Operation Manual

14CFP800 Installatie- en gebruikershandleiding Version V0102 15CFP800 Installatie- en gebruikershandleiding Version V0102
Een vormmodel is samen met
de centrale geleverd om de
plaats van de gaten gemakke-
lijker te bepalen.
8 en 16 zone behuizingen
hebben vier fixatiegaten, een
32 zone behuizing heeft er
zes.
Breng geen kabels via de
achterkant van de behuizing
omdat het achteraf plaatsen
van het chassis dan niet meer
mogelijk is.
4.3 Het Installeren van de Behuizing
Eénmaal dat de plaats zorgvuldig werd gekozen (met een vlakke
wandoppervlakte), presenteer de behuizing en markeer de plaats
van de 'Sleutelgat' opening. Zorg ervoor dat er geen hindernissen
zijn die het openen van de deur moeilijk zou maken.
Boor en plaats een voorlopige schroef in de wand om de behuizing
te hangen via de 'sleutelgat'-opening. Markeer de plaats van de 4
uitspringende gaten om zo een waterpas montage te verkrijgen.
Neem de centrale weg en boor de definitieve fixatiegaten. Gebruik
alle fixatiegaten om de centrale vast te hechten.
De voorlopige schroef mag verwijderd worden. Die mag ook zo
gelaten worden tot zover deze niet te hard aangespannen wordt
om te vermijden dat de behuizing vervormt en dat de deur dan
niet meer goed sluit.
4.4 De Bekabeling
Vóórgeboorde gaten van 20mm zijn aanwezig in het bovenste en
het onderste gedeelte van de behuizing. Zorg ervoor dat de
respectievelijke kabel telkens juist vóór de connector terecht komt
om zo overbodige lange kabels in de centrale te vermijden.
4.5 Elementen van Brandmeldsystemen
Detectoren van alle aard, hanbrandmelders, enz. worden
geïnstalleerd en bekabeld conform met hun eigen schema's.
Eénmaal dat die elementen aan het systeem gekoppeld zijn, mag
er in geen enkel geval hoogspanningstestgereedschap gebruikt
worden. Het testen moet enkel met een multimeter gebeuren (zie
hoofdstuk 5. In Dienststelling).
4.6 Het Herplaatsen van de Componenten
Van zodra de behuizing geplaatst is en dat al het puin en stof
verwijdert is, mogen de electronische componenten terug-
geplaatst worden. Dit is ook geldig voor alle bijkomende modules.
Plaats eerst het chassis, gevolgd door het deurassemblage.
Connecteer de ribbon kabel na fixatie met de bevestigingsclips.
Maak de aarddraad terug vast en plug de AC connector terug in.
Indien er geen uitbreidingsmodules gemonteerd worden,
bestudeer hoofdstuk 5. In Dienststelling voor nadere details bij
het opstarten en het aankoppelen van uitwendige circuits.
BELANGRIJK !
De CFP-800 centrale moet
verplicht op een automatische,
tweepolige onderbrekingsscha-
kelaar aangesloten worden.
Let erop dat deze onderbre-
kingsschakelaar - in de des-
betreffende (230V) zekering-
kast - snel bereikbaar moet zijn.
De te gebruiken binnenko-
mende 230V kabel moet van het
VVB 3 x 1,5 mm² type zijn en
moet met een nylon strap tegen
de wand van de centrale vast-
gekleefd worden (zie fig.).
4 Maak de clips los en verwijder de brede ribbon kabel van
de display PCB maar ook van beide bevestigingsclips.
5 Verwijder de aardedraad op de basis van de behuizing.
6 Maak de moeren van het scharnier los en verwijder het
volledige deurassemblage.
7 Maak de vier schroeven die het chassis bevestigen, los
en met behulp van de twee handvatten op dit chassis,
verwijder het van de behuizing.
8 Bescherm de elementen en stockeer die.
Figuur 2 - Interne layout (32 zone) met 8 zones gemonteerd.
Bevestigingsgaten
'Sleutelgat'
Ribbon kabel
Ribbon bevest. clips
Aarde draad
Bedradingsschema
Ribbon connector
Display PCB
Moederbord
AC connector
4 chassis schroeven
Deursloten
Chassis (met
handvatten)
Sleutelschakelaar
(indien aanwezig)