesteld. Voor bijzonderheden, zie pagina 3-14, pagina 3-10. [Afb. aanpassen] Kleur Geef op om faxen in kleur te verzenden.
Nuttige verzendfuncties 7 Schermweergave [Toepassing] [Bestandsnaam] Beschrijving [Scanformaat] Hiermee geeft u het faxformaat op alvorens de fax te verzenden. Dit is handig wanneer u slechts een gedeelte van het origineel wilt faxen. Voor bijzonderheden, zie pagina 7-16. [Annotatie] U kunt het origineel opslaan in de box met een datum/tijd en archiveringsnummer op het moment dat de fax wordt verzonden. Datum/tijd en nummer worden toegevoegd aan het document dat de geadresseerde het document ontvangt.
Nuttige verzendfuncties 7 Origineelinstellingen Schermweergave "Speciaal origineel" "Geef richting op" Beschrijving [Gemengd orig.] Wanneer een origineel van diverse formaten is geplaatst, wordt met deze functie in één bewerking het origineelformaat gedetecteerd en het origineel verzonden. Voor bijzonderheden, zie pagina 7-25. [Z-vouw origineel] Functie om pagina's te faxen waarvan het papierformaat niet goed kan worden gedetecteerd, omdat de pagina's gevouwen zijn.
Nuttige verzendfuncties 7 Communicatie-instelling Schermweergave Beschrijving [E-mailinst.] Functie om het onderwerp of de tekst van de e-mail op te geven wanneer de internetfax wordt verzonden. Voor bijzonderheden, zie pagina 7-35. [Instellingen faxkoptekst] Bij de faxverzending kunt u voor elke opdracht verzendbroninformatie opgeven. Voor bijzonderheden, zie pagina 7-38. 2 Opmerking De volgende knoppen kunt u niet gebruiken met de netwerkfaxfunctie.
Nuttige verzendfuncties 7.2 7 De densiteit van de achtergrondkleur aanpassen (Achtergrond verwijderen) alvorens een fax te verzenden Met de functie Achtergrond verwijderen past u de densiteit van de achtergrondkleur van het origineel aan. Als de achtergrond van het origineel gekleurd is, wordt de achtergrond van de verzonden gegevens zwart wanneer deze worden gescand. In zulke gevallen kunt u de densiteit van de achtergrondkleur van de verzonden gegevens aanpassen.
Nuttige verzendfuncties 7 5 Druk op [Donker] om de achtergrondkleur van het origineel donkerder te maken, en [Licht] om de achtergrond lichter te maken. – 6 Als [Auto] is geselecteerd, gaat het scannen van het origineel langzamer, omdat de achtergrond voor elke pagina van het origineel wordt aangepast. Druk op [OK]. Hiermee gaat u terug naar het scherm Afbeelding aanpassen. 7 Druk op [OK]. Het scherm Scaninstellingen verschijnt weer. 8 Druk op [OK]. Het fax/scanscherm verschijnt weer.
Nuttige verzendfuncties 7.3 7 Tekstranden accentueren alvorens de fax te verzenden (Scherpte) Scherpte is de functie om de intensiteit van de randen aan te passen. Als de tekst in het origineel vaag is, kunt u deze duidelijker maken door de scherpte aan te passen met "+". U kunt de scherpte van de tekst ook reduceren met "-". 2 Opmerking Deze functie kan worden gebruikt met de glasplaat en ADF. U kunt deze functie niet gebruiken in kleurenmodus of IP-adresfax.
Nuttige verzendfuncties 7 6 Druk op [OK]. Hiermee gaat u terug naar het scherm Afbeelding aanpassen. 7 Druk op [OK]. Het scherm Scaninstellingen verschijnt weer. 8 Druk op [OK]. Het fax/scanscherm verschijnt weer. 9 Stel zo nodig overige functies in. – – – 10 Geef het adres op. – 11 Voor bijzonderheden over scaninstellingen, zie "De scaninstellingen opgeven" op pagina 3-14 en "Scaninstellingen" op pagina 7-3.
Nuttige verzendfuncties 7.4 7 Schaduwen wissen alvorens de fax te verzenden (Kader wissen) Wanneer het origineel wordt gescand met de ADF, komt er mogelijk een zwarte schaduw rond het origineel wanneer u een boekje scant en het origineel wordt mogelijk gefaxt met die zwarte schaduw. Met de functie Kader wissen wist u de zwarte schaduw langs de randen van een origineel bij het scannen van boekjes.
Nuttige verzendfuncties 7 5 Selecteer [Kader: ][Top], [links], [Rechts], [Onder] en stel de betreffende waarden in. – 6 – Wanneer een kader op een opgegeven positie niet mag worden gewist, drukt u op de knop van het gewenste kader en druk vervolgens op [Geen]. Wanneer u [Geen] wilt annuleren, drukt u op het toetsenbord of op de knop [+] en geeft u de wisbreedte op. Als u de waarden voor Kader wissen wilt instellen, drukt u op het toetsenbord of [-], [+].
Nuttige verzendfuncties 7.5 7 Originelen met dubbele pagina's pagina voor pagina verzenden van rechts naar links (Boek scannen) Wanneer een boek en catalogus enz. per fax worden gezonden, wordt het origineel opgesplitst in rechter en linker pagina's die pagina voor pagina worden verzonden. Boek scannen heeft de volgende functies. Functie Beschrijving [Boek open] Een origineel met dubbele pagina's wordt als deelpagina verzonden.
Nuttige verzendfuncties 7 5 Selecteer de gewenste eindinstellingen en druk vervolgens op [OK]. – – – – 6 Druk op [Nee] om de functie Boek scannen te annuleren. Als u [Separeren], [Voorblad] of [Voor + Rugblad] selecteert, verschijnt [Inbindpositie]. Selecteer de inbindrichting die past bij het origineel en druk op [OK]. Geef zo nodig "Boek wissen" op. Selecteer de wismethode en geeft de wisbreedte op met het toetsenbord of [-] en [+] en druk op [OK].
Nuttige verzendfuncties 10 Geef het adres op. – – – 11 7 Ga door met procedure 11 wanneer [Boek open] of [Separeren] is opgegeven. Ga door met procedure 12 wanneer [Voorblad] of [Voor + Rugblad] is opgegeven. Voor bijzonderheden over het opgeven van adressen, zie "Slechts één adres opgeven" op pagina 3-17 en "Meerdere bestemmingen opgeven (rondsturen)" op pagina 3-22. Druk op de toets [Start]. Het origineel wordt gescand. 12 13 Scan het hele origineel en druk op [Einde].
Nuttige verzendfuncties 7 7.6 Een fax verzenden met het opgegeven scangebied voor het origineel (Scanformaat) Scanformaat is een functie om het scanformaat van een origineel op te geven. Wanneer de papierbreedte van de geadresseerde kleiner is dan de papierbreedte van het verzonden origineel, wordt het origineel verkleind en vervolgens afgedrukt.
Nuttige verzendfuncties 5 7 Druk op de knop om het origineelformaat op te geven dat overeenkomt met het origineel. – – – Druk op of op om het vorige of volgende scherm van vaste formaten weer te geven. Het scherm Aangepast formaat verschijnt wanneer u drukt op [Afwijk formaat]. Selecteer [X] of [Y] en voer de numerieke waarde in met het toetsenbord. (Als reeds een numerieke waarde is ingevoerd, drukt u op de toets [C] (wissen) en geeft u de waarde op met het toetsenbord.
Nuttige verzendfuncties 7 6 Druk op [OK]. Het scherm Toepassing verschijnt weer. 7 Druk op [Sluit]. Het scherm Scaninstellingen verschijnt weer. 8 Druk op [OK]. Het fax/scanscherm verschijnt weer. 9 Stel zo nodig overige functies in. – – – 10 Geef het adres op. – 11 Voor bijzonderheden over scaninstellingen, zie "De scaninstellingen opgeven" op pagina 3-14 en "Scaninstellingen" op pagina 7-3. Voor bijzonderheden over origineelinstellingen, zie "Origineelinstellingen" op pagina 7-5.
Nuttige verzendfuncties 7.7 7 Het origineel kopiëren terwijl de fax wordt verzonden (Pagina afdrukken) Met deze functie maakt u een kopie terwijl u de fax verzendt. U kunt meerdere kopieën maken, dubbelzijdig afdrukken en nietmarges instellen. 2 Let op Om de nietfunctie te gebruiken moet de optionele afwerkingseenheid zijn geïnstalleerd. 1 Druk op de toets [Fax/Scan] om het fax/scanscherm weer te geven. 2 Plaats het origineel.
Nuttige verzendfuncties 7 6 Druk op [Sluit]. Het scherm Scaninstellingen verschijnt weer. 7 Druk op [OK]. Het fax/scanscherm verschijnt weer. 8 Stel zo nodig overige functies in. – – – 9 Geef het adres op. – 10 Voor bijzonderheden over scaninstellingen, zie "De scaninstellingen opgeven" op pagina 3-14 en "Scaninstellingen" op pagina 7-3. Voor bijzonderheden over origineelinstellingen, zie "Origineelinstellingen" op pagina 7-5.
Nuttige verzendfuncties 7.8 7 Controleren dat het origineel is gescand (TX stempel) Wanneer de fax wordt verzonden met ADF, kunt u controleren of alle pagina's van het origineel zijn verzonden door het afwerkingstempel op het gescande origineel te plaatsen. Een roze -stempel van 4 mm (1/4 inch) doorsnee wordt langs de onderrand op de voorkant van het origineel geplaatst. Wanneer beide zijden moeten worden verzonden, wordt het afwerkingstempel op de voorkant geplaatst.
Nuttige verzendfuncties 7 5 Druk op [Sluit]. Het scherm Scaninstellingen verschijnt weer. 6 Druk op [OK]. Het fax/scanscherm verschijnt weer. 7 Stel zo nodig overige functies in. – – – 8 Geef het adres op. – 9 Voor bijzonderheden over scaninstellingen, zie "De scaninstellingen opgeven" op pagina 3-14 en "Scaninstellingen" op pagina 7-3. Voor bijzonderheden over origineelinstellingen, zie "Origineelinstellingen" op pagina 7-5.
Nuttige verzendfuncties 7.9 7 Een fax verzenden nadat u de bestandsnaam van de gescande gegevens hebt opgegeven (Bestandsnaam) Documentnaam is een functie om de bestandsnaam van de gescande gegevens op te geven tijdens verzending van een internetfax. Wanneer u geen documentnaam opgeeft, wordt automatisch een bestandsnaam toegekend volgens onderstaande regels. "SKMBT_C55006102315230" wordt als voorbeeld in de uitleg gebruikt.
Nuttige verzendfuncties 7 6 Druk op [OK]. Het scherm Scaninstellingen verschijnt weer. 7 Druk op [OK]. Het fax/scanscherm verschijnt weer. 8 Stel zo nodig overige functies in. – – – 9 Voor bijzonderheden over scaninstellingen, zie "De scaninstellingen opgeven" op pagina 3-14 en "Origineelinstellingen" op pagina 7-5. Voor bijzonderheden over origineelinstellingen, zie "Origineelinstellingen" op pagina 7-5.
Nuttige verzendfuncties 7.10 7 Een origineel met meerdere formaten verzenden in één bewerking (Gemengd origineel) Gemengd origineel is een functie om het formaat van elke pagina te detecteren, wanneer een origineel met meerdere formaten is geplaatst. Verzonden en gereproduceerd op de bestemming op hetzelfde formaat als het origineel. U kunt documentpagina’s van verschillende formaten instellen op de ADF.
Nuttige verzendfuncties 7 5 Druk op [Origineel instelling]. 6 Druk op [Gemengd orig.]. – 7 Druk opnieuw op [Gemengd orig.] om de instellingen te annuleren. Druk op [OK]. Het fax/scanscherm verschijnt weer. 8 Stel zo nodig overige functies in. – – – 9 Geef het adres op. – 10 Voor bijzonderheden over scaninstellingen, zie "De scaninstellingen opgeven" op pagina 3-14 en "Scaninstellingen" op pagina 7-3. Voor bijzonderheden over origineelinstellingen, zie "Origineelinstellingen" op pagina 7-5.
Nuttige verzendfuncties 7.11 7 Een origineel met vouwen verzenden (Z-vouw origineel) Functie om pagina's te faxen waarvan het papierformaat niet goed kan worden gedetecteerd, omdat de pagina's gevouwen zijn. 2 Opmerking Gebruik de ADF. Z-vouw origineel kan niet worden gefaxt met glasplaat. Originelen vanaf het tweede origineel worden verzonden op hetzelfde formaat als het eerste origineel. Wanneer het origineelformaat per pagina verschilt, geeft u [Gemengd orig.] op zonder Z-vouw origineel op te geven.
Nuttige verzendfuncties 7 5 Druk op [OK]. Het fax/scanscherm verschijnt weer. 6 Stel zo nodig overige functies in. – – – 7 Geef het adres op. – 8 Voor bijzonderheden over scaninstellingen, zie "De scaninstellingen opgeven" op pagina 3-14 en "Scaninstellingen" op pagina 7-3. Voor bijzonderheden over origineelinstellingen, zie "Origineelinstellingen" op pagina 7-5. Voor bijzonderheden over communicatie-instellingen, zie "Communicatie-instelling" op pagina 7-6.
Nuttige verzendfuncties 7.12 7 Een lang origineel verzenden (Lang origineel) Functie waarmee pagina's worden verzonden die meer dan 432mm (17 inch) lang zijn. Originelen van een lengte van maximaal 1000 mm (39-1/4 inch) kunt u verzenden door de instelling Lang origineel op te geven. 2 Opmerking Gebruik ADF. Lang origineel kan niet worden gefaxt met glasplaat. Lang origineel correspondeert niet met een origineel van meerdere pagina's.
Nuttige verzendfuncties 7 5 Druk op [OK]. Het fax/scanscherm verschijnt weer. 6 Stel zo nodig overige functies in. – – – 7 Geef het adres op. – 8 Voor bijzonderheden over scaninstellingen, zie "De scaninstellingen opgeven" op pagina 3-14 en "Scaninstellingen" op pagina 7-3. Voor bijzonderheden over origineelinstellingen, zie "Origineelinstellingen" op pagina 7-5. Voor bijzonderheden over communicatie-instellingen, zie "Communicatie-instelling" op pagina 7-6.
Nuttige verzendfuncties 7.13 7 De inbindmarge opgeven (Inbindpositie) Functie om de inbindpositie op te geven wanneer een dubbelzijdig origineel moet worden verzonden met ADF. Voor een dubbelzijdig origineel zijn de inbindmarges boven en links. De boven/onder verhouding van de achterkant van het origineel is anders. Boven/onder inbinden Verzending Doelfaxapparaat Links/rechts inbinden 2 Opmerking Gebruik de ADF. De functie Inbindmarge kan niet worden gebruikt met de glasplaat.
Nuttige verzendfuncties 7 5 Druk op [Top], [Links] of [Auto] om de marges van het dubbelzijdige origineel te selecteren. 6 Druk op [OK]. Het scherm Origineelinstellingen verschijnt weer. 7 Druk op [OK]. Het fax/scanscherm verschijnt weer. 8 Stel zo nodig overige functies in. – – – 9 Geef het adres op. – 10 Voor bijzonderheden over scaninstellingen, zie "De scaninstellingen opgeven" op pagina 3-14 en "Scaninstellingen" op pagina 7-3.
Nuttige verzendfuncties 7.14 7 Het effect van stof op de het linker glasscherm reduceren alvorens te faxen (Ontvlekken) Functie om het effect van het stof van het linker glasscherm op de scangegevens te reduceren wanneer een origineel uit de ADF wordt gescand. 2 Opmerking De scansnelheid wordt vertraagd ! Detail Voor bijzonderheden over het reinigen van het glasscherm, zie Gebruiksaanwijzing – Kopieerbewerkingen. 1 Druk op de toets [Fax/Scan] om het fax/scanscherm weer te geven.
Nuttige verzendfuncties 7 7.15 Adres nogmaals bevestigen alvorens de fax te verzenden (Bestem. controle weergavefunctie) Nadat u op de toets [Start] hebt gedrukt wanneer u het adres het opgegeven, wordt het adreslijstscherm weergegeven met het aantal adressen. Aangezien de fax wordt verzonden na herbevestiging van de bestemming wordt verkeerd geadresseerde verzending door een fout in het adres voorkomen. 2 Let op [Bestem.
Nuttige verzendfuncties 7.16 7 E-mailonderwerp of tekst opgeven alvorens de fax te verzenden (Emailinstellingen) E-mailinstelling is een functie om het onderwerp of de tekst van de e-mail of de documentnaam van het bijgevoegde bestand op te geven bij internetfaxverzending. 1 Druk op de toets [Fax/Scan] om het fax/scanscherm weer te geven. 2 Plaats het origineel. – 3 Voor bijzonderheden over het plaatsen van originelen, zie "Het origineel plaatsen." op pagina 3-10. Geef het internetfaxadres op.
Nuttige verzendfuncties 7 9 Geef het onderwerp op. – Als het gewenste onderwerp reeds is geregistreerd, selecteert u het onderwerp in de lijst en drukt u op [OK]. – U kunt het onderwerp registreren in de modus Hulpprogramma. Voor bijzonderheden over [Emailonderwerp] van de modus Hulpprogramma, zie "E-mailonderwerp en tekst registreren" op pagina 9-27. Als u het onderwerp direct wilt invoeren, drukt u op [Directe invoer]. Vervolgens typt u het onderwerp en drukt u op [OK]. – 7-36 10 Druk op [Tekst].
Nuttige verzendfuncties – 12 7 Als u de tekst direct wilt invoeren, drukt u op [Directe invoer]. Vervolgens typt u de tekst en drukt u op [OK]. Druk op [OK]. Het scherm Communicatie-instellingen verschijnt weer. 13 Druk op [Sluit]. Het fax/scanscherm verschijnt weer. 14 Stel zo nodig overige functies in. – – – 15 Voor bijzonderheden over scaninstellingen, zie "De scaninstellingen opgeven" op pagina 3-14 en "Origineelinstellingen" op pagina 7-5.
Nuttige verzendfuncties 7 7.17 Opgeven hoe verzendbroninformatie wordt toegevoegd (Instellingen faxkoptekst) Faxkoptekst (verzendbroninformatie) kan worden toegevoegd aan elke faxverzending. De inhoud die als faxkoptekst wordt toegevoegd aan het origineel wordt geregistreerd in [Koptekstinformatie] van de modus Hulpprogramma.
Nuttige verzendfuncties 6 Selecteer de gewenste afzendernaam in de lijst, als u deze afzendernaam wilt wijzigen. 7 Druk op [OK]. 7 Het scherm Communicatie-instellingen verschijnt weer. 8 Druk op [Sluit]. Het fax/scanscherm verschijnt weer. 9 Stel zo nodig overige functies in. – – – 10 Geef het adres op. – 11 Voor bijzonderheden over scaninstellingen, zie "De scaninstellingen opgeven" op pagina 3-14 en "Scaninstellingen" op pagina 7-3.
7 7-40 Nuttige verzendfuncties CS250/CS240/CS231
8 Nuttige ontvangstfuncties
Nuttige ontvangstfuncties 8 Nuttige ontvangstfuncties 8.1 Omgaan het originelen die zijn ontvangen in het geheugen 8 Het ontvangen document wordt opgeslagen in het geheugen en kan zo nodig worden afgedrukt. Deze functie heet de Geheugen RX-functie. Hieronder vindt u bijzonderheden over de procedure voor het afdrukken en verwijderen van de documenten die zijn ontvangen wanneer Geheugen RX is ingesteld.
Nuttige ontvangstfuncties 8 Ontvangen documenten verwijderen Volg onderstaande procedure voor het verwijderen van de documenten die zijn opgeslagen in het geheugen. 1 Druk op [Document opnieuw ordenen]. 2 Druk op [Systeem]. 3 Druk op [Geheugen RX gebruikersbox] en vervolgens op [OK]. – 4 Voer het wachtwoord in en druk op [OK]. – 5 Druk op de toets [C] (wissen) om alle ingevoerde inhoud te wissen. Selecteer het ontvangen document dat u wilt afdrukken en druk op [Verwijderen].
Nuttige ontvangstfuncties 8.2 8 Afdrukken bij ontvangst Wanneer [Duplex afdruk (RX)] [AAN] staat Wanneer [Duplex afdruk (RX)] in de modus Hulpprogramma [AAN] staat, wordt de fax afgedrukt op beide zijden van het papier. ! Detail Voor bijzonderheden, zie "Instellingen van verzend- en ontvangstmodus (TX/RX-instelling)" op pagina 10-54.
8 8-6 Nuttige ontvangstfuncties CS250/CS240/CS231
9 Registreren/instellingen
Registreren/instellingen 9 Registreren/instellingen 9.1 Het faxregistratiescherm weergeven 9 Faxregistratiescherm weergeven Volg onderstaande procedure om het faxregistratiescherm weer te geven. 1 Druk op de toets [Hulpprogramma] om het scherm van de modus Hulpprogramma weer te geven. 2 Druk op [Adres/Gebruikersbox]. – – 3 In de modus Hulpprogramma kunt u cijfers die zijn weergegeven op knoppen invoeren en selecteren met het toetsenbord.
Registreren/instellingen 9 9.2 Het adresboek registreren Faxnummers, e-mailadressen en geregistreerde boxen van veel gebruikte adressen kunt u registreren in het adresboek. Het geregistreerde adresboek kunt u gebruiken vanuit het tabblad [Adresboek] van het fax/scanscherm. U kunt maximaal 2000 adressen (0001 - 2000) - inclusief scanadressen en adressen van andere functies van dit apparaat - registreren.
Registreren/instellingen 9 Het e-mailadres registreren in het adresboek Volg onderstaande procedure om e-mailadressen te registreren in het adresboek. 1 Geef scherm voor scan/faxprogramma registreren weer. – 2 Voor bijzonderheden over de weergavemethoden van het faxregistratiescherm, zie "Het faxregistratiescherm weergeven" op pagina 9-3. Druk op [Adresboek]. – In de modus Hulpprogramma kunt u cijfers die zijn weergegeven op knoppen invoeren en selecteren met het toetsenbord.
Registreren/instellingen 9 5 Druk op [Naam], geef de naam van het adres op en druk vervolgens op [OK]. – – – 6 De naam kan uit maximaal 24 tekens bestaan. Voor bijzonderheden over de tekstinvoer, zie "Tekst invoeren" op pagina 12-3. U kunt het registratienummer wijzigen door [Nr.] aan te raken en vervolgens het toetsenblok te gebruiken om een nummer in te voeren.
Registreren/instellingen 9 IP-adressen registreren in het adresboek Volg onderstaande procedure om IP-adressen te registreren in het adresboek. 1 Geef scherm voor scan/faxprogramma registreren weer. – 2 Voor bijzonderheden over de weergavemethoden van het faxregistratiescherm, zie "Het faxregistratiescherm weergeven" op pagina 9-3. Druk op [Adresboek]. – In de modus Hulpprogramma kunt u cijfers die zijn weergegeven op knoppen invoeren en selecteren met het toetsenbord.
Registreren/instellingen 9 5 Druk op [Naam], geef de naam van het adres op en druk vervolgens op [OK]. – – – 6 Druk op [Index] om de zoekterm te registreren. – – – 7 De naam kan uit maximaal 24 tekens bestaan. Voor bijzonderheden over de tekstinvoer, zie "Tekst invoeren" op pagina 12-3. U kunt het registratienummer wijzigen door [Nr.] aan te raken en vervolgens het toetsenblok te gebruiken om een nummer in te voeren.
Registreren/instellingen 9 Adressen registreren in het adresboek vanuit het adresinstellingenscherm Adressen die zijn opgegeven met directe invoer kunt u registreren in het adresboek. 1 Geef het adres op via directe invoer. – Voor bijzonderheden over het opgeven van bestemmingen via directe invoer, zie "Opgeven door directe invoer" op pagina 3-20. 2 Druk op [Functie controle] in het linker deelscherm en druk vervolgens op [Functiecontrole]. 3 Druk op [Adres controleren/Registreren].
Registreren/instellingen 9 5 Geef de naam van het adres op en druk op [OK]. – – 6 Registreer het zoekteken en druk vervolgens op [OK]. – – – 9-10 De naam kan uit maximaal 24 tekens bestaan. Voor bijzonderheden over de tekstinvoer, zie "Tekst invoeren" op pagina 12-3. Druk op de zoekknop van het zoekteken dat u wilt registreren uit [Hoofd (vaak gebruikte adressen)] - [etc].
Registreren/instellingen 7 9 Controleer de geregistreerde inhoud. Druk vervolgens op [Ja] en dan op [OK]. – U kunt de geregistreerde naam wijzigen door op [Naam] te drukken. Na de wijzigingen wordt het indexscherm weergegeven. – U kunt zoektekens wijzigen door te drukken op [Index]. Het adres is geregistreerd. 8 Druk op [Sluit] tot het fax/scanscherm weer verschijnt.
Registreren/instellingen 9 Adresboek wijzigen Volg onderstaande procedure om het adresboek te wijzigen. 1 Geef scherm voor scan/faxprogramma registreren weer. – 2 Druk op [Adresboek]. – 3 Het registratienummer kan niet worden gewijzigd vanaf het scherm Bewerken. Selecteer het item dat u wilt wijzigen, wijzig de inhoud in het scherm dat wordt weergegeven en druk vervolgens op [OK].
Registreren/instellingen 9 Adressen verwijderen uit het adresboek Volg onderstaande procedure om adressen te verwijderen uit het adresboek. 2 Let op Als u een adres verwijdert uit het adresboek, wordt het ook verwijderd uit de groepen en programmaadressen waarin het voorkomt. 1 Geef scherm voor scan/faxprogramma registreren weer. – 2 Druk op [Adresboek]. – 3 Voor bijzonderheden over de weergavemethoden van het faxregistratiescherm, zie "Het faxregistratiescherm weergeven" op pagina 9-3.
Registreren/instellingen 9 9.3 Groepen registreren U kunt meerdere adressen uit het adresboek groeperen en registreren als groep. Dit is handig wanneer u hetzelfde bericht wilt rondzenden. U kunt maar liefst 100 groepen (01 - 99) registreren, inclusief de groepen die worden gebruikt bij scannerfuncties. U kunt per groep maximaal 500 adressen uit het adresboek registreren. Alleen adressen in een adresboek kunt u registreren in een groep.
Registreren/instellingen 9 Groepen registreren Volg onderstaande procedure om adressen te registreren in een groep. 1 Geef scherm voor scan/faxprogramma registreren weer. – 2 Voor bijzonderheden over de weergavemethoden van het faxregistratiescherm, zie "Het faxregistratiescherm weergeven" op pagina 9-3. Druk op [Groep]. – In de modus Hulpprogramma kunt u cijfers die zijn weergegeven op knoppen, invoeren en selecteren met het toetsenbord. Om [Groep] te openen typt u [2] op het toetsenbord.
Registreren/instellingen 9 5 Druk op [Nieuw]. 6 Selecteer de categorie van het adres dat u als groepsadres wilt registreren. – 7 Selecteer een geregistreerd adres voor de groep. – U kunt niet een internetfaxadres, een boxadres en een e-mailadres tegelijk registreren. – [Zoeken vanaf naam]: Selecteer deze knop om het adres in het adresboek te kunnen weergeven door op de indexletter te drukken.
Registreren/instellingen 9 Groepadressen wijzigen Volg onderstaande procedure om een adres in de groep te wijzigen. 1 Geef scherm voor scan/faxprogramma registreren weer. – 2 Druk op [Groep]. – 3 Druk op of op om naar de volgende of vorige pagina te gaan. U kunt het adres dat is geregistreerd in de groep controleren door de groep te selecteren en te drukken op [Functiecontrole].
Registreren/instellingen 9 Geregistreerde adressen uit de groep verwijderen Volg onderstaande procedure om adressen uit een groep te verwijderen. 2 Opmerking Wanneer u een adres uit een groep verwijdert, wordt het betreffende adres ook verwijderd als programma-adres. 1 Geef scherm voor scan/faxprogramma registreren weer. – 2 Druk op [Groep]. – 3 Druk op of op om naar de volgende of vorige pagina te gaan.
Registreren/instellingen 9.4 9 Programma-adressen registreren U kunt scaninstellingen, origineelinstellingen en communicatie-instelingen combineren met vaak gebruikte adressen en deze registreren als programma-adressen. In zulke geregistreerde programma-adressen kunt u functies zoals scaninstellingen, origineelinstellingen en communicatie-instellingen en geregistreerde adressen oproepen, opgeven en verzenden met een druk op de programmaknop.
Registreren/instellingen 9 4 Druk op [Paginalijst]. – – 5 Selecteer de paginaknop waarvoor u programma-adressen wilt registreren en druk op [OK]. – 6 Druk op of op om naar de volgende of vorige paginalijst te gaan. Druk op een niet-geregistreerde knop en vervolgens op [Kopieerprogr. reg.]. – 9-20 De programmaregistratie kan worden gegroepeerd tot pagina's. Druk op [Paginalijst] om op te geven dat programma-adressen worden weergegeven in pagina-eenheden.
Registreren/instellingen 7 9 Druk op [Naam], voer de naam van het programma-adres in en druk op [OK]. – – De naam kan uit maximaal 24 tekens bestaan. Voor bijzonderheden over tekstinvoer, zie "Tekst invoeren" op pagina 12-3. 8 Druk op [Adres]. 9 Druk op [Geregistreerd adres] of [Directe invoer] en voer een adres in. – – Wanneer u op [Sel. geregistreerd adres] hebt gedrukt, selecteert u het adres uit het adresboek of de groep om deze in te stellen. Ga verder met procedure 10.
Registreren/instellingen 9 – – [Index]: Selecteer deze knop om het adres in het adresboek te kunnen weergeven door op de indexletter te drukken. [Zoeken vanaf nummer]: Nummers die in gebruik zijn voor registratie worden weergegeven na elke 100 registraties. Adressen in het adresboek kunt u weergeven door te drukken op de nummerknop van het betreffende geregistreerde adres. Druk op of op om de knop van het weergegeven nummer te scrollen. 12 Druk op [Sluit]. Ga verder met procedure 16.
Registreren/instellingen 9 Programma-adressen verwijderen Volg onderstaande procedure om programma-adressen te verwijderen. 1 Druk op de toets [Fax/Scan] om het fax/scanscherm weer te geven. 2 Druk op de toets [Geheugenfunctie]. 3 Druk op [Paginalijst]. – – – 4 Druk op [Paginalijst] om op te geven dat programma-adressen worden weergegeven in paginaeenheden. Selecteer de paginaknop in het scherm Paginalijst, druk op [Wijzig paginanaam] en wijzig de weergegeven paginanaam.
Registreren/instellingen 9 5 Selecteer de knop van het programma dat u wilt verwijderen en druk op [Verwijderen]. – – 6 Druk op [Ja] in het bevestigingsscherm dat verschijnt en druk vervolgens op [OK]. – 7 Druk op of op om naar het vorige of volgende programma op de pagina te gaan. Selecteer het programma-adres en druk op [Functiecontrole] om de instellingen van het programma-adres te controleren. Druk op [Nee] om te stoppen met verwijderen en druk vervolgens op [OK]. Druk op de toets [Reset].
Registreren/instellingen 9.5 9 Het adresniveau wijzigen (Adresniveau-instelling) Instellingen voor adresniveau Met deze functie beveiligt u informatie door specifieke adresinformatie op te geven, zodat alleen een specifiek persoon toegang heeft. De functie kan worden gebruikt in combinatie met gebruikersauthenticatie en informatie op adresniveau die overeenkomt met het opgegeven gebruikerniveau dat toegankelijk is.
Registreren/instellingen 9 4 Druk op [Adresniveau-instelling]. 5 Druk op de adresknop waarvan u het niveau wilt wijzigen. 6 Selecteer in de lijst het adres waarvan u het niveau wilt wijzigen en druk op [Ref. permissieniveauinstelling]. – 7 Druk op de zoekknop van het zoekteken in het adresboekscherm om het geregistreerde adres weer te geven. Wijzig het niveau en druk op [OK]. – Druk op [Annuleren] om het wijzigen te stoppen. Het adresniveau is gewijzigd.
Registreren/instellingen 9.6 9 E-mailonderwerp en tekst registreren U kunt e-mailonderwerpen en tekst registreren. Hier procedures voor het registreren, wijzigen en verwijderen van het e-mailonderwerp en tekst en het instellen van de standaardwaarde. E-mailonderwerp registreren In onderstaande procedure wordt beschreven hoe u een e-mailonderwerp registreert. 0 U kunt 10 e-mailonderwerpen en tekst registreren. 1 Hiermee geeft u het fax/scanregistratiescherm weer. – 2 Druk op [E-mailinstel.].
Registreren/instellingen 9 4 Druk op [Nieuw]. 5 Druk op [Onderwerp]. 6 Typ het onderwerp in het scherm dat verschijnt en druk op [OK]. – – 7 U kunt maximaal 64 tekens opgeven voor een e-mailonderwerp. Voor bijzonderheden over de tekstinvoer, zie "Tekst invoeren" op pagina 12-3. Druk op [OK]. – Druk op [Annuleren] om de registratie te stoppen. De registratie wordt uitgevoerd en weergegeven in een lijst. 8 Druk op [Sluit].
Registreren/instellingen 9 E-mailonderwerp wijzigen In onderstaande procedure wordt beschreven hoe u een e-mailonderwerp wijzigt. 1 Geef scherm voor scan/faxprogramma registreren weer. – 2 Voor bijzonderheden over de weergavemethoden van het faxregistratiescherm, zie "Het faxregistratiescherm weergeven" op pagina 9-3. Druk op [E-mailinstel.]. – In de modus Hulpprogramma kunt u cijfers die zijn weergegeven op knoppen, invoeren en selecteren met het toetsenbord.
Registreren/instellingen 9 5 Druk op [Onderwerp]. 6 Wijzig het onderwerp in het scherm dat verschijnt en druk vervolgens op [OK]. – 7 Voor bijzonderheden over de tekstinvoer, zie "Tekst invoeren" op pagina 12-3. Druk op [OK]. – Druk op [Annuleren] om het wijzigen te stoppen. Het onderwerp wordt gewijzigd. 8 Druk op [Sluit]. – 9 Ga terug naar procedure 4 wanneer u de wijziging van onderwerpen wilt voortzetten. Druk op [Sluit] tot het fax/scanscherm weer verschijnt.
Registreren/instellingen 9 3 Druk op [E-mail onderwerp]. 4 Selecteer het standaard onderwerp dat u wilt instellen en druk vervolgens op [Inst. als standaard]. – – Druk op of op om naar de volgende of vorige pagina te gaan. Als u op [Functiecontrole] hebt gedrukt toen u het onderwerp selecteerde, kunt u de instellingenstatus bevestigen. Het geselecteerde onderwerp wordt ingesteld als standaardonderwerp. 5 Druk op [Sluit] tot het fax/scanscherm weer verschijnt.
Registreren/instellingen 9 E-mailonderwerp verwijderen In onderstaande procedure wordt beschreven hoe u een e-mailonderwerp verwijdert. 1 Geef scherm voor scan/faxprogramma registreren weer. – 2 Druk op [E-mailinstel.]. – In de modus Hulpprogramma kunt u cijfers die zijn weergegeven op knoppen, invoeren en selecteren met het toetsenbord. Voor [E-mail] typt u [3] op het toetsenbord. 3 Druk op [E-mail onderwerp]. 4 Selecteer de tekst die u wilt verwijderen en druk vervolgens op [Verwijd.].
Registreren/instellingen 5 9 Druk op [Ja] in het bevestigingsscherm dat verschijnt en druk vervolgens op [OK]. – Druk op [Nee] om te stoppen met verwijderen en druk vervolgens op [OK]. Het geselecteerd onderwerp wordt verwijderd. 6 Druk op [Sluit]. – 7 Ga terug naar procedure 4 als u nog meer wilt verwijderen. Druk op [Sluit] tot het fax/scanscherm weer verschijnt. E-mailtekst registreren In onderstaande procedure wordt beschreven hoe u e-mailtekst registreert.
Registreren/instellingen 9 4 Druk op [Nieuw]. 5 Druk op [Tekst]. 6 Typ de tekst in het scherm dat verschijnt en druk op [OK]. – – 7 U kunt maximaal 256 tekens opgeven voor een e-mailtekst. Voor bijzonderheden over de tekstinvoer, zie "Tekst invoeren" op pagina 12-3. Druk op [OK]. – Druk op [Annuleren] om de registratie te stoppen. De registratie wordt uitgevoerd en weergegeven in een lijst. 8 Druk op [Sluit].
Registreren/instellingen 9 E-mailtekst wijzigen In onderstaande procedure wordt beschreven hoe u e-mailtekst wijzigt. 1 Geef scherm voor scan/faxprogramma registreren weer. – 2 Voor bijzonderheden over de weergavemethoden van het faxregistratiescherm, zie "Het faxregistratiescherm weergeven" op pagina 9-3. Druk op [E-mailinstel.]. – In de modus Hulpprogramma kunt u cijfers die zijn weergegeven op knoppen, invoeren en selecteren met het toetsenbord. Voor [E-mailinstel.] typt u [3] op het toetsenbord.
Registreren/instellingen 9 5 Druk op [Tekst]. 6 Wijzig de tekst in het scherm dat verschijnt en druk vervolgens op [OK]. – 7 Voor bijzonderheden over de tekstinvoer, zie "Tekst invoeren" op pagina 12-3. Druk op [OK]. – Druk op [Annuleren] om het wijzigen te stoppen. De tekst wordt gewijzigd. 8 Druk op [Sluit]. – 9 9-36 Ga terug naar procedure 4 wanneer u het wijzigen van tekst wilt voortzetten. Druk op [Sluit] tot het fax/scanscherm weer verschijnt.
Registreren/instellingen 9 Standaard e-mailtekst instellen De standaard tekst die u hier instelt wordt gebruikt door internetfaxverzending. In onderstaande procedure wordt beschreven hoe u standaard e-mailtekst opgeeft. 1 Geef scherm voor scan/faxprogramma registreren weer. – 2 Druk op [E-mail instel.]. – 3 Voor bijzonderheden over de weergavemethoden van het faxregistratiescherm, zie "Het faxregistratiescherm weergeven" op pagina 9-3.
Registreren/instellingen 9 4 Selecteer het standaard onderwerp dat u wilt instellen en druk vervolgens op [Inst. als standaard]. – – Druk op of op om naar de volgende of vorige pagina te gaan. Als u op [Functiecontrole] hebt gedrukt toen u de tekst selecteerde, kunt u de instellingstatus controleren. De geselecteerde tekst wordt ingesteld als standaardtekst. 5 Druk op [Sluit] tot het fax/scanscherm weer verschijnt.
Registreren/instellingen 3 Druk op [E-mail tekst]. 4 Selecteer de tekst die u wilt verwijderen en druk vervolgens op [Verwijd.]. – – 5 9 Druk op of op om naar de volgende of vorige pagina te gaan. Als u op [Functiecontrole] hebt gedrukt toen u de tekst selecteerde, kunt u de instellingstatus controleren. Druk op [Ja] in het bevestigingsscherm dat verschijnt en druk vervolgens op [OK]. – Druk op [Nee] om te stoppen met verwijderen en druk vervolgens op [OK]. De geselecteerde tekst wordt verwijderd.
Registreren/instellingen 9 9.7 Geheugen RX gebruikersbox instellen Het ontvangen document wordt opgeslagen in de Geheugen RX gebruikersbox, wanneer [Geheugen RXinstelling] geldt in de modus Hulpprogramma. ! Detail Voor bijzonderheden over het afdrukken van een document dat is ontvangen in de Geheugen RXfunctie, zie "Omgaan het originelen die zijn ontvangen in het geheugen" op pagina 8-3.
10 De modus Hulpprogramma
De modus Hulpprogramma 10 De modus Hulpprogramma 10.1 Werken met de modus Hulpprogramma 10 De modus Hulpprogramma bevat instellingen met betrekking tot het beheer van het apparaat. Het is raadzaam vooraf een beheerder aan te wijzen voor dit apparaat. Zo voorkomt u verwarring. Hieronder vindt u de procedure voor het weergeven en afsluiten van [Gebruikersinstelling] en [Beheerderinstelling] vanuit de modus Hulpprogramma. ! Detail U kunt de modus Hulpprogramma opgeven in Web Connection.
De modus Hulpprogramma 10 Het beheerderinstellingscherm weergeven 1 Druk op de toets [Hulpprogramma] om het scherm van de modus Hulpprogramma weer te geven. 2 Druk op [Beheerderinstelling]. 3 Geef het beheerderwachtwoord op en druk vervolgens op [OK]. ! Detail U kunt het beheerderwachtwoord wijzigen in [Beveiligingsinstellingen]. De beheerder moet verantwoordelijk omgaan met het wachtwoord. Het beheerderinstellingscherm afsluiten % 10-4 Druk op [Sluit] tot het fax/scanscherm weer verschijnt.
De modus Hulpprogramma 10.2 10 Lijst Hulpprogrammamodus De volgende instellingen zijn beschikbaar in hulpprogrammabewerkingen met betrekking tot faxfuncties. wordt weergegeven bij internetfax. wordt weergegeven bij IP-adresfax. * is standaard ingesteld bij aanschaf. Fax/scaninstellingen Gebruikersinstelling > Aangepaste weergave inst. > Scan/faxinstellingen Hier geeft u de standaardinstellingen voor het fax/scanscherm op.
De modus Hulpprogramma 10 Standaard scan/faxinstellingen Gebruikersinstelling > Scan/fax instellingen > Standaard scan/faxinstel. Hier stelt u de standaardwaarden van het fax/scanscherm in. (pagina 10-18) Item Standaard scan/faxinstellingen Beschrijving Waarden die u kunt instellen Hier stelt u de standaardwaarden van het fax/scanfuncties in. Huidige instelling / Fabrieksstandaard Energiespaarinstelling Beheerderinstelling > Systeeminst.
De modus Hulpprogramma 10 Beheerder registreren Beheerderinstelling > Beheerder/machine-inst. > Beheerder registreren Hier geeft u het e-mailadres en het toestelnummer van de beheerder op. Dit e-mailadres wordt gebruikt als het afzenderadres (Van-adres) van IP-adresfax. (pagina 10-33) Item Beheerder registreren Beschrijving Waarden die u kunt instellen De beheerder van dit apparaat is geregistreerd.
De modus Hulpprogramma 10 E-mail TX (SMTP) Beheerderinstelling > Netwerkinstelling > E-mailinstellingen > E-mail TX (SMTP) Hier stelt u E-mailverzending (SMTP) in. (pagina 10-38) Andere instellingen van of E-mail TX (SMTP) worden niet gebruikt in internetfax. Voor bijzonderheden, zie Gebruiksaanwijzing – Netwerkscannerbewerkingen. Item Beschrijving Waarden die u kunt instellen Hier stelt u in of u de functie e-mailverzending (SMTP) al dan niet wilt gebruiken.
De modus Hulpprogramma 10 Instellingen netwerkfaxfuncties Beheerderinstelling > Netwerkinstelling > Netwerkfaxinstelling > Instellingen netwerkfaxfuncties Hier geeft u instellingen op met betrekking tot netwerkfax. (pagina 10-42) Item Beschrijving Waarden die u kunt instellen IP-adres-faxfunctie Wilt u IP-adresfax gebruiken, dan zet u deze [AAN]. AAN / UIT* Internetfaxfunctie Wilt u internetfax gebruiken, dan zet u deze [AAN].
De modus Hulpprogramma 10 Koptekst/voettekst positie (TTI/RTI) Beheerderinstelling > Faxinstelling > Koptekst/voettekstpositie Hier geeft u op waar de kop- en voettekst wordt afgedrukt. (pagina 10-50) Item Beschrijving Waarden die u kunt instellen Koptekstpositie Hier stelt u in waar de koptekst wordt afgedrukt. De functie [Buiten tekst] kunt u niet gebruiken bij Internetfax/IPadresfax. Koptekst wordt toegevoegd in het origineel ook al is [Buiten tekst] ingesteld.
De modus Hulpprogramma 10 Item Beschrijving Waarden die u kunt instellen Afdrukpapierform. Hier stelt u het papierformaat in waarop het ontvangen document wordt afgedrukt. De standaardinstelling verschilt naargelang de instellingen van [Inch-papier priorit.boven A4]. A3 / B4 / A4* / 81/2 e 11 / 81/2 e 14 / 11 e 17 Cassette selectie voor RX afdruk *2 Hier stelt u de papierlade in voor de uitvoer van ontvangen documenten.
De modus Hulpprogramma 10 Rapportinstellingen Beheerderinstelling > Faxinstelling > Rapportinstellingen Hier stelt u de methode in om rapporten af te drukken (pagina 10-60). Item Activiteitenrapport Beschrijving Waarden die u kunt instellen Hier stelt u in of het rapport wordt afgedrukt en wanneer. AAN* / UIT De volgende instellingen kunt u opgeven bij [AAN].
De modus Hulpprogramma 10 Item Geavanceerde instellingen internetfax Beschrijving Waarden die u kunt instellen MDN-aanvraag Hier stelt u in of een MDN-aanvraag wordt verzonden. Ja* / Niet verzenden DSN-aanvraag Hier stelt u in of een DSN-aanvraag wordt verzonden. Ja / Niet verzenden* MDN-antwoord Hier stelt u in of een MDN-antwoord wordt verzonden. Ja* / Niet verzenden MDN/DSNantwoordbewakingstijd Hier stelt u in of een MDN/DSNantwoord wordt verzonden.
De modus Hulpprogramma 10 10.3 Standaardinstelling opgeven van fax/scanscherm (Scan/faxinstellingen) Hier geeft u de standaardinstellingen voor het fax/scanscherm op. Het item dat u hier selecteert wordt weergegeven als standaardwaarde. Standaard tab: LDAP zoeken/Opdrachtlogboek/Adresboek*/Directe invoer Hier stelt u de standaardwaarden van adreskolomweergave van fax/scanscherm in.
De modus Hulpprogramma 3 Druk op [Scan/fax-instellingen]. 4 Selecteer de items die u wilt instellen. 5 Druk op de knop voor het item dat u wilt instellen, van de weergegeven items. – 6 10 Er kunnen twee sneltoetsen worden geprogrammeerd. Als de optionele afbeeldingscontroller IC-409 is geïnstalleerd, kan slechts één sneltoets worden geprogrammeerd. Druk op [OK]. De instellingen zijn gewijzigd. 7 Druk op [Sluit] tot het fax/scanscherm weer verschijnt.
De modus Hulpprogramma 10 10.4 Het scherm instellen tijdens een faxbewerking (Fax actief scherm) Hier stelt u in of u berichten wilt weergeven tijdens zenden en ontvangen. TX weergave: AAN / UIT* Hier stelt u in of het bericht "Bezig met verzenden" wordt weergegeven. RX weergave: AAN / UIT* Hier stelt u in of het bericht "Bezig met ontvangen" wordt weergegeven. * is standaard ingesteld bij aanschaf.
De modus Hulpprogramma 4 Selecteer [TX weergave] of [RX weergave]. 5 Druk op [Ja] of op [Nee]. 6 Druk op [OK]. – 7 10 De instellingen zijn gewijzigd. Druk op [Sluit] tot het fax/scanscherm weer verschijnt.
De modus Hulpprogramma 10 10.5 Standaardinstelling van faxfunctie instellen (Standaard scan/faxinstellingen) Hiermee stelt u de standaardwaarde van de scan/faxfunctie in. U kunt instellen welke fax/scanfuncties zijn geselecteerd wanneer u de hoofdschakelaar [AAN] zet of wanneer u op de toets [Reset] drukt.
De modus Hulpprogramma 4 10 Druk op [Huidige instellingen] of [Fabrieksstandaard] en vervolgens op [OK]. De instellingen zijn gewijzigd. 5 Druk op [OK]. 6 Druk op [Sluit] tot het fax/scanscherm weer verschijnt.
De modus Hulpprogramma 10 10.6 Voorwaarden voor overgang op spaarfunctie opgeven (Energiespaarfunctie openen) Hier stelt u de instellingen voor de energiespaarfunctie in. Energiespaarfunctie openen: Normaal / Direct* Hier geeft u op of na ontvangst van een fax in energiespaarstand direct wordt overgeschakeld op energiespaarstand, of na een vaste periode en na voltooien van het afdrukken (normaal). * is standaard ingesteld bij aanschaf.
De modus Hulpprogramma 5 Druk op de knop voor het item dat u wilt instellen, van de weergegeven items. 6 Druk op [OK]. 10 De instellingen zijn gewijzigd. 7 Druk op [Sluit] tot het fax/scanscherm weer verschijnt.
De modus Hulpprogramma 10 10.7 Opgeven wanneer het verboden is de adresregistratie te wijzigen (Adressen registreren en wijzigen) Hier stelt u in of wijzigingen in het geregistreerde faxadres zijn toegestaan. Adressen registr. en wijzigen: Toestaan */ Beperken * is standaard ingesteld bij aanschaf. 1 Zie "Het beheerderinstellingscherm weergeven" op pagina 10-4 alvorens het scherm Beheerderinstelling te openen. 2 Druk op [Systeeminst.].
De modus Hulpprogramma 5 Druk op [Adressen registreren en wijzigen] en druk vervolgens op [Beperk ]. 6 Druk op [OK]. 10 De instellingen zijn gewijzigd. 7 Druk op [Sluit] tot het fax/scanscherm weer verschijnt.
De modus Hulpprogramma 10 10.8 Instellen of het is toegestaan naar meerdere adressen te verzenden (Verzendadres beperken) Hier stelt u in of verzending naar meerdere adressen verboden is. Verzendadres beperken: AAN / UIT* * is standaard ingesteld bij aanschaf. 1 Zie "Het beheerderinstellingscherm weergeven" op pagina 10-4 alvorens het scherm Beheerderinstelling te openen. 2 Druk op [Systeeminst.]. – – 10-24 Sommige items worden mogelijk niet volgens de ingestelde opties weergegeven.
De modus Hulpprogramma 5 Druk op [Verzendadres beperken] en vervolgens op [AAN]. 6 Druk op [OK]. 10 De instellingen zijn gewijzigd. 7 Druk op [Sluit] tot het fax/scanscherm weer verschijnt.
De modus Hulpprogramma 10 10.9 Instellingen opgeven voor afdruk van het stempel (Stempelinstellingen) Hiermee geeft u op of de functie Annotatie en Stempel/pagina afdrukken wilt gebruiken. ! Detail Voor bijzonderheden over de Annotatiefunctie, zie de Gebruiksaanwijzing – Mapbewerkingen; voor bijzonderheden over de functie Stempel/compositie, zie Gebruikershandleiding – Netwerkscannerbewerkingen. Fax-TX-instellingen: Annuleren */ Niet annuleren * is standaard ingesteld bij aanschaf.
De modus Hulpprogramma 4 Druk op [Stempelinstellingen]. 5 Druk op [Fax TX-inst.]. 6 Druk op [Niet annuleren]. 7 Druk op [OK]. 10 De instellingen zijn gewijzigd. 8 Druk op [Sluit] tot het fax/scanscherm weer verschijnt.
De modus Hulpprogramma 10 10.10 De bestemmingsinformatie beschermen Toegang tot adressen beperken Hier stelt u het adresniveau voor informatiepermissie in. Groep registreren: 1-20 Hier registreert u groepen die worden gebruikt in de adresniveau-instellingen. Adresniveau-instelling: Niveau 0*- Niveau 5, Referentie toegelaten niveau Hier stelt u het adresniveau van adresboek, groep of programma-adres in. De groepen registreren Hier registreert u groepen die worden gebruikt in de adresniveau-instellingen.
De modus Hulpprogramma 4 Druk op [Groep registreren]. 5 Druk op een knop voor een niet-geregistreerde groep. 6 Druk op [Bewerken]. – 7 10 Bijzonderheden van de knop Groep kunt u bekijken door te drukken op de knop van de geregistreerde groep en vervolgens te drukken op de knop [Details]. Druk op [Groepsnaam].
De modus Hulpprogramma 10 8 Typ de groepsnaam en druk vervolgens op [OK]. 9 Selecteer "Toelaatbaar referentieniveau". 10 Druk op [OK]. De groepen zijn geregistreerd. 11 Druk op [OK]. – 12 Ga terug naar procedure 5 wanneer u de registratie wilt voortzetten. Druk op [Sluit] tot het fax/scanscherm weer verschijnt. Adresniveau-instellingen opgeven Hier stelt u het adresniveau van adresboek, groep of programma-adres in.
De modus Hulpprogramma 3 Druk op [Toegang tot adressen beperken]. 4 Druk op [Adresniveau-instelling]. 5 Selecteer het soort adres waarvan u het niveau wilt instellen.
De modus Hulpprogramma 10 6 Selecteer in de lijst het soort adres waarvan u het niveau wilt instellen. 7 Stel het adresniveau in. – Voor het instellen van een adresniveau dat is geregistreerd door [Groep registreren] als groep, druk u op [Groep toepassen]. Vervolgens drukt u op een groepknop en dan op [OK]. – Wanneer u het adresniveau wilt instellen, drukt u op [Niveau toepassen] en op de niveauknop. Druk vervolgens op [OK]. Het adresniveau is ingesteld.
De modus Hulpprogramma 10.11 10 E-mailadres van beheerder registreren (Beheerderregistratie) Hier geeft u het e-mailadres en het toestelnummer van de beheerder op. Dit e-mailadres wordt gebruikt als het afzenderadres (Van-adres) van IP-adresfax. 1 Zie "Het beheerderinstellingscherm weergeven" op pagina 10-4 alvorens het scherm Beheerderinstelling te openen. 2 Druk op [Beheerder/machine-inst.]. – – Sommige items worden mogelijk niet volgens de ingestelde opties weergegeven.
De modus Hulpprogramma 10 10.12 E-mailadres van dit apparaat registreren (Machineadres registreren) Hier stelt u het e-mailadres in van het apparaat dat wordt gebruikt voor internetfax. Bij internetfaxverzending komt het [E-mailadres] in het afzenderadres (Van-adres) en de [Machinenaam] in het Onderwerp ("Bericht van (machinenaam)"). 1 Zie "Het beheerderinstellingscherm weergeven" op pagina 10-4 alvorens het scherm Beheerderinstelling te openen. 2 Druk op [Beheerder/machine-inst.].
De modus Hulpprogramma 4 10 Stel de vereiste instellingen in en druk op [OK]. De instellingen zijn gewijzigd. 5 Druk op [Sluit] tot het fax/scanscherm weer verschijnt.
De modus Hulpprogramma 10 10.13 TCP/IP instellen (TCP/IP-instelling) Hiermee stelt u het apparaat in voor gebruik in de netwerkomgeving. TCP/IP instelling: AAN */ UIT * is standaard ingesteld bij aanschaf. 2 Opmerking Voor bijzonderheden, zie Gebruiksaanwijzing – Netwerkscannerbewerkingen. 1 Zie "Het beheerderinstellingscherm weergeven" op pagina 10-4 alvorens het scherm Beheerderinstelling te openen. 2 Druk op [Netwerkinstelling].
De modus Hulpprogramma 4 10 Druk op [AAN] en vervolgens op [IP instelling]. – Voor bijzonderheden, zie Gebruiksaanwijzing – Netwerkscannerbewerkingen. 5 Stel de vereiste instellingen in en druk op [OK]. 6 Druk op [OK]. Hiermee geeft u het bericht weer om de machine opnieuw op te starten. 7 Zet de hoofdschakelaar van dit apparaat uit en weer aan en start opnieuw op. 2 Let op Nadat u de hoofdschakelaar van dit apparaat UIT hebt gezet, wacht u meer dan 10 seconden voordat u hem AAN zet.
De modus Hulpprogramma 10 10.14 E-mailverzendinstellingen opgeven (E-mail-TX (SMTP)) Hier stelt u E-mailverzending (SMTP) in. E-mail-TX (SMTP): AAN */ UIT Hier stelt u in of u e-mailverzending (SMTP) al dan niet wilt gebruiken. Scan naar E-mail AAN* / UIT SMTP-serveradres: Hier stelt u het IP-adres en de hostnaam van de SMTP-server in. Verbindingstime-out: 30 - 300 (60 seconden*) Hier stelt u een verbindingstime-out in.
De modus Hulpprogramma 3 Druk op [E-mail inst.]. 4 Druk op [E-mail TX (SMTP)]. 5 Geef de vereiste instellingen op. – 6 10 Druk op [Doorst] om het volgende scherm weer te geven en druk op [Achter] om het vorige scherm weer te geven. Druk op [OK]. De instellingen zijn gewijzigd. 7 Druk op [Sluit] tot het fax/scanscherm weer verschijnt.
De modus Hulpprogramma 10 10.15 E-mailontvangstinstellingen opgeven (E-mail RX (POP)) Hiermee stelt u e-mailontvangst (POP) in. E-mail RX (POP): AAN* / UIT Hier stelt u in of u e-mailontvangst al dan niet wilt gebruiken. POP-serveradres: Hier stelt u het IP-adres en de hostnaam van de POP-server in. Verbindingstime-out: 30 – 300 (30 seconden*) Hier stelt u een verbindingstime-out in. Loginnaam: Hiermee stelt u de loginnaam voor de POP-server in.
De modus Hulpprogramma 3 Druk op [E-mail inst.]. 4 Druk op [E-mail RX (POP)]. 5 Geef de vereiste instellingen op. – 6 10 Druk op [Doorst] om het volgende scherm weer te geven en druk op [Achter] om het vorige scherm weer te geven. Druk op [OK]. De instellingen zijn gewijzigd. 7 Druk op [Sluit] tot het fax/scanscherm weer verschijnt.
De modus Hulpprogramma 10 10.16 Netwerkfaxfunctie activeren (Instellingen netwerkfaxfuncties) Hier stelt u in wanneer de internetfaxfunctie en de IP-adresfaxfunctie worden gebruikt. IP-adresfaxfunctie: AAN / UIT* Wilt u IP-adresfax gebruiken, dan zet u deze AAN. Internetfaxfunctie: AAN / UIT* Wilt u internetfax gebruiken, dan zet u deze AAN. * is standaard ingesteld bij aanschaf. ! Detail U hebt de optionele faxkit nodig om de IP-adresfunctie te kunnen gebruiken.
De modus Hulpprogramma 4 Druk op [Netwerkfaxinstelling]. 5 Druk op [Instellingen netwerkfaxfuncties]. 6 Selecteer de items die u wilt instellen en selecteer vervolgens [AAN]. – 7 10 Sommige items worden mogelijk niet volgens de ingestelde opties weergegeven. Druk op [OK]. De instellingen zijn gewijzigd. 8 Druk op [Sluit] tot het fax/scanscherm weer verschijnt.
De modus Hulpprogramma 10 10.17 SMTP verzend- en ontvangstinstellingen opgeven (Netwerkfaxinstelling) Hier geeft u instellingen op met betrekking tot SMTP-verzending en ontvangst van IP-adresfax. SMTP TX instellingen Poortnr.: Hier stelt u het poortnummer bij de SMTP-verzending in: 1 - 6553 (25*) Verbindingstime-out: Hier stelt u de verbindingstime-out bij SMTP-verzending in: 30 - 300 (60 seconden*) SMTP RX-instelling: AAN* / UIT Hiermee stelt u in of u de SMTP-functie gebruikt.
De modus Hulpprogramma 10 3 Druk op [Doorst 4 Druk op [Netwerkfaxinstelling]. 5 Druk op [SMTP TX-instellingen] of [SMTP RX-instellingen]. CS250/CS240/CS231 ].
De modus Hulpprogramma 10 6 7 Geef de vereiste instellingen op. – Bij [SMTP TX-instellingen] – Bij [SMTP RX-instellingen] Druk op [OK]. De instellingen zijn gewijzigd. 8 10-46 Druk op [Sluit] tot het fax/scanscherm weer verschijnt.
De modus Hulpprogramma 10.18 10 Naam en faxnummer afzender registreren (Koptekstinstellingen) Hier registreert u de naam en het faxnummer van de afzender. Afzender: max. 30 tekens De geregistreerde naam wordt bij de geadresseerde als koptekst afgedrukt op de ontvangen documenten. Faxnummer afzenders: max. 20 tekens 0 - 9, +, spatie, * en # Het geregistreerde faxnummer wordt bij de geadresseerde als koptekst afgedrukt op de ontvangen documenten.
De modus Hulpprogramma 10 4 Druk op [Afzender]. 5 Selecteer de lijst die u wilt registreren, druk op [Nieuw], geef de Naam afzender op en druk op [OK]. – – – – – – Druk op of op om naar de volgende of vorige pagina te gaan. Druk op [Bewerken] wanneer u reeds geregistreerde afzendernamen wilt corrigeren. Druk op [Verwijderen] wanneer u reeds geregistreerde afzendernamen wilt verwijderen. U kunt maximaal 20 afzendernamen registreren.
De modus Hulpprogramma 9 Geef het faxnummer op met het toetsenbord, [+], [spatie], – 10 , en druk op [OK]. Als u alle ingevoerde tekens wilt verwijderen, drukt u op de toets [C] (wissen) op het bedieningspaneel. – – – – – [+]: Hiermee voert u een + in [Spatie]: Hiermee voert u een spatie in. : Hiermee verplaatst u de cursor naar links. : Hiermee verplaatst u de cursor naar rechts. [Verwijderen]: Hiermee verwijdert u 1 teken tegelijk op de positie van de cursor.
De modus Hulpprogramma 10 10.19 Methode opgeven voor het instellen van de afzender/ontvangstinformatie (Koptekst/Voetttekst positie) Hier geeft u op waar de kop- en voettekst wordt afgedrukt. De kop- en voettekst wordt respectievelijk op de volgende plaatsen afgedrukt. Koptekstpositie Binnen tekst: afzenderinformatie wordt op het document geschreven en vervolgens afgedrukt. Buiten tekst*: afzenderinformatie wordt afgedrukt buiten het document. UIT: Er wordt geen afzenderinformatie afgedrukt.
De modus Hulpprogramma 3 Druk op [Koptekst/voettekstpositie]. 4 Selecteer de items die u wilt instellen. 5 Druk op de knop voor het item dat u wilt instellen, van de weergegeven items. 6 Druk op [OK]. 10 De instellingen zijn gewijzigd. 7 Druk op [Sluit] tot het fax/scanscherm weer verschijnt.
De modus Hulpprogramma 10 10.20 De verzend/ontvangstmodus opgeven (Telefoonlijninstellingen) Bij IP-adresfax stelt u het aantal malen automatisch herkiezen en het interval daarvoor in. Normaliter worden deze instellingen gedeeld met faxfuncties. Andere instellingen worden niet gebruikt in IPadresfax. Aantal opnieuw kiezen: 0-7 maal (3 maal*) Hier stelt u in hoe vaak herkiezen wordt toegepast als de ontvanger niet reageert (toestel bezet, enz.
De modus Hulpprogramma 4 Selecteer de items die u wilt instellen. 5 Druk op de knop voor het item dat u wilt instellen, van de weergegeven items. 6 Druk op [OK]. 10 De instellingen zijn gewijzigd. 7 Druk op [Sluit] tot het fax/scanscherm weer verschijnt.
De modus Hulpprogramma 10 10.21 Instellingen van verzend- en ontvangstmodus (TX/RX-instelling) Hier stelt u de afdrukmethode bij SMTP-ontvangst in. Duplex afdruk (RX): AAN / UIT* Wanneer u deze optie [AAN] zet, wordt het ontvangen document dubbelzijdig afgedrukt. Wanneer [Afzonderlijke faxpagina's afdrukken] [AAN] staat, wordt deze optie niet weergegeven. Inch-papier priorit.
De modus Hulpprogramma 10 3 Druk op [TX/RX instelling]. 4 Selecteer de items die u wilt instellen. – Druk op of op om naar de volgende of vorige pagina te gaan. 5 Druk op de knop voor het item dat u wilt instellen, van de weergegeven items. 6 Druk op [OK]. De instellingen zijn gewijzigd. 7 Druk op [Sluit] tot het fax/scanscherm weer verschijnt.
De modus Hulpprogramma 10 10.22 Functie AAN / UIT instellingen opgeven (Functie AAN/UIT instelling) Hier geeft u AAN / UIT op voor instellingen van verzending of ontvangst voor netwerkfax. Bestem. controle weergavefunctie: AAN / UIT* Hier stelt u in of de lijst opgegeven bestemmingen wordt weergegeven bij het verzenden van de fax. * is standaard ingesteld bij aanschaf. ! Detail Andere items dan de Bestemming controle weergavefunctie worden niet gebruikt in netwerkfax.
De modus Hulpprogramma 4 10 Druk op [Functie AAN / UIT instelling]. – Wanneer een van de functies [Geheugen RX instelling], [Doorschakel TX instelling], [Fax RX instelling], [TSI gebruikersboxinstelling] actief is, worden de andere items niet weergegeven. 5 Selecteer de items die u wilt instellen. 6 Druk op de knop voor het item dat u wilt instellen, van de weergegeven items. 7 Druk op [OK]. De instellingen zijn gewijzigd. 8 Druk op [Sluit] tot het fax/scanscherm weer verschijnt.
De modus Hulpprogramma 10 10.23 Instellingen opgeven voor geheugenontvangst (Geheugen RXinstelling) Hiermee stelt u in of de functie Geheugen-RX wordt gebruikt. Wanneer deze instellingen geactiveerd zijn, stelt u een wachtwoord in (max. 8 cijfers) voor het afdrukken. Geheugen RX houdt in dat het ontvangen document wordt afgedrukt, na enige tijd in het geheugen te zijn opgeslagen. Het wordt niet direct afgedrukt, maar nadat u daartoe opdracht geeft.
De modus Hulpprogramma 10 4 Druk op [Geheugen RX instelling]. 5 Druk op [Nee] en controleer of de cursor op de kolom voor wachtwoordinvoer staat. Geef vervolgens het wachtwoord op dat moet worden ingevoerd alvorens af te drukken (max. 8 posities). 6 Druk op [OK]. De instellingen zijn gewijzigd. 7 Druk op [Sluit] tot het fax/scanscherm weer verschijnt.
De modus Hulpprogramma 10 10.24 Opgeven hoe rapporten worden afgedrukt (Rapportinstellingen) Hiermee stelt u in hoe rapporten worden afgedrukt. Activiteitenrapport: AAN* / UIT Wanneer u[AAN] instelt, geeft u de volgende instellingen op: Uitvoerinstelling: Na 100 com.100 / per dag Hiermee stelt u in of - en zo ja wanneer - het actieve rapport wordt afgedrukt. TX rapport: AAN / Als TX mislukt* / UIT Hiermee stelt u in of - en zo ja wanneer - het TX-rapport wordt afgedrukt.
De modus Hulpprogramma 10 1 Zie "Het beheerderinstellingscherm weergeven" op pagina 10-4 alvorens het scherm Beheerderinstelling te openen. 2 Druk op [Faxinstelling]. – – Sommige items worden mogelijk niet volgens de ingestelde opties weergegeven. In de modus Hulpprogramma kunt u cijfers die zijn weergegeven op knoppen, invoeren en selecteren met het toetsenbord. Om [Faxinstelling] te openen typt u [8] op het toetsenbord. 3 Druk op [Overzichtinstellingen].
De modus Hulpprogramma 10 5 Druk op de knop voor het item dat u wilt instellen, van de weergegeven items. 6 Druk op [OK]. De instellingen zijn gewijzigd. 7 10-62 Druk op [Sluit] tot het fax/scanscherm weer verschijnt.
De modus Hulpprogramma 10.25 10 Netwerkfaxfunctie opgeven (Netwerkfaxinstelling) Hier stelt u de netwerkfaxfuncties in. Zwart compressie niveau: MMR*/MR/MH Zwartcompressieniveau wordt ingesteld als compressiemethode voor monochroom verzenden. Eigen ontvangstmogelijkheden internetfax Type compressie: MMR/MR/MH Hier stelt u de ontvangstmogelijkheid qua compressie in. Papierformaat: A3/B4/A4 Hier stelt u de ontvangstmogelijkheid qua papierformaat in.
De modus Hulpprogramma 10 3 Druk op [Netwerkfaxinstelling]. 4 Selecteer de items die u wilt instellen.
De modus Hulpprogramma 5 – Bij [Eigen ontvangstmogelijkheden internetfax] Als "Maximale resolutie" is ingesteld op [400e400 (superfijn)] in [Geavanceerde instellingen internetfax] van de modus Hulpprogramma, wordt [600e600 (ultrafijn)] niet weergegeven. – Bij [Geavanceerde instellingen internetfax] 10 Stel de vereiste items in en druk op [OK]. De instellingen zijn gewijzigd. 6 Druk op [Sluit] tot het fax/scanscherm weer verschijnt.
De modus Hulpprogramma 10 10.26 Directe invoer van faxnummer verbieden (Handmatige adresinvoer) Hier stelt u in of handmatige adresinvoer is toegestaan. Handmatige adresinvoer: Toestaan* / Beperken * is standaard ingesteld bij aanschaf. 1 Zie "Het beheerderinstellingscherm weergeven" op pagina 10-4 alvorens het scherm Beheerderinstelling te openen. 2 Druk op [Beveiligingsinstellingen]. – – 10-66 Sommige items worden mogelijk niet volgens de ingestelde opties weergegeven.
De modus Hulpprogramma 5 Druk op [Beperk]. 6 Druk op [OK]. 10 Directe invoer van faxnummer is verboden. 7 Druk op [Sluit] tot het fax/scanscherm weer verschijnt.
De modus Hulpprogramma 10 10.27 Faxverzendfunctie verbieden (Fax TX verbieden) Hier stelt u in of faxverzending is verboden. Als [Fax TX verbieden] [AAN] staat, verschijnt de faxfunctie niet op het fax/scanscherm. Fax TX verbieden: AAN / UIT* De faxverzendfunctie is verboden. * is standaard ingesteld bij aanschaf. 1 Zie "Het beheerderinstellingscherm weergeven" op pagina 10-4 alvorens het scherm Beheerderinstelling te openen. 2 Druk op [Beveiligingsinstellingen].
De modus Hulpprogramma 10 4 Druk op 5 Druk op [Fax TX verbieden]. 6 Druk op [AAN]. 7 Druk op [OK]. . De faxverzendfunctie is verboden. 8 Druk op [Sluit] tot het fax/scanscherm weer verschijnt.
De modus Hulpprogramma 10 10.28 Instellingen opgeven zodat het faxnummer niet wordt weergegeven (Persoonlijke info verbergen) Hier stelt u in of de documentatielijst van het scherm Opdrachtlijst wordt weergegeven. Persoonlijke info verbergen: AAN / UIT* * is standaard ingesteld bij aanschaf. 1 Zie "Het beheerderinstellingscherm weergeven" op pagina 10-4 alvorens het scherm Beheerderinstelling te openen. 2 Druk op [Beveiligingsinstellingen].
De modus Hulpprogramma 5 Druk op [Persoonlijke info verbergen]. 6 Druk op [AAN]. 7 Druk op [OK]. 10 Het faxnummer is verborgen. 8 Druk op [Sluit] tot het fax/scanscherm weer verschijnt.
De modus Hulpprogramma 10 10.29 Instellingen opgeven zodat de communicatiehistorie niet wordt weergegeven (Activiteitenlogboek weergeven) Hier stelt u in of het activiteitenlogboek wordt weergegeven. Activiteitenlogboek weerg.: AAN* / UIT * is standaard ingesteld bij aanschaf. 1 Zie "Het beheerderinstellingscherm weergeven" op pagina 10-4 alvorens het scherm Beheerderinstelling te openen. 2 Druk op [Beveiligingsinstellingen].
De modus Hulpprogramma 5 Druk op [Activiteitenlogboek weerg.] 6 Druk op [UIT]. 7 Druk op [OK]. 10 Communicatiehistorie blijft verborgen. 8 Druk op [Sluit] tot het fax/scanscherm weer verschijnt.
10 10-74 De modus Hulpprogramma CS250/CS240/CS231
11 Rapporten en lijsten
Rapporten en lijsten 11 11 Rapporten en lijsten 11.1 Soorten rapporten en lijsten Dit apparaat drukt de volgende soorten rapporten en lijsten af. Rapporten Onder rapporten vallen handmatig afgedrukte rapporten, rapporten waarvoor u de afdrukmethode kunt instellen en rapporten waarvoor u desgewenst een afdrukopdracht kunt geven. Naam rapport Beschrijving Activiteitenrapport In dit rapport wordt verzending en ontvangst gedocumenteerd.
Rapporten en lijsten 11 11.2 Activiteitenrapport Conventies van activiteitenrapport In het Activiteitenrapport worden verzending en ontvangst gedocumenteerd. In totaal worden 100 communicaties gedocumenteerd, op verschillende pagina's voor verzending en ontvangst. Het Activiteitenrapport wordt automatisch afgedrukt. Ook kunt u alleen verzenddocumentatie (TX-rapport), alleen ontvangstdocumentatie (RX-rapport) en verzend- en ontvangstdocumentatie (Activiteitenrapport) afdrukken wanneer u dit wenst. Nr.
Rapporten en lijsten 11 Item Beschrijving Geheugen vol Geeft aan dat een fax niet werd ontvangen omdat het faxarchiefgeheugen vol raakte tijdens ontvangst. LOVR Lengte ontvangst te lang. Geeft aan wanneer de standaardlengte voor ontvangen documenten wordt overschreden. POVR Ontvangst te groot aantal pagina´s Geeft aan dat het aantal te ontvangen pagina's groter is dan 2000. FIL Bestandsfout. Geeft aan dat het te ontvangen bestandstype niet wordt ondersteund.
Rapporten en lijsten 11 Handmatig afdrukken U kunt als volgt afdrukken. 11-6 1 Druk op [Opdr. lijst]. 2 Druk op [Opdrachtdetails]. 3 Druk op [Verzenden]. 4 Druk op [Opdr. hist.]. 5 Druk op [Comm. lijst]. 6 Druk op [Fax TX-lijst].
Rapporten en lijsten 7 11 Druk op [Activit. rapport], [TX rapport] of [RX rapport] en druk vervolgens op de toets [Start]. Het rapport wordt afgedrukt.
Rapporten en lijsten 11 11.3 TX-rapport Conventies van het communicatierapport Adres: De volgende aspecten zijn beschreven. Naam die bij de bestemming staat geregistreerd in het adresboek of in het programma Adres van geadresseerde Starttijd: Hier wordt vermeld wanneer de communicatie startte. Tijd: in de notatie "--:--:--". Afdr.: Hier wordt het aantal verzonden pagina's vermeld. Bij geheugenverzending wordt het aantal verzonden pagina en het totaal aantal pagina's genoteerd in breuken.
Rapporten en lijsten 11 Handmatig afdrukken Het scherm Contr. TX result.rapport verschijnt bij elke verzending wanneer [Contr. TX result.rapport] van de modus Hulpprogramma [AAN] staat. U drukt een verzendrapport af door op [JA] te drukken. Dit rapport wordt niet afgedrukt wanneer u op [Nee] drukt. 2 Opmerking Voor bijzonderheden over [Contr. TX result.rapport], zie "Opgeven hoe rapporten worden afgedrukt (Rapportinstellingen)" op pagina 10-60.
Rapporten en lijsten 11 11.4 Verzendrapport Verzendrapport wordt automatisch afgedrukt wanneer een sequentiële verzending is voltooid. U kunt "AAN /UIT" instellen in het [Sequentieel TX rapport] van de modus Hulpprogramma. U kunt het tijdstip van de rapportuitvoer (alle bestemmingen / elke bestemming) opgeven in [Verzendresultatenrapport].
Rapporten en lijsten 11 Opmerkingen: Geeft een van de volgende situaties aan bij netwerkfax.
Rapporten en lijsten 11 11.5 Internetfax RX-foutrapport Dit rapport wordt afgedrukt wanneer Internetfax/IP-adresfax niet normaal kan worden ontvangen, wanneer [Netwerkfax RX foutrapport] van de modus Hulpprogramma [AAN] staat. U kunt AAN / UIT instellen in [Netwerkfax RX foutrapport] van de modus Hulpprogramma. 2 Opmerking Voor bijzonderheden over [Netwerkfax RX foutrapport], zie "Opgeven hoe rapporten worden afgedrukt (Rapportinstellingen)" op pagina 10-60.
Rapporten en lijsten 11.6 11 Internetfax ontvangstrapport (MDN) Het bericht wordt automatisch afgedrukt wanneer als er antwoord komt op de openingscontrole van de afzender. Opgeven of afdrukken mogelijk is in [MDN-bericht] van de modus Hulpprogramma. 2 Opmerking Voor bijzonderheden over [MDN-bericht], zie "Opgeven hoe rapporten worden afgedrukt (Rapportinstellingen)" op pagina 10-60. Van: Geeft het e-mailadres van de afzender aan.
Rapporten en lijsten 11 11.7 Internetfax ontvangstrapport (DSN) Wanneer DSN van de afzender bij e-mailontvangst wordt ontvangen op de mailserver van de geadresseerde, wordt dit bericht automatisch afgedrukt. Opgeven of afdrukken mogelijk is in [DSN-bericht] van de modus Hulpprogramma. 2 Opmerking Voor bijzonderheden over [DSN-bericht], zie "Opgeven hoe rapporten worden afgedrukt (Rapportinstellingen)" op pagina 10-60. Van: Geeft het e-mailadres van de afzender aan.
Rapporten en lijsten 11.8 11 Inhoud e-mail afdrukken Hier stelt u in of de tekst van ontvangen e-mail automatisch wordt afgedrukt. Opgeven of afdrukken mogelijk is in [Inhoud e-mail afdrukken] van de modus Hulpprogramma. 2 Opmerking Voor bijzonderheden over [Inhoud e-mail afdrukken], zie "Opgeven hoe rapporten worden afgedrukt (Rapportinstellingen)" op pagina 10-60.
Rapporten en lijsten 11 11.9 Snelkieslijst (Adresboekbestemmingen) U kunt een snelkieslijst (Adresboekbestemmingen) afdrukken. Conventies van snelkieslijst Nr.: Registratienummer. Zoekterm: Geregistreerde zoekterm. Naam: Geregistreerde adresnaam. Kies nummer: Geregistreerd faxnummer. Telefoonlijninstellingen: * Is ingesteld wanneer telefoonlijninstellingen zijn opgegeven. Modeltype ontvanger: Geregistreerd model van ontvanger (Monochroom/Kleuren machine). Poortnummer: Geregistreerd poortnummer.
Rapporten en lijsten 11 6 Druk op [Adresboeklijst]. 7 Stel het "Lijstuitvoernummer" in. – – – 8 Druk op [Startnummer afdrukken] en voer op het toetsenbord het registratienummer van het adres uit het adresboek in dat u wilt afdrukken. Druk op [Aantal bestemmingen] en typ op het toetsenbord het aantal pagina's dat moet worden afgedrukt vanaf het startnummer. U kunt maximaal 100 pagina's opgeven. Stel "Adreslijst op type afdrukken" in.
Rapporten en lijsten 11 11.10 Groepadreslijst U kunt de adreslijst van een geregistreerde groep afdrukken. Conventies voor groepsadreslijst Nr: Groepnummer Naam: Geregistreerde groepsnaam. Adres Nummers: Het adresboeknummer dat is geregistreerd in de groep. Toelaatbaar referentieniveau: Gepermitteerde referentie. Regist. teller: Aantal adresboeknummers dat in de groep is geregistreerd. Groepsadreslijst afdrukken 1 Druk op de toets [Hulpprogramma]. 2 Druk op [Beheerderinstelling].
Rapporten en lijsten 11 6 Druk op [Groeplijst]. 7 Stel het "Lijstuitvoernummer" in. – – – Druk op [Startnummer afdrukken] en typ op het toetsenbord het registratienummer van het groepsadres dat u wilt afdrukken. Druk op [Aantal bestemmingen] en typ op het toetsenbord het aantal pagina's dat moet worden afgedrukt vanaf het startnummer. U kunt maximaal 20 pagina's opgeven. 8 Druk op [Start]. 9 Selecteer de lade die moet worden gebruikt voor afdrukken.
Rapporten en lijsten 11 11.11 Programmalijst U kunt geregistreerde programmalijsten afdrukken. Conventies van programmalijst Nr.: Nummer van programma-adres Naam: Registratienaam van programma-adres Adresboek: Nummer van adres uit adresboek. Programmalijst afdrukken 1 Druk op de toets [Hulpprogramma]. 2 Druk op [Beheerderinstelling]. 3 Geef het beheerderwachtwoord op en druk vervolgens op [OK]. 4 Druk op [Adres/gebruikersbox].
Rapporten en lijsten 11 6 Druk op [Programmalijst]. 7 Stel het "Lijstuitvoernummer" in. – – – 8 Druk op [Startnummer afdrukken] en typ op het toetsenbord het registratienummer van het programma-adres dat u wilt afdrukken. Druk op [Aantal bestemmingen] en typ op het toetsenbord het aantal pagina's dat moet worden afgedrukt vanaf het startnummer. U kunt maximaal 50 pagina's opgeven. Stel "Adreslijst op type afdrukken" in.
Rapporten en lijsten 11 11.12 Titel/tekstlijst U kunt een lijst van geregistreerde e-mailonderwerpen/tekst afdrukken. Uitleg van titel/tekstlijst Onderwerplijst Nr.: Registratienummer van onderwerp van e-mail. Onderwerp: Geregistreerd onderwerp. Tekstlijst Nr.: Registratienummer van e-mailtekst. Tekst: Geregistreerde tekst. De titel/tekstlijst afdrukken 1 Druk op de toets [Hulpprogramma]. 2 Druk op [Beheerderinstelling]. 3 Geef het beheerderwachtwoord op en druk vervolgens op [OK].
Rapporten en lijsten 6 Druk op [E-mailonderw./tekstlijst]. 7 Selecteer de lade die moet worden gebruikt voor afdrukken. 8 Druk op de toets [Start]. 11 – Als in de papierlade onvoldoende papier is geplaatst voor de rapporten/lijsten, wordt de LED van de toets [Start] rood en wordt de toets [Start] niet geaccepteerd. De titel/tekstlijst kan worden afgedrukt. ! Detail U kunt het beheerderwachtwoord wijzigen in [Beveiligingsinstellingen]. De beheerder moet verantwoordelijk omgaan met het wachtwoord.
Rapporten en lijsten 11 11.13 Fax instellingenlijst U kunt een lijst afdrukken van de faxinstellingswaarden die zijn opgegeven op dit apparaat.
Rapporten en lijsten 11 Faxinstellingenlijst afdrukken 1 Druk op de toets [Hulpprogramma]. 2 Druk op [Beheerderinstelling]. 3 Geef het beheerderwachtwoord op en druk vervolgens op [OK]. 4 Druk op [Faxinstelling]. 5 Druk op [Opdrachtinstellingenlijst].
Rapporten en lijsten 11 6 Selecteer de lade die moet worden gebruikt voor afdrukken. 7 Druk op [Start] of druk op de toets [Start]. – Als in de papierlade onvoldoende papier is geplaatst voor de rapporten/lijsten, wordt de LED van de toets [Start] rood en wordt de toets [Start] niet geaccepteerd. De faxinstellingenlijst wordt afgedrukt. ! Detail U kunt het beheerderwachtwoord wijzigen in [Beveiligingsinstellingen]. De beheerder moet verantwoordelijk omgaan met het wachtwoord.
12 Appendix
Appendix 12 12 Appendix 12.1 Aantal opgeslagen pagina´s Een standaard vaste schijf van 60 GB is op dit apparaat geïnstalleerd en de faxafbeelding is opgeslagen op een ruimte van 31 GB op de vaste schijf. U kunt ongeveer 10.000 pagina's origineel van standaardformaat (A4/Letter met ca. 700 tekens), opgeslagen/ontvangen uit elke functie (kopiëren, afdrukken, scannen, map, fax) opslaan op de vaste schijf.
Appendix 12 Wanneer u op [Versch.] drukt, wordt de toetsenbordweergave omgeschakeld tussen kleine letters (cijfers) en hoofdletters (symbolen). Het toetsenbord vergroten U kunt het toetsenbord groter maken zodat het gemakkelijker leest. 1 Terwijl het toetsenbord is weergegeven drukt u op [Verg. AAN]. Het toetsenbord wordt vergroot weergegeven. 2 Als u de vergrote weergave wilt annuleren en naar het normale formaat toetsenbord wilt terugkeren, drukt u op [Vergr.
Appendix 12 Tekst invoeren % Druk op het weergegeven toetsenbord op de toets met de gewenste letter. – Als u hoofdletters of symbolen wilt invoeren, drukt u op [Shift]. – U kunt ook het numerieke toetsenbord gebruiken voor het invoeren van cijfers. De ingevoerde tekens worden weergegeven in het tekstvak. 2 Opmerking Om de vorige weergavegrootte te herstellen drukt u op [Annuleren]. Druk op [C] (wissen) als u de ingevoerde tekst wilt wissen.
Appendix 12 12.3 Terminologie Internetfax Hier worden de termen uitgelegd die algemeen worden gebruikt voor internetfax. 12-6 Termen Beschrijving DSN DSN is een afkorting van Delivery Status Notifications (kennisgeving bezorgstatus) De bezorgkennisgeving van een verzonden bericht verschijnt op het apparaat van de afzender wanneer de mailserver van de ontvanger de e-mail ontvangt.
Appendix 12.4 12 Faxterminologie Hier worden termen uitgelegd die algemeen worden gebruikt voor faxverzending. Termen die niet direct van toepassing zijn op deze functie, worden ook uitgelegd. Termen Beschrijving 2-in-1 Een functie om de pagina te verzenden als dubbele pagina door een origineel van 2 pagina's te combineren op één vel papier. Achtergrond verwijderen Een functie om alvorens het origineel te verzenden de helderheid van de achtergrondkleur van het origineel aan te passen.
Appendix 12 12-8 Termen Beschrijving Hoofdscanrichting Horizontale richting voor het scannen van originelen. Inkomend Status waar het faxapparaat een oproep beantwoordt. Inkomende oproepen weigeren Een functie om de ontvangst van een problematische fax te weigeren door vooraf het telefoonnummer te registreren van de geadresseerde die moet worden geweigerd.
Appendix 12 Termen Beschrijving Standaardwaarde De waarde die is ingesteld toen het apparaat de fabriek verliet. Sommige standaardinstellingen kunt u wijzigen vanuit de modus Hulpprogramma. Het is handig om een vaak gebruikte waarde in te stellen als standaardinstelling. Sub-scanrichting Verticale richting voor het scannen van originelen. Super G3 (SG3) G3-communicatiemodus gestandaardiseerd door ITU-T V. 34. De communicatie kan worden uitgevoerd op een hogere snelheid (33.
12 12-10 Appendix CS250/CS240/CS231
13 Index
Index 13 13 Index A G Accountverificatie 2-12 Achtergrond verwijderen 7-7 Activiteitenrapport 11-4 ADF 3-10, 3-12 Adres opgeven 3-17 Adresboek 9-4 Adresniveau-instelling 9-25 Adrestypen 3-18 Afdrukken bij ontvangst 4-5, 8-5 Algemene faxbediening 3-3, 3-7 Annotatie 7-3 Gebruikerinstellingscherm 10-3 Gebruikersauthenticatie 2-12 Gedetailleerd zoeken 3-19 Geheugen 12-3 Geheugen RX gebruikersbox 9-39 Geheugen RX-ontvangst 8-3 Geheugenoverloop 3-29 Gelijk 4-11 Gemengd origineel 7-25 Geregistreerd adres 3-1
Index 13 P Pagina afdrukken 7-19 Persoonlijke info verbergen 10-70 Problemen oplossen 5-3 Programma-adressen 3-24, 9-19 Programmalijst 11-20 R Rapporten 11-3 Rapportinstellingen 10-60 Resolutie 3-15 Rondsturen 3-22 RX-foutrapport 11-12 S Scan/faxadres registreren 9-3 Scan/faxinstellingen 10-14 Scanformaat 7-16 Scaninstellingen 7-3 Scaninstellingen opgeven 3-14 Scherpte 7-9 Service-oproepscherm 5-8 SMT verzendinstellingen 10-44 SMTP ontvangstinstellingen 10-44 Snelkieslijst 11-16 Specificaties 6-5 Standaa
Commentaarformulier voor de lezer Commentaarformulier voor de lezer Vragen Vindt u deze handleiding nauwkeurig? O Ja O Nee Kon u na het lezen van deze handleiding het product bedienen? O Ja O Nee Geeft deze handleiding voldoende achtergrondinformatie? O Ja O Nee Is deze handleiding geschikt wat het formaat, de leesbaarheid en de structuur (layout, volgorde van de hoofdstukken, enzovoort) betreft? O Ja O Nee Kon u de informatie vinden die u nodig had? O Altijd O Meestal O Soms O Nooit Wat hebt u gebruikt om
Commentaarformulier voor de lezer Datum: Dit commentaarformulier is ingevuld door: (Indien u anoniem wenst te blijven, vul dan wel graag uw beroep in.) Naam: Beroep: Bedrijf: Telefoonnummer: Adres: Plaats: Land: Stuur dit formulier op naar: Océ-Technologies B.V. Ter attentie van ITC-gebruikersdocumentatie. Postbus 101 5900 MA Venlo Nederland E-mailadres: itc-userdoc@oce.com Kijk voor adressen van lokale Océ-organisaties op: http://www.oce.
Adressen van Océ-vestigingen Adressen van Océ-vestigingen [80] Océ-Australia Ltd. P.O. Box 363 Ferntree Gully MDC Vic 3165 Australia http://www.oce.com.au/ Océ-Österreich GmbH Postfach 95 1233 Wenen Austria http://www.oce.at/ Océ-Belgium N.V./S.A. J. Bordetlaan 32 1140 Brussel Belgium http://www.oce.be/ Océ-Brasil Comércio e Indústria Ltda. Av. das Nações Unidas, 11.857 Brooklin Novo São Paulo-SP 04578-000 Brasil http://www.oce-brasil.com.br/ Océ-Canada Inc.
Adressen van Océ-vestigingen Océ-Hungaria Kft. 1241 Budapest Pf.: 237 Hungary http://www.oce.hu/ Océ Ireland Ltd. 3006 Lake Drive Citywest Business Campus Saggart Co. Dublin Ireland http://www.oce.ie/ Océ-Italia S.p.A. Strada Padana Superiore 2/B 20063 Cernusco sul Naviglio (MI) Italia http://www.oce.it/ Océ Japan Corporation 3-25-1, Nishi Shinbashi Minato-Ku Tokio 105-0003 Japan http://www.ocejapan.co.jp/ Océ-Belgium S.A. Rue Astrid 2/A 1143 Luxembourg-Belair http://www.oce.lu/ Océ Malaysia Sdn. Bhd.
Adressen van Océ-vestigingen Océ España SA Business Park Mas Blau Osona, 2 08820 El Prat de Llobregat Barcelona Spain http://www.oce.es/ Océ-Svenska AB Sollentunavägen 84 191 27 Sollentuna Sweden http://www.oce.se/ Océ-Schweiz AG Sägereistrasse 10 CH8152 Glattbrugg Schweiz http://www.oce.ch/ Océ (Thailand) Ltd. B.B. Building 16/Floor 54 Asoke Road Sukhumvit 21 Bangkok 10110 Thailand Océ-Nederland B.V. Postbus 800 5201 AV 's-Hertogenbosch The Netherlands http://www.oce.