Operation Manual
11
Océ CS230
Fiery driver
Open het bestand dat moet functioneren als achtergrond (master). Selecteer in Create Master
de geheugenplek en print het document.
Het document wordt als master weggeschreven.
Use Master :
Indien het master weggeschreven is op de controller (zie hierboven), dan kunt u de variabele
data er overheen printen.
U opent het document met de variabele data en selecteerd het master.
Met [Update] is het mogelijk de namen van de master in te lezen (deze optie moet wel door
systeembeheer aangezet zijn). Als de update gelukt is, kunt u met [Preview Master] een
voorbeeld te zien krijgen. Dit voorbeeld heeft niet de papierverhouding van het document!
Vervolgens kunt u het document printen en zal de controller de achtergrond er achter
plaatsen.
Print Master :
Indien u de optie Create Mater gebruikt, dan kunt u een voorbeeld van de master laten
printen, door de optie Print Master aan te zetten.
Remove White PPT Background :
Sommige software pakketten zoals PowerPoint printen tekst tegen een witte achtergrond, in
plaats dat deze transparant is. U krijgt dan een wit kader om de tekst.
Door te kiezen voor Remove White PPT Background wordt deze witte achtergrond
“verwijderd” en zal het kader transparant worden.
Subgroep User Identifi cation
Indien de optie User Authentication aanstaat
op de copier, zal de gebruiker zich zich moeten
aanmelden met een gebruikersnaam (User Name )
en een wachtwoord (User Password ). Indien deze
niet juist zijn, zal de print niet afgedrukt worden.
Account Control :
Indien accounting op de copier is aangezet, moet
de gebruiker een Account ID opgeven en een
wachtwoord (Account Password ). Ook zal Account
Control aangezet moeten worden.
Lock Job :
U kunt een opdracht printen, die beschermt is met
een wachtwoord.
U zet de optie aan, geeft een Job ID op (vrij te
kiezen) en een Job Password (vrij te kiezen).
Om deze betreffende opdracht te kunnen printen
moet de gebruiker de Job ID en Job Password
opgeven in de printer.
Subgroep Owner Information
U kunt het printen beveiligen met een password
op (bijvoorbeeld) afdelingsniveau. Dit wordt in de
controller ingesteld.
Group Name :
Groepnaam (afdelingsnaam).
Group Password :
Wachtwoord van de groep (afdeling).










