Operation Manual
5
Netwerkscannerbewerkingen
5-30 CS250/CS240/CS231
5.5 Scan- en verzendinstellingen opgeven
(Scaninstellingen/Origineelinstellingen/Communicatie-instellingen)
Instellingen die kunnen worden opgegeven
Druk in het scherm van de fax/scanfunctie op [Scaninstellingen], [Orig. instel.] of [Communicatie-instelling]
om gedetailleerde instellingen op te geven voor het scannen en verzenden. U kunt de instellingen voor de
volgende items definiƫren.
Scaninstellingen
Parameter Omschrijving Paginaverwijzing
Origineeltype Selecteer de kwaliteit van het document dat moet worden
gescand.
p. 5-32
Enkelz./Dubbelz. Selecteer of u een enkel- of dubbelzijdig document wilt
scannen.
p. 5-33
Resolutie Selecteer de resolutie voor het scannen. p. 5-34
Bestandstype Selecteer de bestandsindeling voor de scangegevens die
moeten worden opgeslagen.
p. 5-35
Densiteit Selecteer de densiteit voor het scannen. p. 5-38
Afzonderlijk scannen De scanbewerking kan worden opgesplitst in meerdere ses-
sies wanneer niet alle pagina's van een document in de ADF
kunnen worden geplaatst of wanneer u het document op de
glasplaat legt.
p. 5-39
Afb. aanpassen Pas de beeldkwaliteit, zoals de achtergrond, kleur en scherp-
te aan.
p. 5-39
Wissen Geef de instellingen op voor de functie "Wissen". p. 5-43
Boek scannen Stel de functie "Boek scannen" in. p. 5-44
Toepassing Geef de instellingen op voor het scanformaat, de klasseer-
nummers, enz.
p. 5-48
Documentnaam Geef de naam op waarmee het document is opgeslagen. p. 5-64










