Operation Manual
CS250/CS240/CS231 3-59
Afdrukbewerkingen
3
De instellingen voor de afdelingsregistratie opgeven
Als de instellingen werden opgegeven voor de gebruikersregistratie, moet u een afdelingsnaam en een
wachtwoord opgeven.
2
Let op
Als een opdracht wordt afgedrukt met een afdelingsnaam of wachtwoord die geen geregistreerde
account op deze machine is of als een opdracht wordt afgedrukt zonder een gebruiker te selecteren
"Account Track", wordt de bewerking niet geverifieerd door deze machine en wordt de opdracht
geannuleerd.
Wanneer de instellingen voor de gebruikersregistratie zijn opgegeven op deze machine, is de functie
voor de beperking van de authenticatiebewerking in modus 2 en worden de authenticatiegegevens niet
correct ingevoerd, wordt de toepasselijke account vergrendeld en is de machine niet toegankelijk.
1 Schakel het selectievakje "Account Track" in.
Het dialoogvenster Account Track wordt weergegeven.
2 Voer de afdelingsnaam en het wachtwoord in.
3 Klik op [OK].
2
Opmerking
Door het selectievakje "Save Settings" in te schakelen, worden de opgegeven instellingen opgeslagen.
Als het selectievakje "Do not show this window when setting" is ingeschakeld, wordt het dialoogvenster
niet weergegeven wanneer de functie is opgegeven.
Het dialoogvenster kan worden weergegeven door te klikken op de knop [Detail Settings]. Raadpleeg
"De insteldetails van de uitvoermethode controleren" op pagina 3-60 voor meer informatie.
Als het afdrukken niet is toegestaan, kan er niet worden afgedrukt, zelfs niet wanneer de machine door
een geregistreerde account wordt gebruikt. Raadpleeg de machinebeheerder voor details over de
gebruikersregistratiefunctie.










