Operation Manual
CS250/CS240/CS231 2-111
Kopieerbewerkingen
2
3 Druk op [Afbeelding invoegen].
– Om de instelling te annuleren en de standaardinstelling te selecteren, drukt u op de toets [Reset].
– Om de functie "Afbeelding invoegen" te annuleren, drukt u op [Nee].
Het scherm Afbeelding invoegen wordt weergegeven.
4 Gebruik de cijfertoetsen om de pagina's op te geven waar de afbeelding moet worden ingevoegd.
– Er zijn twee schermen Afbeelding invoegen. Druk op en om een ander scherm weer te
geven.
– Het ingevoegde document wordt toegevoegd na de opgegeven pagina.
– Om de paginanummers in volgorde te schikken, te beginnen vanaf het laagste nummer, drukt u op
[Sorteren].
– Om een opgegeven paginanummer te verwijderen, drukt u op de knop van de pagina die moet
worden verwijderd en druk vervolgens op de toets [C] (wissen).
– Als het document dat vanaf de glasplaat is gescand, meer pagina's heeft dan het aantal pagina's
dat is opgegeven in het scherm Afbeelding invoegen, worden de extra pagina's van het
invoegdocument afgedrukt aan het einde van het document.
– Als het document dat vanaf de glasplaat is gescand, minder pagina's heeft dan het aantal pagina's
dat is opgegeven in het scherm Afbeelding invoegen, worden de ontbrekende invoegpagina's niet
afgedrukt.
– Als hetzelfde paginanummer tweemaal is opgegeven, worden twee invoegdocumentpagina's
toegevoegd op de opgegeven locatie.
– Als het opgegeven paginanummer groter is dan het totaal aantal pagina's in het hoofddocument,
wordt de overeenkomende pagina van het invoegdocument toegevoegd aan het einde van de
documentkopie.
5 Druk op [OK] en druk vervolgens op [OK] in het volgende scherm dat wordt weergegeven.
6 Geef andere gewenste kopieerinstellingen op.
7 Geef met behulp van de cijfertoetsen het aantal gewenste kopieën op.










