Operation Manual
13
Océ CS230
Kleurmanagement
Kleurmanagement .
Een veelgehoorde opmerking is: “De kleuren op mijn beeldscherm komen niet overeen met
de kleuren op de afdruk”. Ook de (geprinte) huisstijlkleuren wijken vaak af in vergelijking met
drukwerk. Deze verschillen kunnen zelfs zeer groot zijn. Ook printers, monitoren en scanners
laten onderling nogal wat verschillen zien. In dit hoofdstuk leggen wij uit waar deze verschillen
vandaan komen en hoe daarmee om te gaan.
De mens.
Kleur begint en eindigt bij de mens. Het is
dus belangrijk te weten hoe wij als mens kleur
waarnemen.
Om kleur te kunnen waarnemen hebben we als
eerste een lichtbron nodig, bijvoorbeeld de zon of
een gloeilamp.
Ook is een voorwerp nodig dat het licht refl ecteert.
Tenslotte onze ogen die het gerefl ecteerde licht
ontvangen en hersenen die deze informatie
verwerken.
Het ontvangen licht bereikt het netvlies en wordt
gedeeltelijk doorgelaten om vervolgens de staafjes
of de kegeltjes van ons oog te activeren.
Bij weinig licht worden de staafjes actief.
Indien er voldoende licht doorkomt, worden de
kegeltjes actief.
Er zijn drie verschillende kegeltjes. Ieder kegeltje is
gevoelig voor een bepaald deel van het ontvangen
licht.
● L-kegeltjes (gevoelig voor rood)
● M-kegeltjes (gevoelig voor groen)
● S-kegeltjes (gevoelig voor blauw)
De informatie van de kegeltjes wordt naar de hersenen gestuurd en daar verder verwerkt.
Het oog bevat tussen de 6 en 8 miljoen kegeltjes. De hoeveelheid verschilt per mens.Dit
houdt dus in dat ieder mens kleur anders waarneemt. Neem bijvoorbeeld de kleur turquoise,
sommigen zien deze kleur als groen, anderen als blauw.
Kleuren veranderen wanneer ze worden bekeken onder verschillende lichtbronnen. Onze
ogen in combinatie met de hersenen zullen proberen de veranderende lichtomstandigheden
te compenseren, maar dat lukt lang niet altijd. De mens kan het best kleuren beoordelen bij
daglicht.
De gemoedstoestand is ook van invloed op hoe kleur wordt waargenomen. Tenslotte zijn ook
de omliggende kleuren van invloed op de waargenomen kleur.
RGB kleurruimte .
Rood, groen en blauw zijn de primaire kleuren.
Door rood, groen en blauw licht te mengen, ontstaan de meeste
andere kleuren.
Dit noemen we additief kleurmengen.
De bron van een dergelijke kleur is bijvoorbeeld een
computerbeeldscherm, scanner, TV of digitale camera.
Zijn de drie kleuren ‘aan’ (100% rood + 100% groen + 100% blauw),
dan geeft dat wit licht.
Zijn de drie kleuren ‘uit’ (0% rood + 0% groen + 0% blauw), dan geeft dat geen licht (wordt
waargenomen als zwart).
In plaats van percentages worden deze kleuren ook vaak in stappen opgebouwd. 100% wordt
dan aangegeven door b.v. de waarde 255 (8 bits).










