Operation Manual
CS250/CS240/CS231 2-53
Kopieerbewerkingen
2
De volgende procedures beschrijven hoe u de afwerkingsinstellingen kunt selecteren.
2
Let op
De nietinstellingen zijn alleen beschikbaar als de optionele afwerkingseenheid is geïnstalleerd.
De perforeerinstellingen zijn alleen beschikbaar als de perforeereenheid is geïnstalleerd op de optionele
afwerkingseenheid.
Kopieën scheiden volgens set (instelling "Sorteren")
0 De instelling "Groep" is standaard geselecteerd.
0 Als de afwerkingseenheid FS-519 is geïnstalleerd, kan de uitvoerlade worden geselecteerd. Raadpleeg
"De uitvoerlade selecteren" op pagina 2-55 voor meer informatie.
0 Als offset sorteren is geselecteerd terwijl er geen afwerkingseenheid is geïnstalleerd, worden
afgedrukte kopieën uitgevoerd en gesorteerd in een afwisselend kruislings patroon w en v als aan de
volgende instellingen is voldaan.
Er wordt papier op A4- of B5-formaat gebruikt.
Papier van hetzelfde formaat en type wordt geladen met de richting w in de ene papierlade en met de
richting v in een andere lade.
De papier instelling "Auto" is geselecteerd.
De papier instelling "Auto" is niet geselecteerd wanneer de instelling "Gemengd orig." is geselecteerd.
0 Als u offset sorteren hebt geselecteerd terwijl een afwerkingseenheid is geïnstalleerd, worden
afgedrukte kopieën uitgevoerd en op elkaar gestapeld waarbij elke set wordt verschoven om de sets te
scheiden.
1 Druk op het Basisscherm op [Afwerking].
Het scherm Afwerking verschijnt.
2 Druk op [Sorteren].
– Druk op [Ja] onder "Offset" om elke set kopieën te scheiden.










