Operation Manual
8
Netwerkfaxbediening (optie)
8-18 CS250/CS240/CS231
3 Voer het adres in en klik op [OK].
– Bij internetfax geeft u e-mailadressen van de geadresseerde op met het schermtoetsenbord.
– Bij IP-adresfax drukt u op [IP-adres] en geeft u het IP-adres of de hostnaam op met het toetsenbord
of het schermtoetsenbord. Vervolgens druk u op [OK]. Als u het poortnummer wilt wijzigen, drukt u
op de toets [C] (wissen) om het nummer te wissen. Vervolgens geeft u het gewenste poortnummer
op met het toetsenbord.
– Als de geadresseerde een kleurenapparaat heeft en u wilt een kleurenorigineel zenden, dan drukt u
op [Kleur].
– Wanneer u op de toets [C] (wissen) drukt, worden alle opgegeven adressen of nummers gewist.
Het adres is opgegeven.










