Operation Manual

CS250/CS240/CS231 2-75
Kopieerbewerkingen
2
2.21 Kopiëren met geprogrammeerde kopie-instellingen (Geheugenfunctie)
U kunt geprogrammeerde kopie-instellingen die u opnieuw wilt gebruiken voor het kopiëren, opvragen.
1 Plaats het document dat moet worden gekopieerd.
Raadpleeg "Het document invoeren" op pagina 2-27 voor meer informatie over het plaatsen van het
document.
2 Druk op de toets [Geheugenfunctie].
Het scherm Roep kopieerprogramma op wordt weergegeven.
3 Druk op de knop van het kopieerprogramma dat werd geregistreerd met de gewenste kopie-
instellingen om het op te roepen.
Als u de kopie-instellingen in het geselecteerde kopieerprogramma niet moet controleren, kunt u
doorgaan met stap 8.
Als het kopieerprogramma dat moet worden opgeroepen, niet wordt weergegeven, drukt u op
en tot het gewenste kopieerprogramma wordt weergegeven.
4 Druk op de toets [Functiecontrole].
De kopieerinstellingen kunnen niet worden gewijzigd via de schermen Functiecontrole.