Operation Manual

CS250/CS240/CS231 3-7
Afdrukbewerkingen
3
3.2 De instellingen voor het tabblad Std opgeven (PCL-stuurprogramma
voor Windows)
Aangepast aan het papierformaat afdrukken
U kunt documenten die werden gemaakt tijdens het afdrukken vergroten of verkleinen zodat ze passen op
het papieruitvoerformaat.
1 Klik op het tabblad Std.
2 Selecteer de gewenste instellingen in de vervolgkeuzelijsten "Origineel formaat" en "Papierformaat".
U kunt ook elke vergrotings- of verkleiningsfactor opgeven in het vak "Zoom".
2
Opmerking
Papierformaat "12 × 18" is één maat groter dan A3 papierformaat op 504,8 × 457,2 mm.
Om af te drukken op andere papierformaten dan de standaardformaten, moet u eerst de aangepaste
papierformaten instellen in Instellingen Afwijk. formaat.
Wanneer "W" via het printerstuurprogramma is geselecteerd voor elk standaard papierformaat, kunnen
de gegevens worden gecentreerd en afgedrukt.
Als u bijvoorbeeld gegevens op A4-formaat hebt gemaakt en u deze wilt centreren en afdrukken op A3
papier, selecteert u "A4W" als het papierformaat en "Cass.1" of "Handinvoer" als de papierlade vanaf
het printerstuurprogramma.
Om af te drukken, plaatst u A3 papier in de lade ("Cass.1" of "Handinvoer") van deze machine die via
het printerstuurprogramma werd opgegeven en geeft u vervolgens de hieronder beschreven
instellingen op voor [Basis (Papier)] – [Wijzig ladeinstellingen] – [Oversized papier] op het
bedieningspaneel.
Selecteer "A4W".
Voer het A3 papierformaat (420 e 297) in onder [Wijzig formaat].