Operation Manual

20CFP800 Installatie- en gebruikershandleiding Version V0102 21CFP800 Installatie- en gebruikershandleiding Version V0102
4.10 Uitwendige Bekabeling
Algemeen
Wanneer supplementaire modules geïnstalleerd werden, en vóór
het koppelen van uitwendige circuits, moet eerst de centrale
opgestart worden en getest worden om alle eventuele storingen
op te klaren. (zie 'In Dienststelling').
Uitwendige circuits moeten volgende parameters nakomen om
erzich van te verzekeren dat het systeem de storingen waarneemt
en de brandmeldingen weergeeft.
Zone Circuits
Zone circuits moeten allen in twee-draadsconfiguratie geplaatst
worden, zonder vertakkingen noch "T"-verbindingen, en beëindigt
in een eindelijnselement. De centrale accepteert een brede waaier
van hedendaagse detectoren en aanvragen betreffende de
compatibiliteit moet bij de fabricant of invoerder ingediend worden.
Figuur 6 - Typische sokkel bedrading (B401D)
2
3
4
5
1
Van
Centrale of
vorige
detector
(+ve)
Afstands-
LED (-
ve)
Afstands-
LED (+ve)
Van
centrale of
vorige
detector (-
ve)
Naar
Eindelijns- unit
of volgende
detector (+ve)
Naar
Eindelijns- unit
of volgende
detector (-ve)
Indien een lijncontinuïteit
geen lokale eis is,
moeten standaard
sokkels zonder diodes
gebruikt worden met
ofwel een 4K7
Eindelusweerstand of
een Actieve
Eindelusweerstand.
Typische Centrale Layouts met
Uitbreidings-kaarten
Figuur 5b - Layout van een 32 zone centrale
Figuur 5a - Layout van een 16 zone centrale