Operation Manual
3
Afdrukbewerkingen
3-30 CS250/CS240/CS231
De datum en paginanummers afdrukken
U kunt de datum en de paginanummers op een document afdrukken.
1 Klik op het tabblad Stempel/compositie.
2 Schakel het selectievakje "Datum/tijd" of "Paginanummer" in.
De selectievakjes "Datum/tijd" en "Paginanummer" kunnen tegelijk worden geselecteerd.
3 Klik op de knop [Bewerken] onder "Paginanummer".
Het dialoogvenster Datum/Tijd/Paginanummer bewerken wordt weergegeven.
4 Geef de notatie en de afdrukpositie op voor de datum, de tijd en het paginanummer.
– Formaat: toont de notatie voor de datum en tijd die moeten worden afgedrukt. Door op de knop
[Bewerken] te klikken, kunt u het weergavetype of de tijdnotatie opgeven.
– Pagina’s voor afdruk: definieert de pagina's waarop de datum en tijd moeten worden afgedrukt.
– Tekstkleur: definieert de kleur van de tekst die moet worden afgedrukt.
– Afdrukpositie: definieert de afdrukpositie.
– Startpagina: definieert de pagina waarop het afdrukken van de paginanummers moet worden
gestart.
– Startpaginanummer: definieert het startnummer voor het afdrukken van het paginanummer.
– Omslagfunctie: als omslagvellen zijn toegevoegd, definieert deze functie of het paginanummer op
het voorblad of achterblad moet worden afgedrukt.
5 Klik op [OK].
Een koptekst en voettekst afdrukken.
1 Klik op het tabblad Stempel/Samenstelling
2 Schakel het selectievakje "Koptekst/ Voettekst" in.
3 Selecteer de instelling Koptekst/Voettekst in de vervolgkeuzelijst.
– Om details over de koptekst en voettekst op te geven, gaat u door met stap 4.
4 Klik op de knop [Bew.] onder "Koptekst/Voettekst".
Het dialoogvenster Koptekst/voettekst bewerken verschijnt.
5 Geef de afdrukinstellingen en de pagina's op voor de koptekst en de voettekst.
– Het aantal cijfers voor het distributiecontrolenummer kan worden opgegeven door op de knop
[Bew.] te klikken.
6 Klik op [OK].










