Operation Manual

2
Kopieerbewerkingen
2-4 CS250/CS240/CS231
2
Let op
Pas geen overmatige druk toe op het tiptoetsscherm aangezien dit krassen of schade kan veroorzaken.
Druk nooit met kracht op het tiptoetsscherm en gebruik nooit een hard of spits voorwerp voor het
maken van een keuze op het tiptoetsscherm.
10 Toets [Start] Indrukken om de kopieer-, scan- of faxbewerking te starten.
Wanneer deze machine gereed is om de bewerking te starten,
licht de indicator op de toets [Start] blauw op. Als de indicatie op
de toets [Start] oranje oplicht, kan het kopiëren niet beginnen.
Indrukken voor het opnieuw starten van een gestopte opdracht.
11 Gegevensindicator Knippert blauw terwijl een afdrukopdracht wordt ontvangen
Licht blauw op terwijl een afdrukopdracht in wachtrij staat voor
de afdruk of wanneer het afdrukken wordt uitgevoerd.
De indicator licht blauw op wanneer er opgeslagen of niet-afge-
drukte faxgegevens zijn.
12 Toets [C] (wissen) Indrukken voor het wissen van een waarde (zoals het aantal ko-
pieën, een zoomfactor of een formaat) die ingevoerd is met de
cijfertoetsen.
13 Cijfertoetsen Voor het instellen van het gewenste aantal kopieën.
Gebruiken voor het invoeren van de zoomfactor.
Gebruiken voor het invoeren van de diverse instellingen.
14 Toets [Help] Indrukken om het scherm van het Help-menu weer te geven.
Vanaf dit scherm kunt u beschrijvingen van de verschillende
functies en details over de bewerkingen weergeven. (Zie p. 2-77)
15 Toets [Display vergroten] Indrukken voor het activeren van de functie Display vergroten.
16 Toets [Toegankelijkheid] Indrukken om het scherm voor het opgeven van de instellingen
voor de toegankelijkheidsfuncties voor de gebruiker.
17 Toets [Spaarstand] Indrukken om de spaarstandfunctie te activeren. Wanneer het
apparaat zich in de energiespaarstand bevindt, licht de indicatie
op de toets [Spaarstand] groen op en het tiptoetsscherm gaat
uit. Druk voor het verlaten van de spaarstandfunctie opnieuw op
de toets [Spaarstand].
18 Toets [Toegang] Als de gebruikersauthenticatie of de gebruikersregistratie-instel-
lingen werden toegepast, drukt u op deze toets nadat u de ge-
bruikersnaam en het wachtwoord (voor gebruikersauthenticatie)
of de accountnaam en het wachtwoord (voor gebruikers-
registratie) hebt ingevoerd, om deze machine te gebruiken.
19 Schakelaar [Helderheid] Gebruiken voor het aanpassen van de helderheid van het
tiptoetsscherm.
20 Toets [Box] Indrukken om de gebruikersboxfunctie te openen.
Wanneer de machine in de gebruikersboxfunctie is, licht de indi-
cator op de toets [Box] groen op.
21 Toets [Fax/Scan] Indrukken om de Fax/scanfunctie te openen.
Wanneer de machine in de fax/scanfunctie is, licht de indicator
op de toets [Fax/Scan] groen op.
22 Toets [Kopie] Indrukken voor het opvragen van de kopieerfunctie. (Standaard
bevindt het apparaat zich in de kopieerfunctie.) Wanneer het ap-
paraat zich in de kopieerfunctie bevindt, licht de indicator op de
toets [Kopie] groen op.
Nr. Onderdeelnaam Omschrijving