Operation Manual
3
Afdrukbewerkingen
3-20 CS250/CS240/CS231
Meerdere pagina's afdrukken
U kunt het afdruktype en de papierlade voor elke pagina opgeven. Dit is handig wanneer u de papierlade wilt
wijzigen tijdens een afdrukopdracht wanneer u meerdere pagina's afdrukt.
1 Klik op het tabblad Omslagfunctie.
2 Schakel het selectievakje "Instellingen per pagina" in.
3 Selecteer de naam van de gewenste lijstnaam in de vervolgkeuzelijst "Instellingen per pagina".
4 Klik op de knop [Lijst bewerken].
Het dialoogvenster Instellingen per pagina – Lijst bewerken voor het opgeven van de afdrukinstellingen,
wordt weergegeven.
5 Klik op [Toev.].
Een nieuw rij voor het opgeven van afdrukinstellingen wordt toegevoegd aan de "Instellingenlijst".
6 Selecteer de rij die werd toegevoegd aan de lijst en geef vervolgens de afdrukinstellingen op in
"Toev./Bew.".
– Paginanummer: hiermee voert u het paginanummer in. Wanneer u meerdere paginanummers
invoert, moet u ze scheiden door komma's, zoals "2, 4, 6". U kunt ook een paginabereik invoeren
met een koppelteken, zoals "6-10".
– Afdruktype: hiermee geeft u Schutblad afdruk, Blanco vel invoegen, Afdrukken (1-zijdig), en
Afdrukken (2-zijdig).
– Papierlade: hiermee geeft u de papierlade op.
– Nieten: hiermee geeft u het aantal nieten en de nietpositie op.
7 Klik op [OK].
2
Opmerking
Om de bestaande afdrukinstellingen te wijzigen, selecteert u de gewenste rij en wijzigt u de instellingen.
Om bestaande afdrukinstellingen te verwijderen, selecteert u de gewenste rij en klikt u vervolgens op
de knop [Wissen].
Klik op de knop [Op] of [Neer] om het paginanummer te wijzigen, te beginnen vanaf het kleinste
paginanummer.
De lijstnaam kan worden gewijzigd door te klikken op de knop [Bewerk lijstnaam].










