Operation Manual

CS250/CS240/CS231 2-95
Kopieerbewerkingen
2
7 Geef de X- en Y-randen op van het papier en druk vervolgens op [OK].
Druk op [X] of [Y] en druk op de toets [C] (wissen) om de huidige instelling te wissen. Gebruik
vervolgens de cijfertoetsen om het formaat op te geven.
Om een papierformaat van 12 e 18 w op te slaan, drukt u op [12 e 18 w]. Voer de waarden in voor
"X" en "Y".
Als een waarde buiten het toegelaten bereik is opgegeven, verschijnt het bericht "Invoerfout". Voer
een waarde binnen het toegelaten bereik in. Het toegestane bereik varieert afhankelijk van de
papierformaten.
Als de richting van het geladen papier niet overeenkomt met de formaten die zijn opgegeven voor
"X" en "Y", verschijnt een "Invoerfout", zelfs als de waarden binnen het toegelaten bereik liggen.
Voer daarnaast nooit hetzelfde formaat in voor "X" en "Y".
Als u een verkeerde waarde hebt ingevoerd, druk dan op de toets [C] (wissen) op de cijfertoetsen
om de waarde te wissen en geef de correcte waarde op.
Druk op [Annuleren] om de wijzigingen aan de instellingen te annuleren.
8 Druk op [OK] en druk vervolgens opnieuw op [OK] op de twee schermen die worden weergegeven.
Het Basisscherm wordt opnieuw weergegeven.
2
Opmerking
De knop van het geselecteerde formaat is geprogrammeerd met het ingevoerde papierformaat, zodat
u het papierformaat opnieuw kunt selecteren zonder dat u het hoeft in te voeren. Daarnaast kan het
formaat ook worden gewijzigd.
Een instelling voor speciaal papier opgeven
Als ander papier dan normaal papier, zoals OHP-transparanten of speciaal papier, in een papierlade is
geladen, moet u de instelling voor het papiertype voor die lade wijzigen.
De volgende procedure beschrijft hoe u de instelling kunt opgeven voor speciaal papier dat in lade 1 is
geplaatst.
1 Druk op het Basisscherm op [Papier].
Het scherm Papier verschijnt.