Operation Manual
12CFP800 Installatie- en gebruikershandleiding Version V0102 13CFP800 Installatie- en gebruikershandleiding Version V0102
4 Installatie
De electronische componenten in de centrale zijn
van het CMOS type die door electro-statische
ladingen ernstig kunnen beschadigd kunnen
worden. Printkaarten
moeten héél voorzichtig
behandeld worden.
4.1 Het Ontvangen van de Centrale
Bij het ontvangen van de centrale en ander materiaal, controleer
of alle componenten aanwezig zijn. Identifiëer elk element en kijk
na of de bestelling wel goed nageleeft werd. Uitbreidingskaarten
en bijkomende modules worden normaal in afzonderlijke dozen
geleverd. Soms zijn deze reeds bij de invoerder of fabricant
gemonteerd.
Vóór het installeren van de centrale moet gezorgd worden dat de
omgevingsomstandigheden de electronica van de CFP-800 niet
zal beïnvloeden. Daarom moet de centrale op een nette en droge
plaats geïnstalleerd worden. Er mogen ook geen trillingen
aanwezig zijn of zelfs risico op hevige schokken. De normale
werkingstemperatuur moet tussen de 5 en 35
0
C schommelen.
De relatieve vochtigheidsgraad moet beneden de 95% bedragen
(zonder condensatie).
4.2 Het Uitnemen van de Componenten
Om elke schade aan de electronische componenten te vermijden,
is het sterk aanbevolen dat deze uit de centrale genomen worden
voordat de behuizing geplaatst wordt. De componenten, samen
met bijhorende modules, moeten in alle zekerheid opgeslagen
worden tot de behuizing tegen een wand geplaatst is, dat de
bekabeling geïnstalleerd is en dat al het stof en puin verwijderd
is. De componenten die uit de centrale genomen moeten worden,
zijn : het moederbord (compleet met het chassis), de
geassembleerde deur met de display processorkaart (PCB).
Procedure
1 Neem alles uit de doos maar werp deze nog niet weg !!!
2 Met de speciale sleutel opent U de behuizingsdeur met
de twee bovenstaande sloten. Neem de plastic zak (met
de resistors, eindelusweerstanden, enz.) eruit en berg
hem voorzichtig op.
3 Neem de AC connector van de transformator en ontkoppel
hem van het moederbord (zie figuur 2).
Druk eerst de 'shift'-toets in
alvorens de andere drukknop
in te drukken.
Bij een storing is het niet
mogelijk om de buzzer stil te
leggen. Wel mogelijk, indien
de centrale zo
geprogrammeerd wordt, is
het stopzetten van de buzzer
bij TX geïsoleerd en Sirenes
geïsoleerd condities.
++
++
+
1
++
++
+
++
++
+
++
++
+
234
3.3.4 Bedieningsfuncties
Bedieningsfuncties worden verkregen door de Shift toets in te
drukken samen met één van de andere druktoetsen.
Een meer complete uitleg van de centralefuncties is op p. 39 terug te
vinden.
Zone Status Voor het selecteren van de status van een
zone naar 'Geïsoleerd' of 'In Test', en terug
naar normale toestand.
Zone Stap Om de gewenste zone te isoleren of te
testen.
Lampen Test Verlicht alle LEDs van de centrale en
activeert heel kort de interne buzzer.
Isoleer TX Isoleert de afstandssignaal uitgang bij het
testen van de centrale of het systeem.
3.4 Interne Buzzer (Zoemer)
De interne buzzer heeft drie werkingsmodes :
o Als een zone in alarm gaat, pulseert de buzzer.
o Als er een storing is, gaat de buzzer continu aan.
o Wanneer de buzzer stilgelegd werd via de 'stoppen
int. buzzer'-toets, 'biept' hij om de 10 seconden.
Wanneer de buzzer stilgelegd werd, wordt hij opnieuw
geactiveerd met de passende toon indien er een nieuwe brand-
of storingsconditie waargenomen wordt.
De volgende condities kunnen normaal niet worden stilgelegd :
o TX Geïsoleerd
o Sirenes Geïsoleerd
o CPU Storing
De buzzer geeft eveneens een 'biep' bij elke bedieningstoets die
ingedrukt wordt.










