Operation Manual

2
Kopieerbewerkingen
2-90 CS250/CS240/CS231
4 Druk op [Aangepast formaat].
Het scherm Aangepast formaat verschijnt.
5 Geef de lengte (X) en breedte (Y) van het papier op.
Zorg ervoor dat [X] is geselecteerd en gebruik vervolgens de cijfertoetsen om de lengte van zijde X
in te voeren (tussen 139,7 mm en 457,2 mm).
Druk op [Y] om deze instelling te selecteren gebruik vervolgens de cijfertoetsen om de lengte van
zijde Y in te voeren (tussen 90,0 mm en 311,1 mm).
Als een waarde buiten het toegelaten bereik is opgegeven, verschijnt het bericht "Invoerfout". Voer
een waarde binnen het toegelaten bereik in.
Als u een verkeerde waarde hebt ingevoerd, druk dan op de toets [C] (wissen) op de cijfertoetsen
om de waarde te wissen en geef de correcte waarde op.
Druk op [Annuleren] om de wijzigingen aan de instellingen te annuleren.
?
Kunnen papierformaten worden opgeslagen?
% U kunt vijf aangepaste papierformaten opslaan.
% Om een opgeslagen papierformaat op te roepen, drukt u op de overeenkomende geheugentoets.
% De namen "memory1" tot "memory5" kunnen worden gewijzigd. Raadpleeg "Een aangepast
papierformaat opslaan (instellingen "Aangepast format")" op pagina 2-91 voor meer informatie over
het wijzigen van namen.
% Raadpleeg "Een aangepast papierformaat opslaan (instellingen "Aangepast format")" op
pagina 2-91 voor meer informatie over het opslaan van papierformaten.
6 Druk op [OK] en druk vervolgens opnieuw op [OK] op de twee schermen die worden weergegeven.
Het Basisscherm wordt opnieuw weergegeven.