Operation Manual

CS250/CS240/CS231 2-61
Kopieerbewerkingen
2
3 Druk op [Positie].
Selecteer de positie van de perforatiegaten en druk vervolgens op [OK].
Druk op [Auto] om de positie van de geperforeerde gaatjes automatisch vast te stellen volgens de
richting van het geplaatste document. Als de lengte van het document 297 mm of minder is, worden
de gaatjes geperforeerd langs de langste zijde van het papier. Als de lengte van het document meer
is dan 297 mm, worden de gaatjes geperforeerd langs de kortste zijde van het papier.
Als "Auto" is geselecteerd voor de nietpositie, plaatst u het document met de bovenkant naar de
achterkant van de machine gericht. Als het document in een andere richting wordt geladen, zal het
nieten niet correct kunnen worden gepositioneerd.
Als "Auto" is geselecteerd, wordt de perforeerpositie bovenaan of links ingesteld.
Om de instelling te annuleren en de standaardinstelling te selecteren, drukt u op de toets [Reset].
4 Druk desgewenst op [Origineelrichting] en selecteer vervolgens de geschikte instelling voor het
document.
5 Druk op [OK].
Het Basisscherm wordt opnieuw weergegeven.