Operation Manual

3
Afdrukbewerkingen
3-28 CS250/CS240/CS231
4 Geef het type en de positie van de kopieerbeveiliging op.
Er kunnen meerdere afdrukitems worden opgegeven.
Tekens: integreert de geselecteerde tekenreeks in een patroon. U kunt een vooraf geregistreerde
tekenreeks (algemene stempel) opgeven of een tekenreeks die op deze machine is geregistreerd
(geregistreerde stempel).
Datum/tijd: integreert de geselecteerde datum en tijd in een patroon. Door op de knop [Bewerken]
onder "Formaat" te klikken, kunt u het weergavetype of de tijdnotatie opgeven.
Serienummer: integreert het serienummer van deze machine in een patroon.
Distributiebeheernummer: integreert het aantal kopieën in een patroon wanneer meerdere kopieën
worden afgedrukt. Door op de knop [Bewerken] onder "Start nummer" te klikken, kunt u het
startnummer of het weergavetype opgeven.
Opdrachtnummer: integreert het nummer van de afdrukopdracht in een patroon voor documenten
die automatisch worden gepagineerd.
Tekstformaat: bepaalt het tekstformaat van een patroon.
Vinkel: bepaalt de hoek van het patroon.