Operation Manual

3
Afdrukbewerkingen
3-80 CS250/CS240/CS231
9 Klik op [OK].
De faxgegevens worden via deze machine verzonden.
2
Opmerking
U kunt maximaal 80 tekens invoeren in het tekstvak "Naam".
U kunt maximaal 38 tekens (nummers van 0 tot 9, koppeltekens (-), #, *, P en T) invoeren in het tekstvak
"Faxnummer". Om een fax naar het buitenland te verzenden, moet u eerst de landcode invoeren.
Wijzig de verzendmodus zoals vereist.
ECM: definieert de ECM (Error Correction Mode = foutcorrectiemodus). Als het selectievakje
"V.34 Modus" is ingeschakeld, kan het selectievakje "ECM" niet worden uitgeschakeld.
Internationale transmissiemodus: vertraagt de snelheid wanneer faxen naar het buitenland worden
verzonden. Selecteer dit selectievakje als er fouten optreden wanneer de faxen naar het buitenland
worden verzonden.
V.34 Modus: definieert de Super G3-faxmodus. Laat dit selectievakje ingeschakeld voor normale
faxbewerkingen. Schakel het alleen uit als het niet mogelijk is te verzenden in de ontvangermodus.
De faxnummers die in het telefoonboek zijn geregistreerd, kunnen worden opgegeven door te klikken
op de knop [Toevoegen vanaf telefoonboek]. Raadpleeg "Een ontvanger in het telefoonboek
selecteren" op pagina 3-81 voor meer informatie.
De namen en faxnummers die werden ingevoerd, kunnen worden toegevoegd aan de map "Eenvoudig
invoer" van het telefoonboek door te klikken op de knop [Registreren in telefoonboek].