Operation Manual

32CFP800 Installatie- en gebruikershandleiding Version V0102 33CFP800 Installatie- en gebruikershandleiding Version V0102
Figuur 16 - Aansluitingsdetails van Neven in en -uitgangen
Nevenuitgangen (vervolg...)
Algemene Brand Wordt geactiveerd bij een algemeen alarm
en biedt een 0V uitgang die gebruikt kan
worden samen met een +ve nevenuitgang
voor het activeren van een relais, enz.
Brand Zone 1 Wordt geactiveerd wanneer zone 1 in
alarm is en biedt een 0V uitgang die als
hierboven kan gebruikt worden.
Brand Zone 2 Wordt geactiveerd als zone 2 in alarm is
en biedt een 0V uitgang die als hierboven
kan gebruikt worden.
Resetteerbare Uitgang Er zijn vier uitgangen die een 24V voeding
bieden, die verwijdert worden gedurende
een resetfase. Deze uitgangen kunnen
samen gebruikt worden met 0V neven-
voeding voor elementen zoals beam
detectoren, met een 24V voeding die
uitgeschakeld moet worden om de beam
te resetten.
Algemene Brand Is een voltvrij changeover contact die ge-
activeerd wordt bij een algemeen alarm en
die actief blijft totdat het systeem opnieuw
gereset wordt.
Algemene Storing Is een voltvrij changeover contact die ge-
activeerd wordt bij eender welke
storingstoestand en blijft actief tot de
toestand weer normaal wordt.
Dit contact is geïsoleerd bij 'TX
Geïsoleerd' naast de transmit-
ter uitgang.
Het storingsrelais is geacti-
veerd wanneer de centrale in
normale werking is en kan
aldus gebruikt worden om het
verlies van voeding te melden.
Afstandssignaal (Transmitter) Uitgang
Dit is een overwaakte, voltage polariteitsomkeringsuitgang die
gebruikt kan worden voor het melden van een signaal naar een
digitale melder of naar eender welk meldingselement op afstand.
De uitgang wordt bij een algemeen alarm geactiveerd en blijft
actief tot de centrale gereset wordt. Deze uitgang kan geïsoleerd
worden via de bedieningstoetsen op de centrale (zie ook hoofdstuk
'Werking van de Centrale'). Er kan eveneens een vertraging van
deze uitgang ingesteld worden d.m.v. de programmatie (zie
Configuration Manual).
Bij het aansluiten van deze uitgang, wordt de 10K Einde-
lusweerstand weggenomen en op het meldingselement
(transmitter) aangesloten. Na het aansluiten van deze laatste moet
eveneens een Leer Operatie uitgevoerd worden en de functies
getest worden.
Deze uitgang kan geïsoleerd
worden voor het uitvoeren
van systeemtesten en derge-
lijke. Visuele en hoorbare
indicaties van deze
geïsoleerde functie zijn
voorzien.
Nevenuitgangen
Verscheidene nevenuitgangen zijn beschikbaar en kunnen gebruikt
worden voor meldings- en controlefuncties.
De volgende uitgangen zijn voorzien :
* Algemene Brand 0V
* Brand Zone 1 0V
* Brand Zone 2 0V
*
Resetteerbare uitgang (4) 24V
* Algemene Brand VFCO
* Algemene Storing VFCO
* Zonale Uitgang Optioneel i.p.v. sirene-uitgang :
S6 uitbreiding : 0V geschakeld
ZS4 uitbreiding : voltvrij contact
Er is eveneens een 28V DC
nevenvoeding die gebruikt
kan worden samen met de
neven-uitgangen. Zie deel
'Technische Gegevens' voor de
uitgangs-waarden.
Figuur 15 - Aansluitingsgegevens voor de Transmitter uitgang