Operation Manual

34CFP800 Installatie- en gebruikershandleiding Version V0102 35CFP800 Installatie- en gebruikershandleiding Version V0102
De centrale wordt geleverd
met de standaard instelling :
alle schakelaars (switches) zijn
in de OFF (= uit) positie.
5.8 Bijkomende Informatie
4-zone Dip Switch functies
De Dip-switches hebben volgende functies wanneer ze op de
ON positie geplaatst worden (= afstandelijk van de deur) :
1 Isoleer Sirenes
2 Niet in gebruik
3 'Upload/download Boot'-functie met een PC
4 'Latched' storing
1 Met switch 1 op ON, zijn alle sirene-uitgangen geïsoleerd. De
'SIRENE GEISOLEERD'-LED licht op en de buzzer werkt continu
(storing).
3 Met switch 3 op ON, is de centrale in staat om gegevens door te
seinen tussen de systeemsoftware en de PC. Het PC programma
duidt aan wanneer deze switch moet ingeschakeld worden
gedurende de upload/download procedure (zie Configuratie
Handleiding).
4 Met switch 4 op ON, zijn alle storingstoestanden "latched" d.w.z.
de brandalarm of storingstoestand blijft zichtbaar (via de LEDs)
tot de centrale reset wordt.
S6 - Uitbreidingskaart : Nevenuitgangen
De sirene uitgangen op de 6-zone sirene uitbreidingskaart kan
geconfigureerd worden om een geschakelde 0V uitgang te bieden in plaats
van de standaard 24V sireneuitgang. Deze uitgang is niet overwaakt en
is ingesteld op 1A. Voor het selecteren van de uitgang, verwijder de
betrokken zekering F1 tot F6 en plaats de corresponderende 2-zone
jumper op link LK1 tot LK6 (zie figuur 3 op pagina 15).
ZS4 - Uitbreidingskaart : Nevenuitgangen
De sirene uitgangen op de ZS4 uitbreidingskaart kunnen geconfigureerd
worden als een voltvrij normaal open of normaal gesloten (N.O. - N.G.)
contact.
Verwijder de zekering(en) (= remove fuse) van de geselecteerde
uitgangen, knip (= cut out) zorgvuldig de geassociëerde zero-ohm
weerstanden en plaats (= fit) de jumpers (zie figuur 18) zoals hieronder
beschreven (closed = gesloten) :
Output
No.
Remove
Fuse No.
Cut out
zero-ohm
resistor
Fit jumper
links
For
normally
closed
For
normally
open
1 F4 R69, 79, 80 JP3/1 & 2 JP3/3 & 4 JP3/4 & 5
2 F3 R67, 76, 77 JP4/1 & 2 JP4/3 & 4 JP4/4 & 5
3 F2 R63, 71, 72 JP5/1 & 2 JP5/3 & 4 JP5/4 & 5
4 F1 R65, 70, 73 JP6/1 & 2 JP6/3 & 4 JP6/4 & 5
Figuur 17 - Aansluitingsdetails van de Typische Nevenfuncties
Neveningangen
Er zijn twee neveningangen (Input 1 en Input 2) die bedieningsfuncties op
afstand bieden. De standaard configuratie voor deze ingangsfuncties zijn
:
* Ingang 1 (input 1) - Reset
* Ingang 2 (input 2) - Niet-latched sirenes (class change)
De functie is geactiveerd door gebruik te maken van 0V (afkomstig van
de nevenvoeding op de centrale) naar de desbetreffende ingang en dit via
een voltvrije afstandsschakelaar of afstandscontact.
Het typisch gebruiken van een afstandsreset gebeurt als de centrale
geactiveerd is door een ander operationeel systeem. Deze
afstandsresetfunctie laat toe de centrale terug in normale mode te brengen
zonder deze te resetten via de bedieningen op de centrale zelf. Typisch
gebruik voor de 'class change' is wanneer het vereist is om de sirenes
vanaf de centrale te activeren, b.v. vanuit een ander operationeel systeem,
zonder nood aan het opwekken van een volledige brandalarmtoestand.
Ingangen 1 en 2 kunnen geconfigureerd worden in een alternerend
werkingsmode dankzij het PC configuratie-programma.
Typische Nevenfuncties