Operation Manual
CS250/CS240/CS231 5-29
Netwerkscannerbewerkingen
5
3 Voer de bestemmingsinformatie in.
– Druk op [Volg bestem.] om een extra adres op te geven en voer vervolgens de informatie in.
De ingevoerde adressen verschijnen onder "Adressenlijst uitzending".
4 Om geavanceerde instellingen op te geven, drukt u op [Gedetaill. instellingen] en geeft u de instellingen
op.
5 Druk op [OK] en druk vervolgens op [OK] in het volgende scherm dat wordt weergegeven.
6 Druk op [Scaninstellingen], [Origineel inst.] of [Comm. instelling], en geef vervolgens de gewenste
scaninstellingen op.
– Raadpleeg "Scan- en verzendinstellingen opgeven
(Scaninstellingen/Origineelinstellingen/Communicatie-instellingen)" op pagina 5-30 voor meer
informatie over de scaninstellingen.
7 Plaats het document in de ADF of plaats het op de glasplaat.
8 Druk op het bedieningspaneel op de knop [Start].
Het scannen van het document wordt gestart en de gegevens worden verzonden.
2
Opmerking
Schakel de machine niet uit tot de scanopdracht is verwijderd uit het scherm Opdrachtlijst.










