Operation Manual

3
Afdrukbewerkingen
3-4 CS250/CS240/CS231
Tabblad Basis
Tabblad Layout
Tabblad Afwerken
Item Functie
Origineel richting Bepaalt de richting van het originele document.
Origineel formaat Vastleggen van het formaat van het originele document.
Papierformaat Stelt het papierformaat voor de uitvoer in. Vergroot of verkleint automatisch wan-
neer de instelling Origineel formaat is gewijzigd.
Zoom Definieert de vergrotings- en verkleiningsfactor.
Papierlade Selecteert de papierlade voor het afdrukken.
Papiersoort Selecteert de papiersoort voor het afdrukken.
Uitvoermethode Hiermee kunt u voor niet-conventionele afdruk speciale uitvoermethoden selecte-
ren, zoals "Afdruk beveiligen" of "Opslaan in gebr. mailbox".
[Gebruikersinstellingen] Bepaalt de ID en het wachtwoord of het bestandsnaam en het boxnummer wan-
neer u "Afdruk beveiligen" of "Opslaan in gebr. mailbox" gebruikt.
[Authenticatie/Gebr.registratie] Bepaalt de gebruikersnaam en het wachtwoord wanneer u de gebruikersauthenti-
catie uitvoert en de afdelingsnaam en het wachtwoord wanneer u de gebruikersre-
gistratie uitvoert op deze machine.
Kopie Definieert het aantal af te drukken kopieën.
Sorteren Geeft op of meerdere kopieën in sets moeten worden afgedrukt.
Offset Verschuift de uitvoerpositie van elke set wanneer meerdere exemplaren worden
afgedrukt.
Papierinstellingen voor elke
lade
Bepaalt de papiersoort voor elke papierlade.
Item Functie
Combinatie Drukt meerdere pagina's af op één pagina of drukt één vel van een origineel do-
cument opgesplitst over meerdere pagina's af. Details kunnen worden opgegeven
door op [Combinatiedetails] te klikken.
Roteren 180 Drukt de afbeelding 180° gedraaid af.
Lege pagina's overslaan Drukt geen lege pagina's in de gegevens af.
Hoofdstuk Geeft de pagina op die op de voorzijde moet worden afgedrukt.
Afdruktype Definieert dubbelzijdig afdrukken en boekje afdrukken.
Inbindrichting Definieert de inbindpositie.
Inbindmarge Definieert de inbindmarge. Klik op de knop [Binding Margin Settings] om de mar-
gewaarden op te geven.
Beeldverschuiving Drukt af door het volledige afdrukbeeld te verschuiven. Klik op de knop [Image
Shift Settings] om de waarden voor de beeldverschuiving op te geven.
Item Functie
Nieten Definieert de instellingen voor het nieten.
Rugnieten Bepaalt of een afgedrukt document een rugniet moet krijgen.
Perfor. Definieert de instellingen voor het perforeren.
Vouwen Bepaalt het vouwen.
Uitvoer Bepaalt de lade waar de afgedrukte pagina's worden uitgevoerd.
Papierschikking Bepaalt de methode voor het aanpassen van de inbindpositie.