Operation Manual

CS250/CS240/CS231 5-11
Netwerkscannerbewerkingen
5
3 Druk op de knop voor het programma dat moet worden bewerkt of verwijderd.
Om de instellingen van het geselecteerde programma te controleren, drukt u op [Functiecontrole].
Selecteer de items die moeten worden gecontroleerd in het scherm Instellingen
scan/faxprogramma's controleren.
Om het bewerken of controleren van een programma te stoppen, drukt u op [Reset] of op de toets
[Geheugenfunctie].
Om een lijst van de pagina's weer te geven, drukt u op [Paginalijst]. De naam van de pagina kan
worden gewijzigd vanaf het scherm Paginalijst.
Om de naam van het geselecteerde programma te wijzigen, drukt u op [Kopieerprogr. reg.] en drukt
u vervolgens op [Naam]. Gebruik de cijfertoetsen van het bedieningspaneel en het toetsenbord dat
op het tiptoetsscherm verschijnt om de naam van het programma in te voeren.
De programmanaam kan maximaal 24 tekens bevatten.
Raadpleeg "Tekst invoeren" op pagina 9-3 voor meer informatie over het typen van tekst.
Druk op [Verwijderen] om het geselecteerde programma te verwijderen. Druk vervolgens op [Ja] en
op [OK].
4 Druk op [OK].