Operation Manual

5
Netwerkscannerbewerkingen
5-44 CS250/CS240/CS231
4 Selecteer de breedte van het gebied dat moet worden gewist.
Om een kader te wissen, drukt u op [Ja].
Om dezelfde breedte aan alle zijden te wissen, drukt u op [Kader] en geeft u vervolgens een waarde
op.
Om verschillende breedten op te geven voor boven, links, rechts en onder, drukt u op de knop voor
de gewenste locatie en geeft u vervolgens een waarde op. Om het wissen van een kader te
annuleren, drukt u op [Geen].)
5 Druk op [OK] en druk vervolgens opnieuw op [OK] op de twee schermen die worden weergegeven.
Boek kopie (Boek scannen)
Selecteer de methode voor het scannen van opengespreide pagina's. De volgende vier scanmethodes zijn
beschikbaar. Daarnaast kunnen de instellingen voor de inbindpositie en het wissen worden opgegeven.
Het document kan worden gescand terwijl de schaduwen die typisch zijn voor opengespreide pagina's,
worden gewist.
2
Opmerking
Geef het formaat van de opengespreide pagina op als het scanformaat.
Als een breedte die rond het document moet worden gewist, is opgegeven met "Kader wissen" met de
functie "Boek kopie", worden dezelfde toepassingen ook toegepast op het scherm Kader wissen
(weergegeven vanaf het scherm Wissen).
Instelling Omschrijving
Boek open Selecteer deze instelling om een opengespreide pagina te scannen als één pagina.
Separeren Selecteer deze instelling om een opengespreide pagina te scannen als twee afzonder-
lijke pagina's (links en rechts).
Voorblad Selecteer deze instelling om de eerste pagina te scannen als het voorblad.
Voor + Rugblad Selecteer deze instelling om de eerste pagina als voorblad te scannen, de tweede pa-
gina als achterblad en de resterende pagina's als de inhoud.
Parameter Omschrijving
Kader wissen Een gebied rond de rand van het document kan worden gewist. U kunt afzonderlijke
gebieden met een breedte tussen 0,1 en 50 mm opgeven voor de linker- en rechterzij-
de en voor de bovenkant en onderkant.
Midden wissen Een gebied langs het midden van het document kan worden gewist. U kunt gebieden
opgeven met een breedte tussen 0,1 en 30 mm.