Operation Manual
CS250/CS240/CS231 3-45
Afdrukbewerkingen
3
Layout (Meerdere pagina's op één pagina afdrukken)
U kunt opgeven om meerdere pagina's op één pagina afdrukken.
1 Selecteer in het menu [File] de opdracht "Print".
2 Selecteer "Layout".
3 Geef de instellingen op voor het volgende:
– Pages per sheet: definieert het aantal pagina's dat op één pagina wordt afgedrukt.
– Layout Direction: definieert de paginavolgorde voor het afdrukken van meerdere pagina's op één
pagina.
– Border: definieert de randen rond de pagina's.
Printerspecifieke opties (Finishing Options)
U kunt printerspecifieke opties opgeven. U kunt deze opties opgeven wanneer u de afwerkingsfuncties
Nieten of Perforeren van deze machine gebruikt.
1 Selecteer in het menu [File] de opdracht "Print".
2 Selecteer "Finishing Options".
3 Geef de instellingen op voor het volgende:
– Offset: definieert de verschuiving.
– Output Tray: selecteert de uitvoerlade.
– Binding Direction: definieert de inbindpositie.
– Print Type: maakt dubbelzijdige afdrukken.
– Combination: drukt een boekje af.
– Staple: voert het nieten uit.
– Punch: voert het perforeren uit.
– Fold: voert het vouwen uit.
– Front Cover: bevestigt een voorblad.
– Front Cover Tray: selecteert de papierlade voor het voorblad.
– Back Cover: bevestigt een achterblad.
– Back Cover Tray: selecteert de papierlade voor het achterblad.
– PI Front Cover: Voegt een voorblad toe vanaf de omslaginvoegeenheid.
– PI Back Cover: Voegt een achterblad toe vanaf de omslaginvoegeenheid.
– Transparency Interleave: voegt een schutblad in tussen de OHP-transparanten.
– Interleave Tray: selecteert de papierlade voor de transparante schutbladen.
– Output Method: stopt de afdruk tijdelijk nadat een deel van het document is afgedrukt zodat de
proefafdruk kan worden gecontroleerd.
– Resolution: definieert de resolutie.
– Select Color: bepaalt of moet worden afgedrukt in kleur of in grijswaarden.
– Glossy Mode: drukt af met een glanzende afwerking.
– Color Settings: drukt af met een kwaliteit die geschikt is voor het originele document.
– Color Matching (Text): past de kleurkwaliteit van tekst in een document aan.
– Pure Black (Text): bepaalt of de grijswaarden van de tekst in een document moeten worden
ingeschakeld.










