Operation Manual
5
Netwerkscannerbewerkingen
5-78 CS250/CS240/CS231
14 Druk op [Hostadres] en typ vervolgens het IP-adres of de hostnaam.
– Om een hostnaam in te voeren, drukt u op [Hostnaam invoer] en typt u vervolgens de hostnaam met
behulp van het toetsenbord dat op het scherm verschijnt.
– Om een IP-adres in te voeren, drukt u op [IPv4-adresinvoer] of [IPv6-adresinvoer]. Voer vervolgens
het adres in met de cijfertoetsen of het toetsenbord dat verschijnt. Druk op of om de cursor
naar de gewenste positie te verplaatsen en typ vervolgens de nummers.
– Wanneer het invoerformaat wordt geschakeld om een IP-adres in te voeren nadat de hostnaam is
opgegeven, wordt de hostnaam gewist.
– Wanneer u op [Hostnaam invoer] drukt nadat het IP-adres is ingevoerd, wordt het ingevoerde
IP-adres opgeslagen en verschijnt het invoerscherm.
– Voer de hostnaam en het bestandspad in hoofdletters in.
15 Druk op [OK].
16 Druk op [Bestandspad] en typ vervolgens het bestandpad met de hulp van het toetsenbord dat
verschijnt.
– Om de inhoud van gedeelde mappen te controleren, drukt u op [Referentie].
17 Druk op [OK] en druk vervolgens op [OK] in het volgende scherm dat wordt weergegeven.
De SMB-bestemming wordt geregistreerd.
!
Detail
Om een geregistreerde bestemming te controleren, selecteert u de bestemming en drukt u vervolgens
op [Opdrachtinstellingen controleren].
Om de instellingen voor een geregistreerde bestemming te wijzigen, selecteert u de bestemming en
drukt u vervolgens op [Bewerken].
Het registratienummer kan niet worden gewijzigd in het scherm Bewerken.
Om een geregistreerde bestemming te verwijderen, selecteert u de bestemming en drukt u vervolgens
op [Verwdr.].
Als het aantal computers of werkgroepen op het netwerk (subnet) waarbij deze machine hoort, groter
is dan het hieronder weergegeven aantal, zal het zoeken via het netwerk mogelijk niet correct worden
uitgevoerd.
Werkgroepen: 128
Computers: 128
2
Opmerking
De registratie kan niet worden voltooid als er geen instellingen zijn opgegeven voor "Naam",
"Hostadres" en "Bestandspad".
Om de registratie te annuleren, drukt u op [Annuleren].
Om het opgeven van instellingen in de functie Hulpprogramma te stoppen, drukt u op de toets
[Hulpprogramma]. U kunt de Hulpprogrammamodus ook afsluiten door in elke scherm te drukken op
[Sluit] tot het scherm voor de modus Kopie, Fax, Scan of Box opnieuw verschijnt.










