Operation Manual
CS250/CS240/CS231 5-15
Netwerkscannerbewerkingen
5
4 Selecteer de bestemming waarnaar de gegevens moeten worden verzonden en druk vervolgens op
[OK].
– Druk op [Alles sel.] om alle bestemmingen te selecteren.
– Om de selectie van alle bestemmingen op te heffen, drukt u op [Reset].
– Er kunnen extra bestemmingen worden toegevoegd door het adres rechtstreeks in te voeren.
De knop wordt gemarkeerd weergegeven en de bestemming verschijnt onder "Adressenlijst
uitzending".
5 Druk op [Scaninstellingen], [Origineel instellingen] of [Comm. instelling], en geef vervolgens de
gewenste scaninstellingen op.
– Raadpleeg "Scan- en verzendinstellingen opgeven
(Scaninstellingen/Origineelinstellingen/Communicatie-instellingen)" op pagina 5-30 voor meer
informatie over de scaninstellingen.
6 Plaats het document in de ADF of plaats het op de glasplaat.
7 Druk op het bedieningspaneel op de knop [Start].
Het scannen van het document wordt gestart en de gegevens worden verzonden.
2
Opmerking
Schakel de machine niet uit tot de scanopdracht is verwijderd uit het scherm Opdrachtlijst.
Adressen direct invoeren
Het gebruik van het bedieningspaneel om het bestemmingsadres rechtstreeks in te voeren tijdens het
scannen, wordt "Directe invoer" genoemd.
1 Druk op het bedieningspaneel op de knop [Fax/Scan].
Het scherm voor de Fax/scanfunctie wordt weergegeven.










