Océ Gebruikershandleiding Océ CS250/CS240/CS231 Mapbewerkingen
Océ-Technologies B.V. Océ-Technologies B.V. Copyright ¤ 2007, Océ-Technologies B.V. Venlo, Nederland. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden gereproduceerd, gekopieerd, aangepast of overgedragen in wat voor vorm of op wat voor manier dan ook zonder schriftelijke toestemming van Océ. Océ-Technologies B.V. geeft geen volledigheidsverklaring of garanties met betrekking tot de inhoud van deze Help. Océ-Technologies B.V.
Handelsmerken Handelsmerken Océ, Océ CS250/CS240/CS231, Océ CS250/CS240/CS231-printer, Océ Doc Exec£, Océ Image Logic£, Océ Scan Logic£, Océ Power Logic£, Océ Print Exec£ en Océ Remote Logic£ zijn geregistreerde handelsmerken van Océ-Technologies B.V. Adobe£ en PostScript£ 3¥ geregistreerde handelsmerken van Adobe£ Systems Incorporated. Macintosh£ is een geregistreerd handelsmerk van Apple£ Computer, Inc.
Handelsmerken
Inhoud 1 2 3 Inleiding 1.1 1.2 Welkom............................................................................................................................................. 1-3 Energy Star®.................................................................................................................................... 1-3 Wat is een ENERGY STAR® product? ............................................................................................. 1-3 1.
4 5 3.4 Scans opslaan in gebruikersboxen .............................................................................................. Een gebruikersboxbestemming gebruiken...................................................................................... Bestemmingen rechtstreeks invoeren ............................................................................................. Functie Opslaan in gebruikersbox........................................................................................
Paginanummers afdrukken (Paginanummer) .................................................................................. Vooraf ingestelde tekst of afbeeldingen toevoegen (Stempel)........................................................ Tekst en afbeeldingen toevoegen om kopiëren te verhinderen (Kopieerbeveiliging)...................... Herhaalde vooraf ingestelde tekst of afbeeldingen toevoegen (Herhaalbare stempel)................... Een koptekst/voettekst invoegen (Koptekst/voettekst)...................
9 10 De parameters voor de functie Hulpprogramma opgeven 8.1 De instellingen kunnen worden opgegeven via de functie Hulpprogramma ............................. 8-3 Parameters Hulpprogramma ............................................................................................................. 8-3 Web Connection ................................................................................................................................ 8-3 8.2 Gebruikersboxbevoegdheden .......................
1 Inleiding
Inleiding 1 1 Inleiding 1.1 Welkom Hartelijk dank voor uw keuze van deze machine. Deze handleiding bevat details over de bewerkingen die nodig zijn om de gebruikersboxfunctie van de CS250/CS240/CS231 te gebruiken, voorzorgsmaatregelen over hun gebruik en standaard procedures voor het oplossen van problemen. Om zeker te zijn dat deze machine op een correcte en efficiënte manier wordt gebruikt, moet u deze handleiding aandachtig lezen voordat u de machine gebruikt.
Inleiding 1 1.3 Handelsmerken en gedeponeerde handelsmerken Netscape is een gedeponeerd handelsmerk van Netscape Communications Corporation in de Verenigde Staten en andere landen. Deze machine en Box Operator zijn gedeeltelijk gebaseerd op het werk van de Independent JPEG Group. Compact-VJE Copyright 1986-2003 VACS Corp. RC4® is een gedeponeerd handelsmerk of handelsmerk van RSA Security Inc. in de Verenigde Staten en/of andere landen.
Inleiding 1 DEZE SOFTWARE WORDT DOOR HET OpenSSL PROJECT GELEVERD "ZOALS DEZE IS" EN ALLE UITDRUKKELIJKE OF IMPLICIETE GARANTIES, MET INBEGRIP VAN, MAAR NIET BEPERKT TOT DE IMPLICIETE GARANTIES OP VERKOOPBAARHEID EN GESCHIKTHEID VOOR EEN BEPAALD DOEL WORDEN HIERBIJ AFGEWEZEN.
Inleiding 1 NetSNMP-licentie Deel 1: CMU/UCD copyrightmededeling: (BSD-type) Copyright 1989, 1991, 1992 van Carnegie Mellon University Derivative Work – 1996, 1998-2000 Copyright 1996, 1998-2000 The Regents of the University of California Alle rechten voorbehouden De toestemming om de software en zijn documentatie te gebruiken, te kopiëren, te wijzigen en te distribueren voor elk doeleinde en zonder bijdrage, wordt hierbij verleend, op voorwaarde dat de bovenstaande copyrightverklaring op alle kopieën wor
Inleiding 1 DEZE SOFTWARE WORDT DOOR DE AUTEURSRECHTHOUDER GELEVERD "ZOALS ZE IS" EN ALLE UITDRUKKELIJKE OF IMPLICIETE GARANTIES, MET INBEGRIP VAN, MAAR NIET BEPERKT TOT DE IMPLICIETE GARANTIES VAN VERKOOPBAARHEID EN GESCHIKTHEID VOOR EEN BEPAALD DOEL WORDEN AFGEWEZEN.
Inleiding 1 DEZE SOFTWARE WORDT GELEVERD DOOR DE AUTEURSRECHTHOUDERS EN MEDEWERKERS "ZOALS ZE IS" EN ELKE UITDRUKKELIJKE OF IMPLICIETE GARANTIE, MET INBEGRIP VAN, MAAR NIET BEPERKT TOT DE IMPLICIETE GARANTIES VAN VERKOOPBAARHEID EN GESCHIKTHEID VOOR EEN BEPAALD DOEL, WORDEN AFGEWEZEN.
Inleiding 1.4 1 Over deze handleiding Deze handleiding behandelt de boxfuncties van de CS250/CS240/CS231. In deze paragraaf maakt u kennis met de structuur van de handleiding en de notaties die worden gebruikt voor productnamen, enz. Deze handleiding is bedoeld voor gebruikers die op de hoogte zijn van de standaardbewerkingen van pc's en de machine. Voor de gebruiksprocedures van het besturingssysteem Windows of Macintosh en andere programma's, dient u de respectievelijke handleidingen te raadplegen.
Inleiding 1 1.5 Toelichting bij de standaardprocedures m.b.t. de handleiding De tekens en tekstindelingen die in deze handleiding gebruikt worden, zijn hieronder beschreven. Veiligheidsadvies 6 GEVAAR Als u de instructies die met dit symbool zijn aangeduid niet volgt, kan dit leiden tot fatale of ernstige letsels door de elektrische stroom. % Houd rekening met alle gevaren om letsels te voorkomen.
Inleiding 1 Speciale tekstmarkeringen De toets [Stop] De namen van de toetsen op het bedieningspaneel worden geschreven zoals hierboven weergegeven. MACHINE-INSTELLING Beeldschermteksten worden geschreven zoals hierboven weergegeven.
Inleiding 1 1.6 Handleidingen Deze machine wordt geleverd met gedrukte handleidingen en PDF-handleidingen op de cd met de handleidingen. Handleiding Deze handleiding bevat bedieningsprocedures en beschrijvingen van de meest gebruikte functies. Kopieerbewerkingen Deze handleiding bevat beschrijvingen van de bewerkingen in de kopieermodus en van het onderhoud van de machine.
2 Overzicht van de gebruikersboxfuncties
Overzicht van de gebruikersboxfuncties 2 2 Overzicht van de gebruikersboxfuncties 2.1 Gebruikersboxfuncties Met de gebruikersboxfuncties kunt u documentgegevens opslaan naar de interne harde schijf van de machine en deze later afdrukken. Documenten die u kunt opslaan, zijn gegevens die zijn gescand om te kopiëren en opgeslagen scangegevens. Om gegevens op te slaan naar een box, maakt u de box en slaat u de gegevens vervolgens op naar de opgegeven box.
Overzicht van de gebruikersboxfuncties 2 Systeemgebruikersmappen Dit zijn boxen die al zijn ingesteld bij de aankoop van de machine. Er zijn zes typen systeemgebruikersboxen. Raadpleeg de overeenkomende handleiding voor details over het gebruik van systeemgebruikersboxen. Gebruikersboxnaam Omschrijving Bulletin Board gebruikersbox Deze gebruikersbox verschijnt wanneer de optionele faxkit FK-502 is geinstalleerd. U kunt de documenten opslaan in deze box die als een soort prikbord wordt gebruikt.
Overzicht van de gebruikersboxfuncties 2.2 2 Beschikbare gebruikersboxfuncties Documenten opslaan Documentgegevens (kopieën, scans en afdrukken) die met deze machine zijn gemaakt, kunnen allemaal in boxen worden opgeslagen. Raadpleeg de hieronder aangegeven pagina's en de handleiding voor details over elke functie.
Overzicht van de gebruikersboxfuncties 2 2.3 Instellingen opgeven voor het gebruik van de gebruikersboxfuncties Voordat u de gebruikersboxfuncties gebruikt, moet u de volgende instellingen opgeven. Instellingen voor gebruikersboxen registreren en definiëren Registreer de gebruikersboxen waar gegevens zullen worden opgeslagen. U kunt de boxen instellen via het tiptoetsscherm van de machine of met de hulp van Web Connection via een webbrowser op een computer op het netwerk.
3 Documenten opslaan
Documenten opslaan 3 Documenten opslaan 3.1 Informatie over het opslaan van documenten 3 Houd rekening met de volgende informatie voordat u documenten opslaat. Gebruikersauthenticatie U kunt deze machine zo instellen dat een account- of gebruikersnaam en een wachtwoord moeten worden ingevoerd om de machine te kunnen gebruiken. Neem contact op met de beheerder voor details over de account- of gebruikersnaam voor het gebruik van de machine.
Documenten opslaan 3 Met account track Typ de accountnaam en het wachtwoord en druk vervolgens op de toets [Toegang]. 2 Opmerking Met gebruikersauthenticatie worden alleen de boxen weergegeven die toegankelijk zijn voor de gebruiker die is aangemeld. Zie "Authenticatie en gebruikersboxen die toegankelijk zijn" op pagina 3-6 voor meer details.
Documenten opslaan 3 De documenten een naam geven U kunt een naam geven aan documentgegevens die worden opgeslagen. De namen kunnen maximaal 30 tekens bevatten. U kunt de namen ook wijzigen nadat ze zijn opgeslagen. U kunt de namen opgeven wanneer de gegevens worden opgeslagen. Als de gegevens worden opgeslagen zonder dat u een naam opgeeft, wordt een vooraf ingestelde naam toegepast. De namen worden gemaakt door de volgende elementen te combineren.
Documenten opslaan 3 3.2 Authenticatie en gebruikersboxen die toegankelijk zijn Wanneer de instellingen voor de gebruikersauthenticatie en gebruikersregistratie zijn toegepast, wijzigen de gebruikersboxen die toegankelijk zijn en de toestemmingen zoals hieronder weergegeven. Geeft de instellingen voor de gebruikersauthenticatie en gebruikersregistratie op volgens de gewenste functies.
Documenten opslaan 3 Wanneer alleen de instellingen voor de gebruikersregistratie zijn opgegeven Account A Openbare gebruikersbox Groepsgebruikersbox voor account A Account B Groepsgebruikersbox voor account B Toegankelijk Omschrijving Gebruikers hebben toegang tot alle openbare gebruikersboxen, maar alleen tot de groepsgebruikersboxen voor de account waarbij de gebruiker hoort.
Documenten opslaan 3 Openbare gebruikersbox Persoonlijke gebruikersbox voor gebruiker 1 Gebruiker 1 Boxbeheerder Groepsgebruikersbox voor account A Groepsgebruikersbox voor account B Toegankelijk Toegankelijk door het invoeren van een gebruikersnaam en wachtwoord Omschrijving Gebruikers hebben toegang tot alle openbare gebruikersboxen, maar alleen tot groepsgebruikersboxen voor de account waarbij de gebruiker hoort en alleen tot de persoonlijke gebruikersboxen die de gebruiker heeft gemaakt.
Documenten opslaan 3 Wanneer de instellingen voor gebruikersauthenticatie en gebruikersregistratie zijn opgegeven en gesynchroniseerd Account A Account B Gebruiker 1 Gebruiker 2 Als de account voor de gebruiker eerder werd geregistreerd, zijn groepsgebruikersboxen voor accounts waarbij de gebruiker niet hoort, niet toegankelijk.
Documenten opslaan 3 3.3 Kopieën opslaan in gebruikersboxen Instellingen die u kunt opslaan en wijzigen De verschillende functies die u kunt opgeven voordat u kopieën maakt, bevatten functies waarvan de instellingen kunnen worden opgeslagen en functies die niet kunnen worden opgeslagen, maar wel kunnen worden ingesteld tijdens het afdrukken. Hieronder vindt u een lijst van de functies waarvan de instellingen kunnen worden opgeslagen en de functies waarvan de instellingen kunnen worden gewijzigd.
Documenten opslaan 3 ! Detail Het document kan worden opgeslagen in de volgende types gebruikersboxen. Openbare gebruikersboxen Persoonlijke gebruikersboxen (wanneer de gebruikersauthenticatie-instellingen zijn opgegeven) Groepsgebruikersboxen (wanneer de gebruikersregistratie-instellingen worden opgegeven) Annotatie gebruikersbox 1 Druk op het bedieningspaneel op de toets [Kopie]. 2 Druk op [Toepassing]. 3 Druk op [Opslaan in mailbox]. Het scherm Gebruikersbox verschijnt.
Documenten opslaan 3 5 Druk op het tabblad voor de gewenste gebruikersbox en druk vervolgens op de knop voor de gebruikersbox om deze te selecteren. – Druk op [Gebruikersboxnummer instellen] om een gebruikersboxnummer te typen om de gebruikersbox op te geven. – Om het document op te slaan in de Annotatie gebruikersbox, drukt u op [Systeem] en vervolgens op [Annotatie gebruikersbox] om de gebruikersbox te selecteren. De knop voor de geselecteerde gebruikersbox wordt gemarkeerd.
Documenten opslaan 8 3 Druk op [OK] nadat u de naam hebt ingevoerd. – – Als u de naam wilt wijzigen, drukt u op [Verwdr.] tot alle tekens verwijderd zijn en typt u vervolgens de nieuwe naam. Druk op de toets [C] (wissen) om de volledige tekst te wissen. 9 Selecteer of er ook al dan niet een kopie moet worden afgedrukt wanneer de gegevens worden opgeslagen. Om een kopie af te drukken, drukt u op [Ja]. 10 Druk op [OK]. 11 Geef de noodzakelijke kopie-instellingen op.
Documenten opslaan 3 3.4 Scans opslaan in gebruikersboxen Gescande afbeeldingen kunnen in gebruikersboxen worden opgeslagen. U kunt gebruikersboxbestemmingen in het adresboek registreren of u kunt rechtstreeks een gebruikersboxbestemming opgeven. De volgende procedures beschrijven de manier waarop u een gebruikersboxbestemming kunt selecteren of rechtstreeks kunt opgeven en hoe u kunt opslaan via de gebruikersboxfunctie. ! Detail Het document kan worden opgeslagen in de volgende types gebruikersboxen.
Documenten opslaan 3 3 Druk op de knop voor de gebruikersboxbestemming om deze te selecteren. 4 Geef de noodzakelijke scaninstellingen op. – Raadpleeg de handleiding – Netwerkscannerbewerkingen voor details over de scan- en documentinstellingen. 5 Plaats het document in de ADF of plaats het op de glasplaat. 6 Druk op het bedieningspaneel op de knop [Start]. Het document wordt gescand en de gegevens worden opgeslagen.
Documenten opslaan 3 3 Druk op [Gebruiksersbox]. Het venster gebruikersbox verschijnt. 4 Selecteer de gebruikersbox op waar de gegevens moeten worden opgeslagen. Druk op [Gebruikersbox]. – 5 Om het document op te slaan in de Annotatie gebruikersbox, drukt u op [Scaninstellingen], daarna op [Toepassing] en vervolgens op [Annotatie] om de gebruikersbox te selecteren. Druk op het tabblad voor de gewenste gebruikersbox en selecteer vervolgens de gebruikersbox.
Documenten opslaan 6 3 Controleer de naam van het document dat u wilt opslaan. Druk op [Documentnaam]. – – De standaardnaam verschijnt naast "Documentnaam". Als u de naam wilt wijzigen, drukt u op [Verwijderen] tot alle tekens verwijderd zijn en typt u vervolgens de nieuwe naam. Druk op de toets [C] (wissen) om de volledige tekst te wissen. 7 Voer de documentnaam in en druk op [OK]. 8 Druk op [OK]. Het tabblad Directe invoer verschijnt opnieuw.
Documenten opslaan 3 Functie Opslaan in gebruikersbox Druk op de toets [Box] op het bedieningspaneel en voer vervolgens de gebruikersboxbestemming rechtstreeks in. Documenten die moeten worden opgeslagen, kunnen op dezelfde manier worden gebruikt als opgeslagen scangegevens. 1 Druk op het bedieningspaneel op de toets [Box]. Het venster Gebruikersboxbewerkingen verschijnt. 2 Druk op [Document opslaan]. 3 Druk op het tabblad voor de gewenste gebruikersbox en selecteer vervolgens de gebruikersbox.
Documenten opslaan 5 3 Controleer de naam van het document dat u wilt opslaan. Druk op [Documentnaam]. – – De standaardnaam verschijnt naast "Documentnaam". Als u de naam wilt wijzigen, drukt u op [Verwdr.] tot alle tekens verwijderd zijn en typt u vervolgens de nieuwe naam. Druk op de toets [C] (wissen) om de volledige tekst te wissen. 6 Voer de documentnaam in en druk op [OK]. 7 Druk op [OK]. 8 Geef de noodzakelijke scaninstellingen op.
Documenten opslaan 3 3.5 Afdrukken opslaan in gebruikersboxen Als het printerstuurprogramma voor deze machine is geïnstalleerd op een computer op het netwerk, kan het document worden opgeslagen in een gebruikersbox met dezelfde bewerking als deze voor het afdrukken. ! Detail Het document kan worden opgeslagen in de volgende types gebruikersboxen. Het gebruikersboxnummer moet worden ingevoerd om het document op te slaan.
Documenten opslaan 3 Selecteer in de lijst "Uitvoermethode" de optie "Opslaan in gebr.mailbox" of "Opslaan in gebr.mailbox/Afd". 4 Typ de bestandsnaam en het boxnummer in het dialoogvenster Gebruikersinstellingen en klik vervolgnes op de knop [OK].
Documenten opslaan 3 5 Klik op [OK]. 6 Klik op [OK] om het afdrukken te starten. ! Detail Als de instellingen voor de gebruikersauthenticatie en gebruikersregistratie zijn opgegeven, klikt u op de knop [Authenticatie/Gebr.registratie] en voert u de gebruikersnaam voor het aanmelden en de gebruikersinformatie in. Raadpleeg de handleiding – Afdrukbewerkingen voor meer informatie.
Documenten opslaan 3 Selecteer in de lijst "Uitvoermethode" de optie "Afdruk beveiligen". 4 Typ de ID en het wachtwoord voor het vertrouwelijke document in het dialoogvenster Gebruikersinstellingen en klik vervolgnes op de knop [OK].
Documenten opslaan 3 5 Klik op [OK]. 6 Klik op [OK] om het afdrukken te starten. ! Detail Als de instellingen voor de gebruikersauthenticatie en gebruikersregistratie zijn opgegeven, klikt u op de knop [Authenticatie/Gebr.registratie] en voert u de gebruikersnaam voor het aanmelden en de gebruikersinformatie in. Raadpleeg de handleiding – Afdrukbewerkingen voor meer informatie.
Documenten opslaan 3.6 3 De scaninstellingen opgeven De scan- en documentinstellingen die kunnen worden opgegeven wanneer gegevens worden opgeslagen in de gebruikersboxfunctie, worden hieronder beschreven. Instellingen die kunnen worden opgegeven Druk in het scherm Document opslaan op [Scaninstellingen] of [Origineel inst.] om gedetailleerde instellingen op te geven voor het scannen en verzenden. U kunt de instellingen voor de volgende items definiëren.
Documenten opslaan 3 Origineel instellingen Parameter Omschrijving Paginaverwijzing Gemengd orig. Selecteer deze instelling wanneer u een document plaatst dat verschillende paginaformaten bevat. p. 3-41 Z-vouw origineel Selecteer deze instelling wanneer u een zigzag-gevouwen document plaatst. p. 3-41 Lang origineel Selecteer deze instelling voor documenten die langer zijn dan het standaardformaat. p. 3-41 Origineelrichting Selecteer de richting van het geplaatste document. p.
Documenten opslaan 3 3 Druk op de knop voor de afbeeldingskwaliteit. 4 Als "Tekst/foto" of "Foto" is geselecteerd, selecteert u het fototype en drukt u vervolgens op [OK]. 5 Druk op [OK] en druk vervolgens op [OK] in het volgende scherm dat wordt weergegeven. Enkelzijdig/Dubbelzijdig Selecteer of u een enkel- of dubbelzijdig document wilt scannen. Instelling Omschrijving Enkelzijdig Selecteer deze instelling om een enkelzijdig document te scannen.
Documenten opslaan 3 3 Selecteer het scantype. 4 Druk op [OK] en druk vervolgens op [OK] in het volgende scherm dat wordt weergegeven. Resolutie Selecteer de resolutie voor het scannen. 3-28 1 Druk in het scherm Document opslaan op [Scaninstellingen]. 2 Druk op [Resolutie]. 3 Selecteer de resolutie. 4 Druk op [OK] en druk vervolgens op [OK] in het volgende scherm dat wordt weergegeven.
Documenten opslaan 3 Bestandstype Selecteer de bestandindeling voor het opslaan van de scangegevens. De volgende vier bestandsindelingen zijn beschikbaar. Bestandstype Instelling Omschrijving PDF Selecteer deze instelling om de gegevens in PDF-indeling op te slaan. Compact PDF Selecteer deze instelling om de gegevens meer te comprimeren dan in de PDF-indeling. Dit wordt gebruikt met scangegevens in 4 kleuren. TIFF Selecteer deze instelling om de gegevens in TIFF-indeling op te slaan.
Documenten opslaan 3 1 Druk in het scherm Document opslaan op [Scaninstellingen]. 2 Druk op [Bestandstype]. – 3 Selecteer de bestandsindeling. – 4 Wanneer u gegevens opslaat in een gebruikersbox, moet de bestandsindeling worden opgegeven, zelfs als de bestandsindeling werd geselecteerd vóór het scannen. Als "PDF" of "Compact PDF" is geselecteerd, drukt u op [Codering], indien nodig.
Documenten opslaan 3 5 Geef de codeerinstellingen op. 6 Druk op [OK]. 7 Selecteer de scaninstelling. 8 Druk op [OK] en druk vervolgens op [OK] in het volgende scherm dat wordt weergegeven. Densiteit Pas de densiteit voor het scannen aan. 1 Druk in het scherm Document opslaan op [Scaninstellingen]. 2 Druk op [Densiteit]. 3 Selecteer de densiteit. – – 4 Druk op [Licht] of [Donker] om de densiteit aan te passen. Om de standaardinstelling te selecteren, drukt u op [Standaard].
Documenten opslaan 3 Afzonderlijk scannen De scanbewerking kan worden opgesplitst in meerdere sessies voor verschillende typen documenten, bijvoorbeeld wanneer niet alle pagina's van een document in de ADF kunnen worden geladen, wanneer u het document op de glasplaat legt of wanneer enkelzijdige documenten zijn gecombineerd met dubbelzijdige documenten. Druk op [Afzonderl. scan] in het scherm Scaninstellingen. De instelling is geselecteerd wanneer de knop gemarkeerd wordt weergegeven. Kleur (Afb.
Documenten opslaan 1 Druk in het scherm Document opslaan op [Scaninstellingen]. 2 Druk op [Afb. aanpassen]. 3 Selecteer het kleurtype. 4 Druk op [OK] en druk vervolgens op [OK] in het volgende scherm dat wordt weergegeven. 3 Achtergrondaanpassing (Afb. aanpassen) De scandensiteit van de documentachtergrond kan worden aangepast. Wanneer documenten die op gekleurd papier zijn gedrukt, in kleur worden gescand, kan de achtergrond zwart worden.
Documenten opslaan 3 3 Druk op [Achtergr. verwijd.]. 4 Pas de densiteit van de achtergrond aan. – – – 5 3-34 Om de densiteit automatisch aan te passen, drukt u op [Auto]. Druk op [Licht] of [Donker] om de densiteit aan te passen. Om de standaardinstelling te selecteren, drukt u op [Standaard]. Druk op [OK] en druk vervolgens op [OK] in het volgende scherm dat wordt weergegeven.
Documenten opslaan 3 Scherpte (Afb. aanpassen) Omtreklijnen, zoals de randen van tekst, kunnen worden benadrukt bij het scannen. 1 Druk in het scherm Document opslaan op [Scaninstellingen]. 2 Druk op [Afb. aanpassen]. 3 Druk op [Scherpte]. 4 Pas de scherpte aan. 5 Druk op [OK] en druk vervolgens op [OK] in het volgende scherm dat wordt weergegeven.
Documenten opslaan 3 Afb. aanpassen (Wissen) Een gebied rond de rand van het document kan worden gewist. U kunt afzonderlijke gebieden met een breedte tussen 1,6 en 50,7 mm opgeven voor de linker- en rechterzijde en voor de bovenkant en onderkant. ! Detail Als een breedte die rond het document moet worden gewist, is opgegeven met "Kader wissen" met de functie "Boek kopie", worden dezelfde toepassingen ook toegepast op het scherm Kader wissen (weergegeven vanaf het scherm Wissen).
Documenten opslaan 4 Selecteer de breedte van het gebied dat moet worden gewist. – – – 5 3 Om een kader te wissen, drukt u op [Ja]. Om dezelfde breedte aan alle zijden te wissen, drukt u op [Kader] en geeft u vervolgens een waarde op. Om verschillende breedten op te geven voor boven, links, rechts en onder, drukt u op de knop voor de gewenste locatie en geeft u vervolgens een waarde op. Om het wissen van een kader te annuleren, drukt u op [Geen].
Documenten opslaan 3 3-38 1 Druk in het scherm Document opslaan op [Scaninstellingen]. 2 Druk op [Boek scannen]. 3 Druk op [Boek kopie]. 4 Geef de instellingen op voor de functie "Boek kopie".
Documenten opslaan – 5 3 Als "Separeren", "Voorblad" of "Voor + Rugblad" is geselecteerd, drukt u op [Inbindpositie] en selecteert u vervolgens de inbindpositie. Druk op [OK] en druk vervolgens opnieuw op [OK] op de twee schermen die worden weergegeven. Scanformaat (Toepassing) Selecteer het formaat van het papier dat moet worden gescand. De volgende Scanformaat-instellingen zijn beschikbaar.
Documenten opslaan 3 3 Druk op [Scanformaat]. 4 Selecteer het formaat en de richting van uw voorkeur. – – – 3-40 Selecteer de richting en het formaat van het papier dat moet worden gescand. Wanneer u op [Aangepast formaat] drukt, wordt het scherm Aangepast formaat weergegeven. Gebruik de cijfertoetsen om het formaat in te voeren en druk vervolgens op [OK]. De waarden kunnen worden opgegeven in stappen van 0,1 mm.
Documenten opslaan – 5 3 Wanneer u op [Fotoformaat] drukt, wordt het scherm Fotoformaat weergegeven. Selecteer de richting en het formaat van de foto die moet worden gescand en druk vervolgens op [OK]. Druk op [OK] en druk vervolgens opnieuw op [OK] op de twee schermen die worden weergegeven. Origineel instellingen Geef het type document op dat moet worden geladen, zoals wanneer het gemengde paginaformaten bevat of in zigzag is gevouwen. Parameter Omschrijving Gemengd orig.
Documenten opslaan 3 3-42 1 Druk in het scherm Document opslaan op [Origineel inst.]. 2 Selecteer de instellingen voor de functies Origineel instellingen. – Wanneer u op [Origineelrichting] drukt, wordt het scherm Origineel richting weergegeven. Druk op de knop voor de gewenste richting en druk vervolgens op [OK]. – Wanneer u op [Inbindpositie] drukt, wordt het scherm Inbindpositie weergegeven. Druk op de knop voor de inbindpositie en druk vervolgens op [OK].
Documenten opslaan – 3 3 Om de instelling "Ontvlekken" toe te passen, drukt u op [Ontvlekken] om de optie te selecteren. Druk op [OK] en druk vervolgens op [OK] in het volgende scherm dat wordt weergegeven. ! Detail De scansnelheid zal afnemen als de instelling "Ontvlekken" is geselecteerd. Reinig het linkergedeelte van de glasplaat wanneer deze bijzonder vuil wordt. Raadpleeg de handleiding – Kopieerbewerkingen voor meer informatie.
Documenten opslaan 3 3.7 Gebruikersboxlogboeken controleren De lijst van opdrachten waarbij documenten werden opgeslagen in gebruikersboxen, kan worden weergegeven via het bedieningspaneel van de machine. ! Detail Het afdrukken en verzenden van documenten die in gebruikersboxen zijn opgeslagen, kan worden gecontroleerd via de lijst Opdrachthistorie van het scherm Opdrachtlijst. De lijst Huidige opdrachten weergeven 1 Druk op het bedieningspaneel op de toets [Box].
Documenten opslaan 3 De lijst Opdrachthistorie weergeven 1 Druk op het bedieningspaneel op de toets [Box]. 2 Druk op [Opdrachtdetails] op het tiptoetsscherm. 3 Druk op [Opslaan]. 4 Druk op [Opdracht historie]. De lijst Opdrachthistorie verschijnt op het tabblad Opslaan. 5 Druk op de knop voor de gewenste lijst. – Verw.
Documenten opslaan 3 Inhoud van de opdrachtlijsten De volgende informatie wordt weergegeven in de opdrachtlijsten. 3-46 Item Omschrijving Nee. Opdrachtidentificatienummer dat wordt toegewezen wanneer de opdracht in de wachtrij wordt geplaatst. Gebr.naam Toont de naam van de gebruiker die het document heeft opgeslagen. Status (alleen de lijst Huidige opdrachten) Toont de status van de opdracht (Ontvangen, Opslaan naar geheugen). Documentnaam Toont de naam van het opgeslagen document.
4 Gebruikersboxdocumenten organiseren
Gebruikersboxdocumenten organiseren 4 4 Gebruikersboxdocumenten organiseren 4.1 Overzicht van de documentorganisatie Beschikbare bewerkingen in het scherm Document opnieuw ordenen De volgende bewerkingen kunnen worden uitgevoerd vanaf het scherm Document opnieuw ordenen. Bewerking Omschrijving Paginaverwijzing Verwijderen Gegevens die niet langer nodig zijn, bijvoorbeeld documenten die al zijn afgedrukt of verzonden, kunnen worden verwijderd. p.
Gebruikersboxdocumenten organiseren 4 Documenten die in gebruikersboxen zijn opgeslagen, controleren In de volgende procedure wordt beschreven hoe u de lijst met documenten die in gebruikersboxen zijn opgeslagen, kunt controleren. 1 Druk op het bedieningspaneel op de toets [Box]. 2 Druk op [Document opnieuw ordenen]. 3 Druk op het tabblad Openbare, Persoonlijke of Groepsgebruikersbox op de knop voor de gewenste gebruikersbox.
Gebruikersboxdocumenten organiseren 5 4 Als een wachtwoord is ingesteld voor deze gebruikersbox, typt u het wachtwoord en drukt u vervolgens op [OK]. De lijst met documenten die in de gebruikersbox zijn opgeslagen, wordt weergegeven.
Gebruikersboxdocumenten organiseren 4 Beschrijving van het scherm Document opnieuw ordenen Standaard worden miniaturen van de opgeslagen documenten en de documentnamen weergegeven. De volgende informatie wordt weergegeven. Een miniatuur van de eerste pagina wordt weergegeven. De documentnaam wordt weergegeven. Het aantal pagina's wordt weergegeven. Om verschillende gegevens, zoals de datum en het tijdstip waarop het document is opgeslagen en de documentnaam, te controleren, drukt u op [Lijstweergave].
Gebruikersboxdocumenten organiseren 4 2 De gebruikersboxen voor elk indexteken worden weergegeven. 3 Druk op de knop voor een indexteken om de lijst weer te geven van de gebruikersboxen die met dat indexteken zijn geregistreerd. ! Detail U kunt een gebruikersboxnaam zoeken via het scherm Document opslaan, het scherm Document of het scherm Document opnieuw ordenen.
Gebruikersboxdocumenten organiseren 4 4.2 Een document verwijderen Documenten die niet langer nodig zijn, zoals documenten die al zijn afgedrukt, kunnen worden verwijderd via het scherm Document opnieuw ordenen. 1 Selecteer het document dat moet worden verwijderd via het scherm Document opnieuw ordenen. – – – Er kunnen meerdere documenten worden geselecteerd. Druk op [Alles sel.] om alle documenten te selecteren. Om de selectie van alle documenten te annuleren, drukt u op [Reset].
Gebruikersboxdocumenten organiseren 4.3 4 De documentnaam wijzigen U kunt de naam van een opgeslagen document wijzigen. 1 Selecteer het document waarvan de naam moet worden gewijzigd via het scherm Document opnieuw ordenen. – U kunt geen naam wijzigen als u meerdere documenten hebt geselecteerd. 2 Druk op [Naam bewerken]. 3 De huidige naam verschijnt. Typ de nieuwe naam.
Gebruikersboxdocumenten organiseren 4 4 Druk op [Start]. 2 Opmerking De documentnaam is de naam van het bestand dat u via e-mail of naar een FTP- of SMB-server hebt verzonden. Geef een documentnaam op volgens de voorwaarden van de bestemmingsserver tijdens het verzenden. De documentnaam kan ook worden gewijzigd wanneer het document wordt verzonden.
Gebruikersboxdocumenten organiseren 4.4 4 Een document verplaatsen Documentgegevens die momenteel zijn opgeslagen in een gebruikersbox kunnen worden verplaatst naar een andere openbare gebruikersbox/persoonlijke gebruikersbox/groepsgebruikersbox. 2 Opmerking U kunt geen document verplaatsen als u meerdere documenten hebt geselecteerd. 1 Selecteer het document dat moet worden verplaatst via het scherm Document opnieuw ordenen. 2 Druk op [Verplaats].
Gebruikersboxdocumenten organiseren 4 4 Controleer de informatie en druk vervolgens op [Start]. De gegevens worden verplaatst en een bericht verschijnt met de melding dat de bewerking is voltooid. 5 Druk op [OK]. 2 Opmerking De datum en het tijdstip waarop het document werd verplaatst, worden opgeslagen onder "Tijd opgeslagen".
Gebruikersboxdocumenten organiseren 4.5 4 Een document dupliceren Documentgegevens die momenteel zijn opgeslagen in een gebruikersbox kunnen worden gekopieerd naar een andere openbare gebruikersbox/persoonlijke gebruikersbox/groepsgebruikersbox. 2 Opmerking U kunt geen document kopiëren als u meerdere documenten hebt geselecteerd. 1 Selecteer het document dat moet worden gekopieerd via het scherm Document opnieuw ordenen. 2 Druk op [Kopie].
Gebruikersboxdocumenten organiseren 4 4 Controleer de informatie en druk vervolgens op [Start]. De gegevens worden gekopieerd en een bericht verschijnt met de melding dat de bewerking is voltooid. 5 Druk op [OK]. 2 Opmerking De datum en het tijdstip waarop het document werd gekopieerd, worden opgeslagen onder "Tijd opgeslagen".
Gebruikersboxdocumenten organiseren 4.6 4 Documentdetails controleren De details van de opgeslagen documenten kunnen worden gecontroleerd via het tiptoetsscherm. De volgende informatie kan worden gecontroleerd vanaf het scherm Documentdetails. Item Omschrijving Tijd opgesl. Toont de datum en het tijdstip waarop het document werd opgeslagen. Gebruikersnaam Toont de modus (scannen, kopiëren of afdrukken) en de naam van de gebruiker die het document heeft opgeslagen.
Gebruikersboxdocumenten organiseren 4 3 Controleer de details van het document. – – – 4 Om meerdere documenten te selecteren, drukt u op [+] en [,] om verschillende schermen weer te geven. Om het voorbeeld weer te geven, drukt u op [Voorbeeld]. Om de bewerking uit te voeren vanaf het subweergavegebied, drukt u op [Voorbeeld] in het subweergavegebied en druk vervolgens op [Detail]. Druk op [Sluit] nadat u het document hebt gecontroleerd.
Gebruikersboxdocumenten organiseren 1 4 De afbeelding wordt weergegeven op volledig formaat in het scherm Vergrote miniatuurweergave. Druk op [4e Zoom]. De afbeelding wordt weergegeven op een formaat dat 4 keer groter is dan het normale formaat en het vergrote gebied wordt aangegeven met een groen kader. 2 3 Om een ander gebied te selecteren voor de vergroting, drukt u op de pijlen van de schuifbalk rechts van en onder de afbeelding.
4 4-18 Gebruikersboxdocumenten organiseren CS250/CS240/CS231
5 Een document van een gebruikersbox afdrukken
Een document van een gebruikersbox afdrukken 5 5 Een document van een gebruikersbox afdrukken 5.1 Overzicht van de afdruk van documenten Beschikbare bewerkingen in het scherm Document De volgende bewerkingen kunnen worden uitgevoerd vanaf het scherm Document. Bewerking Omschrijving Paginaverwijzing Printen Documenten die in de modus Kopie, Fax/Scan of Afdrukken in gebruikersboxen zijn opgeslagen, kunnen worden afgedrukt.
Een document van een gebruikersbox afdrukken 5 Documenten die in gebruikersboxen zijn opgeslagen, controleren In de volgende procedure wordt beschreven hoe u de lijst met documenten die in gebruikersboxen zijn opgeslagen, kunt controleren. 1 Druk op het bedieningspaneel op de toets [Box]. 2 Druk op [Document]. 3 Druk op het tabblad Openbare, Persoonlijke of Groepsgebruikersbox op de knop voor de gewenste gebruikersbox.
Een document van een gebruikersbox afdrukken 5 5 Als een wachtwoord is ingesteld voor deze gebruikersbox, typt u het wachtwoord en drukt u vervolgens op [OK]. De lijst met documenten die in de gebruikersbox zijn opgeslagen, wordt weergegeven.
Een document van een gebruikersbox afdrukken 5 5.2 Afdrukken Beschikbare afdrukinstellingen De instellingen voor het volgende kunnen worden opgegeven wanneer een document wordt afgedrukt. Beschikbare parameters Omschrijving Paginaverwijzing Kopieën Bepaal het aantal exemplaren dat moet worden afgedrukt. p. 5-7 Printen Selecteer of u enkel- of dubbelzijdig wilt afdrukken. p.
Een document van een gebruikersbox afdrukken 2 Druk onder "Gebruiken" op [Printen]. 3 Selecteer de afdrukinstellingen. 4 Druk op [Start] of druk op het bedieningspaneel op de toets [Start]. 5 ! Detail Raadpleeg de beschrijvingen die starten met pagina 5-7 voor details over het wijzigen van de instellingen. Het aantal exemplaren wijzigen Bepaal het aantal exemplaren dat moet worden afgedrukt. % Gebruik de cijfertoetsen in het scherm Afdrukken om het gewenste aantal kopieën in te voeren.
Een document van een gebruikersbox afdrukken 5 Enkelzijdig/dubbelzijdig afdrukken opgeven Bepaal of een enkelzijdige of dubbelzijdige kopie van het document moet worden gemaakt. % Druk op [1-zijdig] of [2-zijdig]. Afwerkingsinstellingen definiëren Geef de instellingen op voor het sorteren, groeperen, nieten, perforeren, vouwen/inbinden of midden nieten/vouwen. U kunt de instellingen voor de volgende items definiëren.
Een document van een gebruikersbox afdrukken 5 Parameter Omschrijving Midden nieten (Midden nieten/Vouwen) Selecteer deze instelling om kopieen op twee plaatsen langs het midden te nieten voordat ze worden uitgevoerd. Midden nieten & vouwen (Vouwen/inbinden) 3-vouw (Vouwen/inbinden) Selecteer deze instelling om kopieën in drie te vouwen voordat ze worden uitgevoerd. ! Detail De toevoermethode wanneer een afwerkingseenheid is geïnstalleerd, kan worden gewijzigd via de Beheerdermodus.
Een document van een gebruikersbox afdrukken 5 2 Druk op [Sorteren] of [Groep]. Druk op [Ja] onder "Offset" om de kopieën te scheiden. 3 Selecteer de gewenste instellingen voor het nieten en perforeren. 4 Druk op [Positie instel.] om de positie van de nietjes en de perforatiegaten te definiëren. 5 Druk op de knop voor de gewenste positie en druk vervolgens op [OK].
Een document van een gebruikersbox afdrukken – Wanneer de instelling "2 positie" is geselecteerd: – Wanneer een perforeerinstelling is geselecteerd: 5 6 Als de afwerkingseenheid FS-519 is geïnstalleerd, drukt u op [Midden nieten/Vouwen]. Als de afwerkingseenheid FS-608 is geïnstalleerd, drukt u op [Vouwen/Inbinden]. 7 Als u op [Vouwen/ Inbinden] hebt gedrukt, drukt u op [Ja] en selecteert u vervolgens de gewenste vouwmethode.
Een document van een gebruikersbox afdrukken 5 8 Als u op [Midden binden/vouwen] hebt gedrukt, drukt u op [Ja] en selecteert u vervolgens de gewenste vouwmethode. – 9 5-12 Om de positie van het midden nieten en midden vouwen aan te passen, drukt u op [Positie aanpassen] en geeft u vervolgens een aanpassing op tussen -10 en +10. Druk op [OK] en druk vervolgens op [OK] in het volgende scherm dat wordt weergegeven.
Een document van een gebruikersbox afdrukken 5 Een inbindmarge toevoegen U kunt een inbindmarge toevoegen aan de linkerkant, de rechterkant of de bovenkant van de afgedrukte pagina's. U kunt de instellingen voor de volgende items definiëren. Parameter Omschrijving Positie inbindmarge Selecteer de locatie waar de inbindmarge moet worden toegevoegd. Als "Auto" is geselecteerd wordt een inbindmarge langs de lange zijde van het papier geselecteerd als de documentlengte kleiner is dan 297 mm.
Een document van een gebruikersbox afdrukken 5 5-14 4 Om de afbeelding te verplaatsen volgens de inbindmarge, drukt u op [Beeldverschuiving]. Het scherm Beeldverschuiving wordt weergegeven. 5 Druk op [OK].
Een document van een gebruikersbox afdrukken 5 Omslagen toevoegen (Omslagfunctie) De documenten kunnen worden afgedrukt met omslagen voor en achter. Laad eerst de papierladen met het papier voor de omslag voor en de omslag achter. U kunt de instellingen voor de volgende items definiëren. Parameter Voorblad Achterblad Omschrijving Geen Selecteer deze instelling om geen voorblad toe te voegen. Voorblad (kopie) Selecteer deze instelling om de eerste pagina van het document af te drukken op het voorblad.
Een document van een gebruikersbox afdrukken 5 2 Druk op [Omslag]. 3 Selecteer het gewenste paginaformaat voor de omslag. – 4 5-16 Om een omslaginvoegeenheid te selecteren, selecteert u "Voorb. (blanco)" of "Achterblad (blanco)". Selecteer de papierladen waarin het papier voor het voorblad en achterblad is geladen. Druk op [Papier].
Een document van een gebruikersbox afdrukken 5 Selecteer de papierlade waarin het papier voor het voorblad en achterblad is geladen. 6 Druk op [OK] en druk vervolgens op [OK] in het volgende scherm dat wordt weergegeven. 5 Invoegvellen toevoegen (Vel invoegen) Het document kan worden afgedrukt met ander papier, zoals gekleurd papier, dat wordt ingevoegd voor de opgegeven pagina's. Er zijn instellingen ("Kopie" en "Blanco") om te selecteren of de ingevoegde pagina's al dan niet moeten worden afgedrukt.
Een document van een gebruikersbox afdrukken 5 1 Druk in het scherm Afdrukken op [Vel/omsl./hfdstk invoegen]. 2 Druk op [Vel invoegen]. 3 Druk op [Ja] en geef vervolgens de locaties op waar het papier moet worden ingevoegd. – – 5-18 Druk op een knop en gebruik vervolgens de cijfertoetsen om de pagina op te geven waar het papier moet worden ingevoegd. Om de ingevoerde paginanummers in volgorde te schikken, drukt u op [Sorteren].
Een document van een gebruikersbox afdrukken 5 4 Selecteer de papierlade waarin het papier voor de invoegvellen is geplaatst. Druk op [Pap. invoegen]. 5 Selecteer de invoegmethode. – Om de lade van de omslaginvoegeenheid te selecteren, selecteert u "Blanco" onder "Inv. type". 6 Selecteer de papierlade waarin het papier voor de invoegvellen is geladen en druk vervolgens op [OK]. 7 Druk op [OK] en druk vervolgens op [OK] in het volgende scherm dat wordt weergegeven.
Een document van een gebruikersbox afdrukken 5 Hoofdstuktitelpagina invoegen (Hoofdstuk) De instellingen kunnen worden opgegeven voor de functie wanneer dubbelzijdige pagina's worden afgedrukt. U kunt het papier opgeven, zoals hoofdstuktitelpagina's, dat op de voorzijde van het papier moet worden afgedrukt. ! Detail Pagina's kunnen worden opgegeven voor maximaal 30 locaties in een document van maximaal 999 pagina's. 5-20 1 Druk in het scherm Afdrukken op [Vel/omsl./hfdstk invoegen].
Een document van een gebruikersbox afdrukken 3 Druk op [Ja] en geef vervolgens de pagina's op die op de voorzijde van het papier moeten worden afgedrukt. – – 4 Als "Geen" is geselecteerd, worden alle pagina's van het document op hetzelfde papier afgedrukt. Selecteer de papierlade waarin het papier dat moet worden ingevoegd, is geladen en druk vervolgens op [OK]. – 6 Druk op een knop en gebruik vervolgens de cijfertoetsen om het gewenste paginanummer te typen.
Een document van een gebruikersbox afdrukken 5 De datum/tijd afdrukken (Datum/tijd) De afdrukdatum en -tijd kunnen aan alle pagina's van een document worden toegevoegd. 5-22 Parameter Omschrijving Datumtype Selecteer de notatie voor de datum. Tijdtype Selecteer of de tijd moet worden toegevoegd en kies de notatie. Pag. Selecteer de pagina's waarop moet worden afgedrukt (alle pagina's of alleen het voorblad).
Een document van een gebruikersbox afdrukken 3 5 Om de datum en tijd in te voegen, drukt u op [Ja] en geeft u vervolgens de datum- en tijdinstellingen op. – Wanneer u op [Tekstkleur] drukt, wordt een scherm weergegeven voor het opgeven van de kleur. Druk op de knop voor de gewenste kleur en druk vervolgens op [OK]. – Wanneer u op [Tekstformaat] drukt, wordt een scherm weergegeven voor het opgeven van het tekstformaat. Druk op de knop voor het gewenste formaat en druk vervolgens op [OK].
Een document van een gebruikersbox afdrukken 5 – Om fijne aanpassingen uit te voeren, drukt u op [Positie aanpassen]. – De positie kan worden aangepast tussen 0,1 en 50 mm naar links/rechts en omhoog/omlaag. 4 Druk op [OK]. 5 Druk op [Sluit]. Paginanummers afdrukken (Paginanummer) De paginanummers kunnen aan alle pagina's van het document worden toegevoegd. U kunt de instellingen voor de volgende items definiëren. 5-24 Parameter Omschrijving Startpaginanummer Geef het startpaginanummer op.
Een document van een gebruikersbox afdrukken 5 Met "Vel inv. inst." kunt u instellingen selecteren om op te geven of de paginanummers al dan niet moeten worden afgedrukt op omslagvellen of afgedrukt invoegvellen. Instelling Omslag Invoeg vel (kopiëren) Invoegen (Blanco) Omschrijving Afdr. voor-/achterbl Selecteer deze instelling om de paginanummers ook af te drukken op het voor- en achterblad. Alleen afdr.achterbl Selecteer deze instelling om het paginanummer niet op het voorblad af te drukken.
Een document van een gebruikersbox afdrukken 5 3 5-26 Druk op [Ja] om paginanummers in te voegen en geef vervolgens de instellingen voor de paginanummers op. – Wanneer u op [Vel inv. inst.] drukt, wordt een scherm weergegeven voor het opgeven van de instellingen. Druk op de knoppen voor de gewenste instellingen en druk vervolgens op [OK]. – Wanneer u op [Tekstkleur] drukt, wordt een scherm weergegeven voor het opgeven van de kleur. Druk op de knop voor de gewenste kleur en druk vervolgens op [OK].
Een document van een gebruikersbox afdrukken 5 – Wanneer u op [Tekstformaat] drukt, wordt een scherm weergegeven voor het opgeven van het tekstformaat. Druk op de knop voor het gewenste formaat en druk vervolgens op [OK]. – – Wanneer u op [Afdrukpositie] drukt, wordt een scherm weergegeven voor het opgeven van de afdrukpositie. Druk op de knop voor de gewenste afdrukpositie en maak vervolgens desgewenst fijne aanpassingen. Druk op [OK] nadat u de instellingen hebt opgegeven.
Een document van een gebruikersbox afdrukken 5 Vooraf ingestelde tekst of afbeeldingen toevoegen (Stempel) Vooraf ingesteld tekst, zoals "DRINGEND", kan worden toegevoegd aan alle pagina's van een document. U kunt de instellingen voor de volgende items definiëren. 5-28 Parameter Omschrijving Stempeltype/Vooringestelde stempels Selecteer een stempel, zoals "DRINGEND", "CONCEPT" of "GEEN REPRODUCTIE". Pag. Selecteer de pagina's waarop moet worden afgedrukt (alle pagina's of alleen het voorblad).
Een document van een gebruikersbox afdrukken 3 5 Druk op [Ja] om een stempel in te voegen en geef vervolgens de stempelinstellingen op. – Wanneer u op [Tekstkleur] drukt, wordt een scherm weergegeven voor het opgeven van de kleur. Druk op de knop voor de gewenste kleur en druk vervolgens op [OK]. – Wanneer u op [Tekstformaat] drukt, wordt een scherm weergegeven voor het opgeven van het tekstformaat. Druk op de knop voor het gewenste formaat en druk vervolgens op [OK].
Een document van een gebruikersbox afdrukken 5 – Om fijne aanpassingen uit te voeren, drukt u op [Positie aanpassen]. – De positie kan worden aangepast tussen 0,1 en 50 mm naar links/rechts en omhoog/omlaag. 4 Druk op [OK]. 5 Druk op [Sluit]. Tekst en afbeeldingen toevoegen om kopiëren te verhinderen (Kopieerbeveiliging) Druk verborgen tekst af op alle pagina's van een document om onbevoegd kopiëren te verhinderen.
Een document van een gebruikersbox afdrukken 5 ! Detail Het afgedrukte serienummer is het serienummer van de machine. Neem contact op met uw leverancier voor meer informatie over het opgeven van het serienummer. Gebruik het hulpprogramma voor de kopieerbeveiliging om een geregistreerde stempel te registreren. Raadpleeg de handleiding van het hulpprogramma voor meer informatie. Het papier wordt onderverdeeld in 8 blokken voor de kopieerbeveiliging en de items binnen dat gebied kunnen worden vermeerderd.
Een document van een gebruikersbox afdrukken 5 5-32 1 Druk in het scherm Afdrukken op [Stempel/Compositie]. 2 Druk op [Kopieerbeveiliging]. 3 Om de kopieerbeveiliging toe te passen, drukt u op [Ja] en geeft u vervolgens de instellingen op voor de kopieerbeveiliging.
Een document van een gebruikersbox afdrukken 5 – Wanneer u op [Vooringestelde stempel] drukt, wordt een scherm weergegeven voor het opgeven van de vooraf ingestelde stempelinstellingen. Druk op de knop voor het gewenste stempeltype en druk vervolgens op [OK]. – Wanneer u op [Datum/tijd] drukt, wordt een scherm weergegeven voor het opgeven van de datum- en tijdinstellingen. Selecteer de informatie die moet worden ingevoegd en druk vervolgens op [OK].
Een document van een gebruikersbox afdrukken 5 4 5-34 Om gedetailleerde instellingen op te geven voor de kopieerbeveiliging, drukt u op [Detailinstellingen]. Een scherm voor het opgeven van de instellingen verschijnt. Geef de gewenste instellingen op en druk vervolgens op [OK].
Een document van een gebruikersbox afdrukken – Kopieerbeveiliging patroon – Tekstformaat – Patroon overschrijven CS250/CS240/CS231 5 5-35
Een document van een gebruikersbox afdrukken 5 – 5 Druk op [Sluit] wanneer u klaar bent met het wijzigen van de instellingen. 6 Druk op [Positie] om de schikking van de spaties te wijzigen. 7 Selecteer de hoek als u tekst in een bepaalde hoek wilt plaatsen. – 5-36 Achtergrondpatroon Wanneer tekst in een hoek wordt geplaatst, zijn er maximaal vier gebieden nodig. Als er vijf of meer items zijn opgegeven, moet u een item verwijderen voordat u de hoek opgeeft.
Een document van een gebruikersbox afdrukken 8 5 Om de schikking van een item te wijzigen of het item te verwijderen, drukt u op [Positie wijzigen/verwijderen]. – Het scherm Wijzigen verschijnt. – Om de schikking te wijzigen, selecteert u het kopieerbeveiligingsitem dat moet worden verplaatst en drukt u vervolgens op [Omhoog] of [Omlaag]. – Om een spatie in te voegen, plaatst u o rechts van de locatie waar de spatie moet worden ingevoegd en drukt u vervolgens op [Invoegen].
Een document van een gebruikersbox afdrukken 5 – Om een item te verwijderen, selecteert u het item dat u wilt verwijderen. 9 Druk op [OK] en druk vervolgens opnieuw op [OK] op de twee schermen die worden weergegeven. 10 Druk op [Sluit]. Herhaalde vooraf ingestelde tekst of afbeeldingen toevoegen (Herhaalbare stempel) Tekst of afbeeldingen kunnen herhaaldelijk worden afgedrukt op alle pagina's. De volgende informatie kan worden ingevoegd als een herhalende stempel. Type Omschrijving Gereg.
Een document van een gebruikersbox afdrukken 5 ! Detail Wanneer tekst is geschikt in een hoek van 45 graden (hoek -45 graden), zijn tot vier gebieden nodig. Om spaties in te voegen, drukt u op [Positie]. Druk op [Detailinstellingen] om de volgende stempelinstellingen op te geven. Parameter Omschrijving Tekstkleur Selecteer de kleur (zwart, cyaan of magenta) die moet worden gebruikt om de tekst en de achtergrond af te drukken. Densiteit Selecteer de afdrukdensiteit (Licht, Standard of Donker).
Een document van een gebruikersbox afdrukken 5 3 5-40 Druk op [Ja] om een herhalende stempel in te voegen en geef vervolgens de stempelinstellingen op. – Wanneer u op [Vooringestelde stempel] drukt, wordt een scherm weergegeven voor het opgeven van de vooraf ingestelde stempelinstellingen. Druk op de knop voor het gewenste stempeltype en druk vervolgens op [OK]. – Wanneer u op [Datum/tijd] drukt, wordt een scherm weergegeven voor het opgeven van de datumen tijdinstellingen.
Een document van een gebruikersbox afdrukken – 4 5 Wanneer u op [Anders] drukt, wordt een scherm weergegeven voor het opgeven van de overige instellingen. Selecteer de informatie die moet worden ingevoegd en druk vervolgens op [OK]. Om gedetailleerde instellingen op te geven voor de herhaalde stempel, drukt u op [Detailinstellingen]. Een scherm voor het opgeven van de instellingen verschijnt. Geef de gewenste instellingen op en druk vervolgens op [OK].
Een document van een gebruikersbox afdrukken 5 5 5-42 – Densiteit – Tekstformaat – Patroon overschrijven Druk op [Sluit] wanneer u klaar bent met het wijzigen van de instellingen.
Een document van een gebruikersbox afdrukken 6 Druk op [Positie] om de schikking van de spaties te wijzigen. 7 Selecteer de hoek als u tekst in een bepaalde hoek wilt plaatsen. – 8 5 Wanneer tekst in een hoek wordt geplaatst, zijn er maximaal vier gebieden nodig. Als er vijf of meer items zijn opgegeven, moet u een item verwijderen voordat u de hoek opgeeft. Om de schikking van een item te wijzigen of het item te verwijderen, drukt u op [Positie wijzigen/verwijderen].
Een document van een gebruikersbox afdrukken 5 5-44 – Om de schikking te wijzigen, selecteert u het kopieerbeveiligingsitem dat moet worden verplaatst en drukt u vervolgens op [Omhoog] of [Omlaag]. – Om een spatie in te voegen, plaatst u o rechts van de locatie waar de spatie moet worden ingevoegd en drukt u vervolgens op [Invoegen]. – Om een item te verwijderen, selecteert u het item dat u wilt verwijderen.
Een document van een gebruikersbox afdrukken 5 Een koptekst/voettekst invoegen (Koptekst/voettekst) Kopteksten of voetteksten kunnen op alle pagina's worden ingevoegd. De inhoud van de koptekst/voettekst moet vooraf zijn geregistreerd in de beheerdersmodus. ! Detail Raadpleeg de handleiding – Netwerkscannerbewerkingen voor details over het registreren van kopteksten/voetteksten. Kopteksten/voetteksten maken gebruik van geregistreerde informatie die wordt opgeroepen.
Een document van een gebruikersbox afdrukken 5 3 Druk op touch [Ja] om een koptekst/voettekst af te drukken en selecteer vervolgens het type koptekst/voettekst dat moet worden opgeroepen. 4 Om de geselecteerde items te controleren of tijdelijk te wijzigen, drukt u op [Controle/Tijd. wijzigen]. Het scherm Controle/Tijdelijk wijzigen word weergegeven. 5 5-46 Druk onder "Koptekstinstellingen" of "Voettekstinstellingen" op [Printen] en geef vervolgens de instellingen voor de koptekst/voettekst op.
Een document van een gebruikersbox afdrukken – Tekst – Datum/tijd – Anders CS250/CS240/CS231 5 5-47
Een document van een gebruikersbox afdrukken 5 6 5-48 Definieer de instellingen voor de pagina's waarop moet worden afgedrukt, de tekstkleur en het tekstformaat. – Tekstkleur – Tekstformaat – Druk op [Reset] om de tijdelijk gewijzigde instellingen te annuleren. 7 Druk op [OK] en druk vervolgens op [OK] in het volgende scherm dat wordt weergegeven. 8 Druk op [Sluit].
Een document van een gebruikersbox afdrukken 5.3 5 Gecombineerd afdrukken Beschikbare gecombineerde afdrukparameters U kunt meerdere documenten tegelijkertijd afdrukken. U kunt maximaal 10 documenten selecteren voor een gelijktijdige afdruk. U kunt extra instellingen, zoals het aantal kopieën, opgeven voor het geselecteerde document. U kunt de instellingen voor de volgende items definiëren.
Een document van een gebruikersbox afdrukken 5 2 Druk onder "Gebruiken" op [Combineren]. 3 Geef de combinatievolgorde op. – – 4 5-50 Selecteer de twee documenten waarvan de volgorde moet worden verwisseld. De documenten worden gecombineerd en in de hier opgegeven volgorde afgedrukt. Druk op [OK].
Een document van een gebruikersbox afdrukken 5 Selecteer de afdrukinstellingen. 6 Druk op [Start] of druk op het bedieningspaneel op de toets [Start]. 5 ! Detail Raadpleeg de beschrijvingen die starten met pagina 5-7 voor details over het wijzigen van de instellingen.
5 5-52 Een document van een gebruikersbox afdrukken CS250/CS240/CS231
6 Een document van een gebruikersbox verzenden
Een document van een gebruikersbox verzenden 6 6 Een document van een gebruikersbox verzenden 6.1 Overzicht van documentverzendingen Beschikbare bewerkingen voor het verzenden van documenten Documentgegevens die in een gebruikersbox zijn opgeslagen, kunnen met drie verschillende methoden worden verzonden. De gegevens kunnen eenvoudig worden gerouteerd door met deze machine een bestemming te registreren in plaats van de gegevens via verschillende computers te verzenden.
Een document van een gebruikersbox verzenden 6 Documenten die in gebruikersboxen zijn opgeslagen, controleren In de volgende procedure wordt beschreven hoe u de lijst met documenten die in gebruikersboxen zijn opgeslagen, kunt controleren. 1 Druk op het bedieningspaneel op de toets [Box]. 2 Druk op [Document]. 3 Druk op het tabblad Openbare, Persoonlijke of Groepsgebruikersbox op de knop voor de gewenste gebruikersbox.
Een document van een gebruikersbox verzenden 5 6 Als een wachtwoord is ingesteld voor deze gebruikersbox, typt u het wachtwoord en drukt u vervolgens op [OK]. De lijst met documenten die in de gebruikersbox zijn opgeslagen, wordt weergegeven.
Een document van een gebruikersbox verzenden 6 Een document verzenden 1 Selecteer het document dat moet worden verzonden via het scherm Document. 2 Druk onder "Gebruiken" op [Verzenden]. 3 Geef de bestemming en de verzendinstellingen op. 4 Druk op [Start] of druk op het bedieningspaneel op de toets [Start]. ! Detail Raadpleeg de beschrijvingen die beginnen met pagina 6-8 voor meer informatie over het opgeven van de bestemming en de verzendinstellingen.
Een document van een gebruikersbox verzenden 6 2 Opmerking Als er beperkingen zijn op de documentnaam volgens de voorwaarden van de doelserver, is het mogelijk dat u de verzending niet zult kunnen uitvoeren. Omdat de documentnaam de bestandsnaam wordt tijdens de verzending, moet u uw netwerkbeheerder raadplegen wanneer u de documentnaam opgeeft.
Een document van een gebruikersbox verzenden 6 6.2 De bestemming opgeven Selecteren in het adresboek Volg de hieronder beschreven procedure om gegevens te verzenden door een ontvanger te selecteren uit de reeds geregistreerde bestemmingen. Raadpleeg de handleiding – Netwerkscannerbewerkingen voor details over het registreren van bestemmingen. 1 Selecteer het document dat moet worden verzonden via het scherm Document en druk vervolgens op [Verzenden]. 2 Druk op [Adresboek].
Een document van een gebruikersbox verzenden 6 Een groepsbestemming selecteren "Groep" verwijst naar meerdere bestemmingen die samen zijn geregistreerd. Volg de hieronder beschreven procedure om gegevens te verzenden door een groep te selecteren die vooraf werd geregistreerd. Raadpleeg de handleiding Netwerkscannerbewerkingen voor details over het registreren van groepsbestemmingen.
Een document van een gebruikersbox verzenden 6 4 Selecteer de bestemming waarnaar de gegevens moeten worden verzonden en druk vervolgens op [OK]. – – – Druk op [Alles sel.] om alle bestemmingen te selecteren. Om de selectie van alle bestemmingen op te heffen, drukt u op [Reset]. Er kunnen extra bestemmingen worden toegevoegd door het adres rechtstreeks in te voeren. De knop wordt gemarkeerd weergegeven en de bestemming verschijnt onder "Adressenlijst uitzending".
Een document van een gebruikersbox verzenden 6 1 Selecteer het document dat moet worden verzonden via het scherm Document en druk vervolgens op [Verzenden]. 2 Druk op [Adresboek] en vervolgens op [Adres zoeken]. 3 Druk op [Detail zoeken]. 4 Druk op [Naam] of [Adres] om de uit te voeren zoekactie te selecteren. 5 Voer de tekst in die u wilt zoeken en druk vervolgens op [OK]. Het scherm Detail zoeken verschijnt opnieuw en de zoekresultaten worden weergegeven.
Een document van een gebruikersbox verzenden 6 6 Selecteer de gewenste bestemming en druk vervolgens op [OK]. Een e-mailbestemming rechtstreeks opgeven 2 Opmerking Als "Handmatig bestemming invoeren" (wordt weergegeven door op [Beveiligingsinstellingen] te drukken op het scherm Beheerderinstelling en vervolgens op [Beveiligingsdetails]) is ingesteld op "Beperken", verschijnt [Directe invoer] niet.
Een document van een gebruikersbox verzenden 3 6 Voer het adres van de bestemming in en druk vervolgens op [OK]. – Herhaal stappen 2 en 3 om extra bestemmingen op te geven. De ingevoerde adressen verschijnen onder "Adressenlijst uitzending". 2 Opmerking U kunt vaak ingevoerde gebruikers- en domeinnamen registreren om ze later opnieuw op te roepen en te gebruiken. In de beheerdersfunctie moeten eerst voorvoegsels en achtervoegsels worden geregistreerd.
Een document van een gebruikersbox verzenden 6 1 Selecteer het document dat moet worden verzonden via het scherm Document en druk vervolgens op [Verzenden]. 2 Druk op [PC(SMB)] op het tabblad Directe invoer. Een scherm verschijnt waarin u de hostnaam voor de bestemming en het bestandspad kunt opgeven. 3 Voer de informatie voor de bestemming in en druk vervolgens op [OK]. – – Om de inhoud van gedeelde mappen te controleren, drukt u op [Referentie]. Druk op [Volg. bestem.
Een document van een gebruikersbox verzenden 6 Een FTP-bestemming direct opgeven U kunt de instellingen voor de volgende items definiëren. Parameter Omschrijving Hostnaam Geef de hostnaam of het IP-adres voor de bestemming op. Gebruik het toetsenbord dat verschijnt om te typen en druk vervolgens op [OK]. Bestandspad Geef het pad naar de bestemmingsmap op. Gebruik het toetsenbord dat verschijnt om te typen en druk vervolgens op [OK].
Een document van een gebruikersbox verzenden 6 3 Voer de bestemmingsinformatie in. – Druk op [Volg. bestem.] om een extra adres op te geven en voer vervolgens de informatie in. De ingevoerde adressen verschijnen onder "Adressenlijst uitzending". 4 Om geavanceerde instellingen op te geven, drukt u op [Gedetaill. instellingen] en geeft u de instellingen op. 5 Druk op [OK] en druk vervolgens op [OK] in het volgende scherm dat wordt weergegeven.
Een document van een gebruikersbox verzenden 6 1 Druk op [Adres zoeken]. 2 Als meerdere LDAP-servers zijn opgegeven, selecteert u de server die moet worden gezocht en drukt u vervolgens op [AAN]. 3 Selecteer het gewenste zoektype.
Een document van een gebruikersbox verzenden 6 4 5 6-18 Geef de zoekvoorwaarden op. – Als "Gedeteil. zoeken" is geselecteerd, typt u het trefwoord in dat u wilt zoeken en drukt u vervolgens op [Zoeken starten]. – Als "Geavanc. zoeken" is geselecteerd, kiest u de zoekvoorwaardetypes en typt u de tekst die u wilt zoeken. Druk vervolgens op [Zoeken starten]. Selecteer de gewenste bestemming en druk vervolgens op [OK].
Een document van een gebruikersbox verzenden 6.3 6 De verzendinstellingen opgeven Instellingen die kunnen worden opgegeven Druk in het scherm voor het selecteren van een bestemming op [Bestandstype], [Comm. instelling] of [Applicatie] om gedetailleerde instellingen op te geven voor het verzenden. U kunt de instellingen voor de volgende items definiëren. Bestandstype Parameter Omschrijving Paginaverwijzing Bestandstype Selecteer de bestandsindeling voor de scangegevens die moeten worden opgeslagen.
Een document van een gebruikersbox verzenden 6 2 Opmerking De "JPEG"-instelling kan niet worden geselecteerd voor een ontvangen fax die in een gebruikersbox is opgeslagen. Codeerinstellingen Parameter Omschrijving Coderingsniveau Selecteert het coderingsniveau. Wachtwoord Voer het wachtwoord in dat nodig is om de gecodeerde gegevens te openen. Voer een toegangscode in van 32 karakters of minder. Voer het wachtwoord opnieuw in als bevestiging.
Een document van een gebruikersbox verzenden 3 6 Als "PDF" of "Compact PDF" is geselecteerd, drukt u op [Codering], indien nodig. – De inhoud van een document dat is opgeslagen met een codering, kan niet worden weergegeven. 4 Geef de codeerinstellingen op. 5 Om de stempelcombinatiemethode op te geven, drukt u op [Stempelcompositie]. 6 Selecteer de gewenste stempelcombinatiemethode. 7 Druk op [OK]. 8 Selecteer de scaninstelling. 9 Druk op [OK].
Een document van een gebruikersbox verzenden 6 E-mailinstellingen (Communicatie-instellingen) Wanneer gegevens worden verzonden, kan ook een e-mailbericht met de documentnaam naar het opgegeven e-mailadres worden verzonden. U kunt de instellingen voor de volgende items definiëren. Parameter Omschrijving Documentnaam De naam van het op te slaan bestand wordt weergegeven.
Een document van een gebruikersbox verzenden 6 URL notificatie adresinstelling (Communicatie-instellingen) Geef het e-mailadres op waarnaar de notificaties over het voltooien van de opdracht moeten worden verzonden. ! Detail De bestemmingen die kunnen worden opgegeven voor "URL-notificatie adresinstelling" omvatten FTP-servers of SMB-servers. Deze functie werkt niet tijdens de e-mailverzendingen, zelfs als een instelling is opgegeven. 1 Druk op [Comm.
Een document van een gebruikersbox verzenden 6 1 Druk op [Comm. instelling] in een scherm voor het selecteren van een bestemming. 2 Druk op [E-mailcodering]. 3 Druk op [Sluit] en druk vervolgens op [Sluit] in het volgende scherm dat wordt weergegeven. Digitale handtekening Deze parameter verschijnt wanneer "S/MIME communicatie-instellingen" is ingesteld op "AAN". Selecteer of er al dan niet een digitale handtekening moet worden toegevoegd aan de e-mailberichten die worden verzonden.
Een document van een gebruikersbox verzenden 6 Datum/tijd (Toepassing) De scandatum en -tijd kunnen aan alle pagina's van een document worden toegevoegd. U kunt de instellingen voor de volgende items definiëren. Parameter Omschrijving Datumtype Selecteer de notatie voor de datum. Tijdtype Selecteer of de tijd moet worden toegevoegd en kies de notatie. Pag. Selecteer de pagina's waarop moet worden afgedrukt (alle pagina's of alleen het voorblad).
Een document van een gebruikersbox verzenden 6 4 6-26 Om de datum en tijd toe te voegen, drukt u op [Ja] en geeft u vervolgens de datum- en tijdinstellingen op. – Wanneer u op [Tekstkleur] drukt, wordt een scherm weergegeven voor het opgeven van de kleur. Druk op de knop voor de gewenste kleur en druk vervolgens op [OK]. – Wanneer u op [Tekstformaat] drukt, wordt een scherm weergegeven voor het opgeven van het tekstformaat. Druk op de knop voor het gewenste formaat en druk vervolgens op [OK].
Een document van een gebruikersbox verzenden – Om fijne aanpassingen uit te voeren, drukt u op [Positie aanpassen]. – De positie kan worden aangepast tussen 0,1 en 50 mm naar links/rechts en omhoog/omlaag. 5 Druk op [OK]. 6 Druk op [Sluit] en druk vervolgens op [Sluit] in het volgende scherm dat wordt weergegeven.
Een document van een gebruikersbox verzenden 6 Paginanummer (Toepassing) De paginanummers kunnen aan alle pagina's van het document worden toegevoegd. U kunt de instellingen voor de volgende items definiëren. 6-28 Parameter Omschrijving Startpaginanummer Geef het startpaginanummer op. Starthoofdstuknr. Geef het starthoofdstuknummer op. Paginanummertype Selecteer de notatie voor het paginanummer. Tekstkleur Selecteer de afdrukkleur (zwart, rood, blauw, groen, geel, cyaan en magenta).
Een document van een gebruikersbox verzenden 4 6 Druk op [Ja] om paginanummers toe te voegen en geef vervolgens de instellingen voor de paginanummers op. – Wanneer u op [Tekstkleur] drukt, wordt een scherm weergegeven voor het opgeven van de kleur. Druk op de knop voor de gewenste kleur en druk vervolgens op [OK]. – Wanneer u op [Tekstformaat] drukt, wordt een scherm weergegeven voor het opgeven van het tekstformaat. Druk op de knop voor het gewenste formaat en druk vervolgens op [OK].
Een document van een gebruikersbox verzenden 6 6-30 – Om fijne aanpassingen uit te voeren, drukt u op [Positie aanpassen]. – De positie kan worden aangepast tussen 0,1 en 50 mm naar links/rechts en omhoog/omlaag. 5 Druk op [OK]. 6 Druk op [Sluit] en druk vervolgens op [Sluit] in het volgende scherm dat wordt weergegeven.
Een document van een gebruikersbox verzenden 6 Stempel (Toepassing) Vooraf ingesteld tekst, zoals "DRINGEND", kan worden toegevoegd aan alle pagina's van een document. U kunt de instellingen voor de volgende items definiëren. Parameter Omschrijving Stempeltype/Vooringestelde stempels Selecteer een stempel, zoals "DRINGEND", "CIRCULAIRE" of "GEEN REPRODUCTIE". Pag. Selecteer de pagina's waarop moet worden afgedrukt (alle pagina's of alleen het voorblad).
Een document van een gebruikersbox verzenden 6 4 6-32 Druk op [Ja] om een stempel op te geven en geef vervolgens de stempelinstellingen op. – Wanneer u op [Tekstkleur] drukt, wordt een scherm weergegeven voor het opgeven van de kleur. Druk op de knop voor de gewenste kleur en druk vervolgens op [OK]. – Wanneer u op [Tekstformaat] drukt, wordt een scherm weergegeven voor het opgeven van het tekstformaat. Druk op de knop voor het gewenste formaat en druk vervolgens op [OK].
Een document van een gebruikersbox verzenden – Om fijne aanpassingen uit te voeren, drukt u op [Positie aanpassen]. – De positie kan worden aangepast tussen 0,1 en 50 mm naar links/rechts en omhoog/omlaag. 5 Druk op [OK]. 6 Druk op [Sluit] en druk vervolgens op [Sluit] in het volgende scherm dat wordt weergegeven.
Een document van een gebruikersbox verzenden 6 Een koptekst/voettekst invoegen (Koptekst/voettekst) Kopteksten of voetteksten kunnen op alle pagina's worden ingevoegd. De inhoud van de koptekst/voettekst moet vooraf zijn geregistreerd in de beheerdersmodus. ! Detail Raadpleeg de handleiding – Netwerkscannerbewerkingen voor details over het registreren van kopteksten/voetteksten. Kopteksten/voetteksten maken gebruik van geregistreerde informatie die wordt opgeroepen.
Een document van een gebruikersbox verzenden 6 3 Druk op touch [Ja] om een koptekst/voettekst af te drukken en selecteer vervolgens het type koptekst/voettekst dat moet worden opgeroepen. 4 Om de geselecteerde items te controleren of tijdelijk te wijzigen, drukt u op [Controle/Tijd. wijzigen]. – 5 Het scherm Controle/Tijdelijk wijzigen wordt weergegeven. Druk onder "Koptekstinstellingen" of "Voettekstinstellingen" op [Printen] en geef vervolgens de instellingen voor de koptekst/voettekst op.
Een document van een gebruikersbox verzenden 6 6-36 – Tekst – Datum/tijd – Overige CS250/CS240/CS231
Een document van een gebruikersbox verzenden 6 6 Definieer de instellingen voor de pagina's waarop moet worden afgedrukt, de tekstkleur en het tekstformaat. – Tekstkleur – Tekstformaat – Druk op [Reset] om de tijdelijk gewijzigde instellingen te annuleren. 7 Druk op [OK] en druk vervolgens op [OK] in het volgende scherm dat wordt weergegeven. 8 Druk op [Sluit].
Een document van een gebruikersbox verzenden 6 Pagina afdrukken (Toepassing) De instellingen kunnen worden opgegeven om een document af te drukken wanneer het wordt gescand. Daarnaast kunt u ook verschillende instellingen opgeven bij het afdrukken. U kunt de instellingen voor de volgende items definiëren. 6-38 Parameter Omschrijving Kopieën Gebruik de cijfertoetsen om het aantal af te drukken kopieën in te voeren. Er kan een aantal tussen 1 en 999 worden opgegeven.
Een document van een gebruikersbox verzenden 4 Om de nietpositie te selecteren, drukt u op [Hoek] of [2 posities] en drukt u vervolgens op [Positie instel.]. 5 Druk op de knop voor de gewenste positie en druk vervolgens op [OK]. 6 Druk op [OK]. 7 Druk op [Sluit].
Een document van een gebruikersbox verzenden 6 6.4 Inbinden TX Beschikbare gecombineerde verzendparameters U kunt meerdere documenten tegelijkertijd verzenden. U kunt maximaal 10 documenten selecteren om ze tegelijk te verzenden. Druk in het scherm voor het selecteren van een bestemming op [Bestandstype], [Comm. instelling] of [Toepassing] om gedetailleerde instellingen op te geven voor het verzenden. U kunt de instellingen voor de volgende items definiëren.
Een document van een gebruikersbox verzenden 2 Druk onder "Gebruiken" op [Inbinden TX]. 3 Geef de combinatievolgorde op. – – 4 6 Selecteer de twee documenten waarvan de volgorde moet worden verwisseld. De documenten worden gecombineerd en verzonden in de hier opgegeven volgorde. Druk op [OK].
Een document van een gebruikersbox verzenden 6 5 Geef de bestemming en de verzendinstellingen op. 6 Druk op [Start] of druk op het bedieningspaneel op de toets [Start]. ! Detail Raadpleeg de beschrijvingen die beginnen met pagina 6-19 voor meer informatie over het opgeven van de bestemming en de verzendinstellingen. 2 Opmerking Als er beperkingen zijn op de documentnaam volgens de voorwaarden van de doelserver, is het mogelijk dat u de verzending niet zult kunnen uitvoeren.
Een document van een gebruikersbox verzenden 6.5 6 De instellingen controleren vóór het verzenden Druk op [Functie controle] in het subweergavegebied om de lijst met bestemmingen weer te geven. In dit gebied kunnen de geselecteerde instellingen worden gecontroleerd. Om een bestemming te wijzigen, selecteert u deze in dit gebied. De instellingen kunnen met de volgende opties worden gecontroleerd en gewijzigd.
Een document van een gebruikersbox verzenden 6 4 Kies de toets voor de instelling die moet worden gewijzigd en controleer of wijzig vervolgens de instelling. – 5 Als een instelling is gewijzigd, wordt de gewijzigde instelling naar het einde van de lijst verplaatst. Druk op [Sluit] nadat u de instellingen hebt gecontroleerd. Onnodige bestemmingen verwijderen De geselecteerde bestemming kan worden verwijderd. 1 Druk op [Functie controle] in het subweergavegebied.
7 Een document van een systeemgebruikersbox afdrukken/verzenden
Een document van een systeemgebruikersbox afdrukken/verzenden 7 7 Een document van een systeemgebruikersbox afdrukken/verzenden 7.1 Overzicht van de systeemgebruikersboxen De beschikbare bewerkingen nadat u op [Document] hebt gedrukt, kunnen worden uitgevoerd met de systeemgebruikersboxen die hieronder zijn weergeven.
Een document van een systeemgebruikersbox afdrukken/verzenden 7 Een document afdrukken (Modus 1) Volg de hieronder beschreven procedure wanneer "op Verbied functies bij bevest. fout" (wordt weergegeven door op [Beveilingsinstellingen] te drukken in het scherm Beheerderinstellingen, en vervolgnes op [Beveiligingsdetails]) is ingesteld op "Modus 1". 7-4 1 Druk op [Document]. 2 Druk op [Systeem]. 3 Druk op [Beveiligd afdrukken Gebruikersbox] en druk vervolgens op [OK].
Een document van een systeemgebruikersbox afdrukken/verzenden 4 Geef de ID op voor de vertrouwelijke box en druk vervol’gens op [OK]. 5 Geef het wachtwoord op voor de vertrouwelijke box en druk vervolgens op [OK]. 7 Een lijst van de documenten die kunnen wordt afgedrukt, worden weergegeven. 6 Selecteer het document dat u wilt afdrukken. 7 Druk onder "Gebruiken" op [Printen].
Een document van een systeemgebruikersbox afdrukken/verzenden 7 8 Selecteer de afdrukinstellingen. 9 Druk op [Start] of druk op het bedieningspaneel op de toets [Start]. ! Detail Raadpleeg de beschrijvingen die starten met pagina 5-7 voor details over het wijzigen van de instellingen. Een document afdrukken (Modus 2) Volg de hieronder beschreven procedure wanneer "op Verbied functies bij bevest.
Een document van een systeemgebruikersbox afdrukken/verzenden 3 Druk op [Beveiligd afdrukken Gebruikersbox] en druk vervolgens op [OK]. 4 Geef de ID op voor het beveiligde document en druk vervolgens op [OK]. 7 Een lijst van de documenten die kunnen worden afgedrukt, wordt weergegeven. 5 Selecteer het document dat u wilt afdrukken en druk vervolgens op [Wachtwoord invoeren]. 6 Geef het wachtwoord op voor het beveiligde document en druk vervolgens op [OK].
Een document van een systeemgebruikersbox afdrukken/verzenden 7 7 Druk onder "Gebruiken" op [Printen]. 8 Selecteer de afdrukinstellingen. – 9 7-8 Zie "Een document afdrukken" op pagina 5-6 voor details over het wijzigen van de instellingen. Druk op [Start] of druk op het bedieningspaneel op de toets [Start].
Een document van een systeemgebruikersbox afdrukken/verzenden 7.3 7 Notitie gebruikersbox Beschikbare afdrukparameters De instellingen voor het volgende kunnen worden opgegeven wanneer een document wordt afgedrukt. Beschikbare parameters Omschrijving Paginaverwijzing Kopieën Bepaal het aantal exemplaren dat moet worden afgedrukt. p. 5-7 Printen Selecteer of u enkel- of dubbelzijdig wilt afdrukken. p.
Een document van een systeemgebruikersbox afdrukken/verzenden 7 3 Druk op [Annotatie Gebruikersbox] en druk vervolgens op [OK]. 4 Selecteer de gewenste box en druk vervolgens op [OK]. Een lijst van documenten wordt weergegeven. 5 7-10 Selecteer het document dat u wilt afdrukken.
Een document van een systeemgebruikersbox afdrukken/verzenden 6 Druk onder "Gebruiken" op [Printen]. 7 Selecteer de afdrukinstellingen. 8 Druk op [Start] of druk op het bedieningspaneel op de toets [Start]. 7 ! Detail Raadpleeg de beschrijvingen die starten met pagina 5-7 voor details over het wijzigen van de instellingen. Beschikbare verzendparameters Documentgegevens die in gebruikersboxen zijn opgeslagen, kunnen met drie verschillende methoden worden verzonden.
Een document van een systeemgebruikersbox afdrukken/verzenden 7 Geef de bestemming op via een van de volgende vier methoden, afhankelijk van het gewenste doel en gebruik van de verzending. U kunt elk van deze methoden combineren om bestemmingen op te geven. Methode Omschrijving Paginaverwijzing Adresboekbestemmingen Selecteer verschillende bestemmingen uit de lijst die in het adresboek is geregistreerd. p.
Een document van een systeemgebruikersbox afdrukken/verzenden 7 Een document verzenden 1 Selecteer het document dat moet worden verzonden in de Annotatie gebruikersbox. 2 Druk onder "Gebruiken" op [Verzenden]. 3 Geef de bestemming en de verzendinstellingen op. 4 Druk op [Start] of druk op het bedieningspaneel op de toets [Start]. ! Detail Raadpleeg de beschrijvingen die beginnen met pagina 7-9 voor meer informatie over het opgeven van de bestemming en de verzendinstellingen.
Een document van een systeemgebruikersbox afdrukken/verzenden 7 2 Opmerking Als er beperkingen zijn op de documentnaam volgens de voorwaarden van de doelserver, is het mogelijk dat u de verzending niet zult kunnen uitvoeren. Omdat de documentnaam de bestandsnaam wordt tijdens de verzending, moet u uw netwerkbeheerder raadplegen wanneer u de documentnaam opgeeft.
Een document van een systeemgebruikersbox afdrukken/verzenden 7 Het scherm Wijzig tekst verschijnt. 3 Kies de toets voor de instellingen die moet worden gewijzigd en wijzig vervolgens de instelling. – Druk op [Nummering tekst], typ de tekst die moet worden toegevoegd en druk vervolgens op [OK]. – Druk op [Datum/tijd], selecteer de notatie voor de datum en tijd die moeten worden afgedrukt en druk vervolgens op [OK].
Een document van een systeemgebruikersbox afdrukken/verzenden 7 7-16 – Druk op [Densiteit], druk op de knop voor de gewenste tekstdensiteit en druk vervolgens op [OK]. – Druk op [Nummertype], selecteer het formaat voor de nummering en druk vervolgens op [OK]. – Druk op [Afdrukpositie], selecteer de afdrukpositie en druk vervolgens op [OK].
Een document van een systeemgebruikersbox afdrukken/verzenden 7.4 7 Gebruikersbox gecodeerde PDF Om een document dat in de Gebruikersbox gecodeerde PDF is opgeslagen, moet het wachtwoord dat werd opgegeven op het ogenblik dat het document werd opgeslagen, worden ingevoerd. ! Detail De documenten worden opgeslagen in de gecodeerde PDF gebruikersbox door gebruik te maken van Web Connection of Direct Print.
Een document van een systeemgebruikersbox afdrukken/verzenden 7 7-18 4 Selecteer het document dat u wilt afdrukken. 5 Druk onder "Gebruiken" op [Printen]. 6 Voer het wachtwoord in en druk op [OK].
Een document van een systeemgebruikersbox afdrukken/verzenden 7 Verwijderen 1 Druk op [Document]. 2 Druk op [Systeem]. 3 Druk op [Gecodeerde PDF Gebruikersbox] en vervolgens op [OK].
Een document van een systeemgebruikersbox afdrukken/verzenden 7 7-20 4 Selecteer het document dat u wilt verwijderen. 5 Druk onder "Gebruiken" op [Verwijderen]. 6 Controleer het bericht, druk op [Ja] om het document te verwijderen en druk op [OK].
8 De parameters voor de functie Hulpprogramma opgeven
De parameters voor de functie Hulpprogramma opgeven 8 8 De parameters voor de functie Hulpprogramma opgeven 8.1 De instellingen kunnen worden opgegeven via de functie Hulpprogramma Via de functie Gebruikersprogramma kunt u verschillende basisinstellingen en geavanceerde parameters opgeven voor het gebruik van deze machine. In dit hoofdstuk worden de procedures beschreven voor het instellen van de parameters van de functie Hulpprogramma voor de gebruikersboxfuncties.
De parameters voor de functie Hulpprogramma opgeven 8 8.2 Gebruikersboxbevoegdheden Typen gebruikers Verschillende niveaus gebruikers kunnen deze machine gebruiken. Naast de machinebeheerders kunnen ook de gebruikersboxbeheerders de gebruikersboxfuncties gebruiken. De volgende types gebruikers hebben toegang tot de verschillende gebruikersboxen. Type Omschrijving Openbare gebruiker Deze gebruiker heeft toegang wanneer de gebruikersauthenticatie-instellingen niet werden toegepast.
De parameters voor de functie Hulpprogramma opgeven 8.3 8 Schermen Weergave-instelling Het scherm Beheerderinstellingen weergeven 1 Druk op [Box]. 2 Druk op de toets [Hulpprogramma]. 3 Druk op [3 Beheerderinstelling]. – CS250/CS240/CS231 U kunt een item ook selecteren door op het toetsenbord te drukken op de toets voor het cijfer naast de gewenste knop. Druk voor [3 Beheerderinstelling] op de toets [3] van de cijfertoetsen.
De parameters voor de functie Hulpprogramma opgeven 8 4 Voer het wachtwoord in en druk op [OK]. – – Zie "Tekst invoeren" op pagina 9-4 voor details over het invoeren van tekst. Om het opgeven van instellingen in de functie Hulpprogramma te stoppen, drukt u op de toets [Hulpprogramma]. Sluit anders de functie Hulpprogramma door in elk scherm te drukken op [Sluit] tot het scherm voor de kopie-, fax/scan- of gebruikersboxfunctie verschijnt. Het scherm Beheerderinstelling wordt weergegeven.
De parameters voor de functie Hulpprogramma opgeven 8.4 8 Gebruikersboxen registreren Er kunnen nieuwe gebruikersboxen worden geregistreerd. U kunt de volgende types gebruikersboxen registreren. Type Omschrijving Openbare gebruikersboxen Deze gedeelde gebruikersbox is voor iedereen toegankelijk.
De parameters voor de functie Hulpprogramma opgeven 8 Nieuw scherm 2/2 Parameter Omschrijving Tijd automatisch verwijderen document Selecteer de duur tot het document wordt verwijderd nadat het in de gebruikersbox is opgeslagen. Vertrouwelijk RX Deze parameter verschijnt wanneer de optionele faxkit FK-502 is geïnstalleerd. Selecteer of de functie Vertrouwelijke ontvangst moet worden toegevoegd aan de gebruikersbox.
De parameters voor de functie Hulpprogramma opgeven 3 8 Druk op [2 Gebruikersbox]. Het venster Gebruikersbox maken verschijnt. 4 Druk op [1 Openbare/persoonl. gebr.box]. 5 Druk op [Nieuw]. Nieuw scherm 1/2 verschijnt.
De parameters voor de functie Hulpprogramma opgeven 8 6 Geef de gewenste instellingen op. 7 Druk op [Doorst ]. Nieuw scherm 2/2 verschijnt. 8 Geef de gewenste instellingen op. – – 9 Om de wijzigingen aan de instellingen te annuleren, drukt u op de naam van het menu-item in het scherm Bladwijzer om terug te keren naar het geselecteerde scherm zonder de wijzigingen aan de instellingen toe te passen.
De parameters voor de functie Hulpprogramma opgeven 8 Notitie gebruikersboxen registreren U kunt instellingen opgeven voor het volgende wanneer u registreert. Nieuw scherm 1/3 Parameter Omschrijving Gebr.boxnummer Het volgende beschikbare gebruikersboxnummer wordt weergegeven. Om een gebruikersboxnummer op te geven, drukt u op [Gebruikersboxnr.] en gebruikt u vervolgens de cijfertoetsen om het gebruikersboxnummer in te voeren (tussen 1 en 999999999). Gebr.boxnaam Druk op [Gebr.
De parameters voor de functie Hulpprogramma opgeven 8 1 Druk op [3 Adres/gebruikersbox] in het scherm Beheerderinstelling. – Raadpleeg "Het scherm Beheerderinstellingen weergeven" op pagina 8-5 voor meer informatie over het weergeven van het scherm Beheerderinstelling. 2 Druk op [2 Gebruikersbox] in het scherm Adres/gebruikersbox. 3 Druk op [4 Bestandsnummer]. 4 Druk op [Nieuw]. Nieuw scherm 1/3 verschijnt.
De parameters voor de functie Hulpprogramma opgeven 5 Geef de gewenste instellingen op. 6 Druk op [Doorst 8 ]. Nieuw scherm 2/3 verschijnt. 7 Geef de gewenste instellingen op. De tekst kan worden opgegeven in het overeenkomende scherm.
De parameters voor de functie Hulpprogramma opgeven 8 8-14 – Datum/tijd – Densiteit – Nummertype CS250/CS240/CS231
De parameters voor de functie Hulpprogramma opgeven 8 – Afdrukpositie – Tekst Druk op [Doorst 8 ]. Nieuw scherm 3/3 verschijnt. 9 Geef de gewenste instellingen op. – – 10 Om de wijzigingen aan de instellingen te annuleren, drukt u op de naam van het menu-item in het scherm Bladwijzer om terug te keren naar het geselecteerde scherm zonder de wijzigingen aan de instellingen toe te passen. Om het opgeven van instellingen in de functie Hulpprogramma te stoppen, drukt u op de toets [Hulpprogramma].
De parameters voor de functie Hulpprogramma opgeven 8 ! Detail In het scherm met de lijst gebruikersboxen kunnen geregistreerde gebruikersboxen worden bewerkt of verwijderd. Om de instellingen te wijzigen, selecteert u de gebruikersbox en drukt u vervolgens op [Bewerken]. Om een gebruikersbox te verwijderen, selecteert u de gebruikersbox en drukt u vervolgens op [Verwijd.].
De parameters voor de functie Hulpprogramma opgeven 8.5 8 Maximum aantal gebruikersboxen Geef de beperkingen op voor het aantal gebruikersboxen dat voor elke gebruiker kan worden geregistreerd. 1 Druk op [3 Adres/gebruikersbox] in het scherm Beheerderinstelling. – 2 Raadpleeg "Het scherm Beheerderinstellingen weergeven" op pagina 8-5 voor meer informatie over het weergeven van het scherm Beheerderinstelling. Druk op [4 Instelling max. boxnummer] in het scherm Adres/gebruikersbox.
De parameters voor de functie Hulpprogramma opgeven 8 – 5 Druk op [OK]. – – 8-18 Om een beperking op te geven, drukt u op [AAN] onder "Maximum boxbeheer". Gebruik de cijfertoetsen om het maximum aantal gebruikersboxen op te geven en druk vervolgens op [Toepassen]. Om de wijzigingen aan de instellingen te annuleren, drukt u op de naam van het menu-item in het scherm Bladwijzer om terug te keren naar het geselecteerde scherm zonder de wijzigingen aan de instellingen toe te passen.
De parameters voor de functie Hulpprogramma opgeven 8.6 8 Gebruikersboxinstellingen Het scherm Gebruikersboxinstellingen weergeven 1 Druk op [1 Systeeminstelling] in het scherm Beheerderinstelling. – 2 Raadpleeg "Het scherm Beheerderinstellingen weergeven" op pagina 8-5 voor meer informatie over het weergeven van het scherm Beheerderinstelling. Druk op [0 Gebruikersboxinstelling] in het scherm Systeeminstellingen. Het scherm Gebruikersboxinstellingen wordt weergegeven.
De parameters voor de functie Hulpprogramma opgeven 8 Verwijder ongebr. gebruikersboxen Boxen die geen opgeslagen documenten bevatten, kunnen als ongebruikte boxen worden verwijderd. 1 Druk op [1 Verwijder ongebr. gebr.box] in het scherm Gebruikersboxinstellingen. – – 2 8-20 Om de wijzigingen aan de instellingen te annuleren, drukt u op de naam van het menu-item in het scherm Bladwijzer om terug te keren naar het geselecteerde scherm zonder de wijzigingen aan de instellingen toe te passen.
De parameters voor de functie Hulpprogramma opgeven 8 Verwijder beveil. printdocumenten Alle documenten die in de Beveiligd afdrukken gebruikersbox zijn opgeslagen, kunnen worden verwijderd. 1 Druk op [2 Beveiligd afdrukbestand verwijderen] in het scherm Gebruikersboxinstellingen.
De parameters voor de functie Hulpprogramma opgeven 8 Auto wissen beveiligd document Selecteer de duur tot de vertrouwelijke documenten worden verwijderd nadat ze zijn opgeslagen. 1 Druk op [3 Auto verwijderen beveiligd bestand] in het scherm Gebruikersboxinstellingen. – – 2 Om de tijdinstelling op te geven, drukt u op [Ja] en selecteert u de periode.
De parameters voor de functie Hulpprogramma opgeven 8 Tijd verwijderen gecodeerde PDF Selecteer de duur tot de gecodeerde PDF-bestanden worden verwijderd nadat ze zijn opgeslagen. 1 Druk op [4 Tijd verwijderen gecod. PDF] in het scherm Gebruikersboxinstellingen. – – 2 Om de wijzigingen aan de instellingen te annuleren, drukt u op de naam van het menu-item in het scherm Bladwijzer om terug te keren naar het geselecteerde scherm zonder de wijzigingen aan de instellingen toe te passen.
De parameters voor de functie Hulpprogramma opgeven 8 Instelling document vasthouden Selecteer of de documenten automatisch worden verwijderd wanneer ze worden verzonden of afgedrukt. 1 Druk op [5 Inst. doc. vasthouden] in het scherm Gebruikersboxinstellingen. – – 2 Geef de gewenste instellingen op.
De parameters voor de functie Hulpprogramma opgeven 8.7 8 Beheerderinstelling gebruikersbox Selecteer of u al dan niet het gebruik door de boxbeheerder wilt toestaan. (De standaardinstelling is "Toestaan".) Wanneer u zich aanmeldt als boxbeheerder, typt u "boxadmin" als de gebruikersnaam in het scherm Gebruikersauthenticatie en typt u vervolgens het wachtwoord, zoals opgegeven in stap 5.
De parameters voor de functie Hulpprogramma opgeven 8 – 4 Om dit toe te staan, drukt u op [Toestaan] en gaat u vervolgens verder met stap 4. Voer het wachtwoord in voor de gebruikersboxbeheerder (tot 8 tekens) en druk vervolgens op [OK]. – Zie "Tekst invoeren" op pagina 9-4 voor details over het invoeren van tekst. Een scherm voor het opnieuw invoeren van het wachtwoord wordt weergegeven. 5 Voer het wachtwoord opnieuw in en druk op [OK].
De parameters voor de functie Hulpprogramma opgeven 8 2 Let op Als "Wachtwoordregels" is ingesteld op "Activeren", kan alleen een wachtwoord met 8 tekens worden opgegeven. Als er reeds een gebruikersboxwachtwoord van minder dan 8 tekens is geregistreerd, moet u het wachtwoord wijzigen zodat het 8 tekens bevat voordat u "Wachtwoordregels" instelt op "Activeren". Raadpleeg de handleiding – Kopieerbewerkingen voor details over de wachtwoordregels.
De parameters voor de functie Hulpprogramma opgeven 8 8.8 HDD instelling U hebt de beschikking over verschillende harde schijfbewerkingen, zoals het wissen van gegevens van de harde schijf en het controleren van de vrije ruimte op de harde schijf. U kunt de instellingen voor de volgende items definiëren. Parameter Omschrijving Controleer schijfcapaciteit De gebruikte en resterende ruimte van de harde schijf kan worden gecontroleerd.
De parameters voor de functie Hulpprogramma opgeven 4 8 Druk op [Sluit]. – Om de wijzigingen aan de instellingen te annuleren, drukt u op de naam van het menu-item in het scherm Bladwijzer om terug te keren naar het geselecteerde scherm zonder de wijzigingen aan de instellingen toe te passen. – Om het opgeven van instellingen in de functie Hulpprogramma te stoppen, drukt u op de toets [Hulpprogramma].
De parameters voor de functie Hulpprogramma opgeven 8 – Wanneer de beveiligingskit is geïnstalleerd: Het scherm Tijdelijke data overschrijven overschrijven wordt weergegeven. 4 Om de gegevens te overschrijven, drukt u op [Ja] en selecteert u vervolgens de overschrijfmethode. – 5 Als de beveiligingskit is geïnstalleerd, drukt u op [Coderingsprioriteit] of [Prioriteit overschrijven]. Druk op [OK]. – Ga door met stap 6 als "Coderingsprioriteit" en "Prioriteit overschrijven" zijn gewijzigd.
De parameters voor de functie Hulpprogramma opgeven 8 8 Wanneer een foutbericht verschijnt met de melding dat de coderingssleutel niet overeenkomt, wordt het scherm Beheerderinstelling weergegeven. Druk in dit scherm op [HDD formatteren]. – – Om de wijzigingen aan de instellingen te annuleren, drukt u op de naam van het menu-item in het scherm Bladwijzer om terug te keren naar het geselecteerde scherm zonder de wijzigingen aan de instellingen toe te passen.
De parameters voor de functie Hulpprogramma opgeven 8 4 Selecteer de gewenste methode voor het overschrijven van de gegevens op de harde schijf en klik vervolgens op [Overschrijven]. Een bevestigingsbericht verschijnt waarin u wordt gevraagd of u de gegevens wilt overschrijven. 5 Om de gegevens te overschrijven, drukt u op [Ja] en vervolgens op [OK]. – 6 Druk op [Nee] om terug te keren naar het scherm Alle gegevens overschrijven zonder de gegevens te overschrijven.
De parameters voor de functie Hulpprogramma opgeven 8 2 Let op Gebruik de voedingsschakelaar niet om de machine uit en in te schakelen terwijl de gegevens worden overschreven. Wanneer de machine wordt uitgeschakeld en opnieuw wordt ingeschakeld met de hoofdvoedingsschakelaar, moet u minstens 10 seconden wachten om de machine opnieuw in te schakelen, anders zal de machine mogelijk niet correct werken. HDD vergrendelcode U kunt het wachtwoord voor het vergrendelen van de harde schijf opgeven.
De parameters voor de functie Hulpprogramma opgeven 8 5 Typ het wachtwoord dat in stap 4 is opgegeven en druk op [OK]. Het bericht "Schakel de hoofdvoeding uit en opnieuw in." wordt weergegeven. 6 Volg de richtlijnen op het scherm om de machine opnieuw op te starten. – – Om de wijzigingen aan de instellingen te annuleren, drukt u op de naam van het menu-item in het scherm Bladwijzer om terug te keren naar het geselecteerde scherm zonder de wijzigingen aan de instellingen toe te passen.
De parameters voor de functie Hulpprogramma opgeven 8 HDD codeer instelling Als de beveiligingskit is geïnstalleerd, kunt u de machine instellen om de harde schijf te coderen. ! Detail [HDD-coderingsinstelling] verschijnt wanneer de beveiligingskit SC-503 is geïnstalleerd. Als de codeersleutel wordt opgegeven of gewijzigd, zullen de gegevens op de harde schijf mogelijk niet langer beschikbaar zijn. 1 Druk op [Beveiligingsinstellingen] in het scherm Beheerderinstelling.
De parameters voor de functie Hulpprogramma opgeven 8 6 Volg de richtlijnen op het scherm om de machine opnieuw op te starten. – – Om de wijzigingen aan de instellingen te annuleren, drukt u op de naam van het menu-item in het scherm Bladwijzer om terug te keren naar het geselecteerde scherm zonder de wijzigingen aan de instellingen toe te passen. Om het opgeven van instellingen in de functie Hulpprogramma te stoppen, drukt u op de toets [Hulpprogramma].
De parameters voor de functie Hulpprogramma opgeven 8 HDD formatteren De harde schijf kan worden geformatteerd. 2 Opmerking Wanneer de harde schijf wordt geformatteerd, worden de gegevens die op de harde schijf zijn opgeslagen, gewist. 1 Druk op [Beveiligingsinstellingen] in het scherm Beheerderinstelling. 2 Druk op [6 HDD instelling] in het scherm Beveilingsinstellingen. 3 Druk op [HDD formatteren] in het scherm HDD-instelling.
De parameters voor de functie Hulpprogramma opgeven 8 2 Let op Wanneer de machine wordt uitgeschakeld en opnieuw wordt ingeschakeld met de hoofdvoedingsschakelaar, moet u minstens 10 seconden wachten om de machine opnieuw in te schakelen, anders zal de machine mogelijk niet correct werken.
9 Appendix
Appendix 9 9 Appendix 9.1 Lijst foutberichten Als een van de volgende foutberichten verschijnt, moet u de hieronder beschreven bewerkingen uitvoeren. Bericht Oorzaak en oplossing Kan geen verbinding maken met het netwerk. Er kon geen verbinding worden gemaakt met het netwerk. Controleer of de netwerkkabel correct is aangesloten. Controleer daarnaast of de parameters voor de Netwerkinstelling in de Beheerderfunctie correct werden opgegeven.
Appendix 9 9.2 Tekst invoeren In de volgende procedure wordt beschreven hoe u het toetsenbord dat op het tiptoetsscherm verschijnt, kunt gebruiken voor het typen van namen voor geregistreerde accounts en aangepaste papierformaten. U kunt het numerieke toetsenblok ook gebruiken voor het invoeren van getallen. Een van de volgende toetsenborden wordt mogelijk weergegeven.
Appendix 9 Als u drukt op de knop [Versch.] schakelt de toetsenbordweergave tussen kleine letters (cijfers) en hoofdletters (symbolen). Het toetsenbord vergroten Het toetsenbord kan groter worden weergegeven zodat het beter leesbaar is. 1 Druk op [Vgr. AAN] terwijl het toetsenbord wordt weergegeven. Het toetsenbord wordt vergroot weergegeven. 2 Om de vergrote weergave te annuleren en het toetsenbord opnieuw weer te geven op normale grootte, drukt u op [Vergr.
Appendix 9 Tekst invoeren % Druk op de knop voor het gewenste teken van het toetsenbord dat is weergegeven. – Druk op [Versch.] om hoofdletters of symbolen te typen. – U kunt ook getallen typen met de cijfertoetsen. De ingevoerde tekens worden weergegeven in het tekstvak. 2 Opmerking Om de instelling ongedaan te maken terwijl het toetsenbord wordt weergegeven, drukt u op [Annuleren]. Druk op de toets [C] (wissen) om alle ingevoerde tekst te wissen.
Appendix 9.3 9 Woordenlijst Term Definitie 10Base-T/100Base-TX/ 1000Base-T Een ethernetstandaard die een kabel is die bestaat of gedraaide koperen draadparen. De verzendsnelheid van 10Base-T is 10 Mbps, van 100Base-TX 100 Mbps en van 1000Base-T 1000 Mbps. Adobe® Flash® Software die is ontwikkeld door Adobe Systems, Inc. (voorheen ontwikkeld door Macromedia, Inc.) en wordt gebruikt om gegevens te maken die vectorgrafische animatie en geluid combineren voor het formaat van dit gegevensbestand.
Appendix 9 9-8 Term Definitie Ethernet Standaard voor de LAN-verbindingslijn. FTP Afkorting voor File Transfer Protocol. Een protocol voor het overdragen van bestanden via het Internet of een intranet op het TCP/IP-netwerk. Geheugen Opslagapparaat voor het tijdelijk opslaan van gegevens. Wanneer de voeding wordt uitgeschakeld kunnen de gegevens wel of niet worden gewist. Gradatie De heldere en donkere niveaus van een afbeelding.
Appendix 9 Term Definitie Poortnr Het nummer dat de transmissiepoort identificeert voor elk proces dat wordt uitgevoerd op een computer in het netwerk. Eenzelfde poort kan slechts voor één proces tegelijk worden gebruikt. PPI Afkorting voor Pixels Per Inch. Maateenheid voor resolutie, in het bijzonder voor beeldschermen en scanners. Deze maateenheid geeft het aantal beeldpixels binnen 1 inch aan.
9 9-10 Appendix CS250/CS240/CS231
10 Index
Index 10 10 Index A Alles overschrijven 8-31 Achtergrond aanpassing 3-33 Afdrukken en opslaan 3-20 Afdrukinstellingen 5-6 Adres zoeken 6-16 Afwerking 5-8 Afvragen TX gebruikersbox 2-4 Afzonderlijk scannen 3-32 Auto wissen beveiligd document 8-22 B Beheerderinstelling gebruikersbox 8-25 Beveiligd afdrukken gebruikersbox 2-4, 3-22, 7-3 Bestandsdocument 4-3 Bestandstype 3-29, 6-19 Boek kopie 3-37 Bulletin Board gebruikersbox 2-4 Gebruikersauthenticatie 3-3 Gebruikersboxbestemmingen 3-14 Gebruikersboxbevoe
Index 10 S Scaninstellingen 3-25 Scanformaat 3-39 Scherm Beheerderinstelling 8-5 Scherpte 3-35 Stempel 5-28, 6-31 Systeemgebruikersmappen 2-4, 7-3 T Tijd verwijderen gecodeerde PDF 8-23 Tijdelijke gegevens overschrijven 8-29 Tekst invoeren 9-4 Tekst wijzigen 7-14 Tekstinvoer 9-4 Toelichting bij "Let op" 1-10 Toelichting bij "Voorzichtig" 1-10 Toelichting bij "Waarschuwing" 1-10 Toelichting bij de standaardprocedures m.b.t.
Commentaarformulier voor de lezer Commentaarformulier voor de lezer Vragen Vindt u deze handleiding nauwkeurig? O Ja O Nee Kon u na het lezen van deze handleiding het product bedienen? O Ja O Nee Geeft deze handleiding voldoende achtergrondinformatie? O Ja O Nee Is deze handleiding geschikt wat het formaat, de leesbaarheid en de structuur (layout, volgorde van de hoofdstukken, enzovoort) betreft? O Ja O Nee Kon u de informatie vinden die u nodig had? O Altijd O Meestal O Soms O Nooit Wat hebt u gebruikt om
Commentaarformulier voor de lezer Datum: Dit commentaarformulier is ingevuld door: (Indien u anoniem wenst te blijven, vul dan wel graag uw beroep in.) Naam: Beroep: Bedrijf: Telefoonnummer: Adres: Plaats: Land: Stuur dit formulier op naar: Océ-Technologies B.V. Ter attentie van ITC-gebruikersdocumentatie. Postbus 101 5900 MA Venlo Nederland E-mailadres: itc-userdoc@oce.com Kijk voor adressen van lokale Océ-organisaties op: http://www.oce.
Adressen van Océ-vestigingen Adressen van Océ-vestigingen [80] Océ-Australia Ltd. P.O. Box 363 Ferntree Gully MDC Vic 3165 Australia http://www.oce.com.au/ Océ-Österreich GmbH Postfach 95 1233 Wenen Austria http://www.oce.at/ Océ-Belgium N.V./S.A. J. Bordetlaan 32 1140 Brussel Belgium http://www.oce.be/ Océ-Brasil Comércio e Indústria Ltda. Av. das Nações Unidas, 11.857 Brooklin Novo São Paulo-SP 04578-000 Brasil http://www.oce-brasil.com.br/ Océ-Canada Inc.
Adressen van Océ-vestigingen Océ-Hungaria Kft. 1241 Budapest Pf.: 237 Hungary http://www.oce.hu/ Océ Ireland Ltd. 3006 Lake Drive Citywest Business Campus Saggart Co. Dublin Ireland http://www.oce.ie/ Océ-Italia S.p.A. Strada Padana Superiore 2/B 20063 Cernusco sul Naviglio (MI) Italia http://www.oce.it/ Océ Japan Corporation 3-25-1, Nishi Shinbashi Minato-Ku Tokio 105-0003 Japan http://www.ocejapan.co.jp/ Océ-Belgium S.A. Rue Astrid 2/A 1143 Luxembourg-Belair http://www.oce.lu/ Océ Malaysia Sdn. Bhd.
Adressen van Océ-vestigingen Océ España SA Business Park Mas Blau Osona, 2 08820 El Prat de Llobregat Barcelona Spain http://www.oce.es/ Océ-Svenska AB Sollentunavägen 84 191 27 Sollentuna Sweden http://www.oce.se/ Océ-Schweiz AG Sägereistrasse 10 CH8152 Glattbrugg Schweiz http://www.oce.ch/ Océ (Thailand) Ltd. B.B. Building 16/Floor 54 Asoke Road Sukhumvit 21 Bangkok 10110 Thailand Océ-Nederland B.V. Postbus 800 5201 AV 's-Hertogenbosch The Netherlands http://www.oce.