Operation Manual
5
Netwerkscannerbewerkingen
5-42 CS250/CS240/CS231
Scherpte (kwaliteitsaanpassing)
Omtreklijnen, zoals de randen van tekst, kunnen worden benadrukt bij het scannen.
1 Druk op [Scaninstellingen] in het scherm van de fax/scanfunctie.
2 Druk op [Afb. aanpassen].
3 Druk op [Scherpte].
4 Pas de scherpte aan.
5 Druk op [OK] en druk vervolgens op [OK] in het volgende scherm dat wordt weergegeven.










