Operation Manual
CS250/CS240/CS231 5-25
Netwerkscannerbewerkingen
5
4 Druk op [Scaninstellingen], [Origineel instellingen] of [Comm. instelling], en geef vervolgens de
gewenste scaninstellingen op.
– Raadpleeg "Scan- en verzendinstellingen opgeven
(Scaninstellingen/Origineelinstellingen/Communicatie-instellingen)" op pagina 5-30 voor meer
informatie over de scaninstellingen.
5 Plaats het document in de ADF of plaats het op de glasplaat.
6 Druk op het bedieningspaneel op de knop [Start].
Het scannen van het document wordt gestart en de gegevens worden verzonden.
2
Opmerking
Schakel de machine niet uit tot de scanopdracht is verwijderd uit het scherm Opdrachtlijst.
!
Detail
Als het aantal computers of werkgroepen op het netwerk (subnet) waarbij deze machine hoort, groter
is dan het hieronder weergegeven aantal, zal het zoeken via het netwerk mogelijk niet correct worden
uitgevoerd.
Werkgroepen: 128
Computers: 128










