Operation Manual

CS250/CS240/CS231 8-9
Netwerkfaxbediening (optie)
8
5 Druk op [Communicatiemethode instellingen], geef de gewenste functie op en druk op [Sluit].
6 Geef het IP-adres van de geadresseerde op.
– Adresoek
Directe invoer
Groep
Programma-adres
Voor bijzonderheden over het opgeven van het IP-adres, zie "Slechts één adres opgeven" op
pagina 8-14 en "Meerdere bestemmingen opgeven (rondsturen)" op pagina 8-19.
Als u een geselecteerd adres wilt annuleren, selecteert u dit opnieuw.
Alle ingevoerde waarden en geselecteerde instellingen worden gewist als u op de toets [Reset]
drukt.
Wanneer [Handmatige adresinvoer] is verboden, wordt de tab [Directe invoer] niet weergegeven.
Druk op [Kleur] in het scherm IP-adresfax om een kleurenfax te verzenden.
U kunt het adres van een geadresseerde gemakkelijk opgeven door dit te registreren in het
adresboek, een groep of een programma-adres.
De ingevoerde bestemming wordt weergegeven in het linker deelvenster van de Adressenlijst
uitzending.
7 Druk op de toets [Start].
Wanneer de Bestem. controle weergavefunctie is ingesteld, wordt het scherm Controleer adres
weergegeven. Controleer of het adres juist is en druk dan op [Verzenden].
Druk op de toets [Stop] wanneer het verzenden van de fax is afgebroken.
Het scannen van het origineel begint en het origineel wordt verzonden.
!
Detail
Als de fax niet kon worden verzonden, wordt een TX resultaatrapport afgedrukt (wanneer u hebt
opgegeven dat een TX resultaatrapport moet worden afgedrukt).