Operation Manual

2 Schrijf het gewenste woord met de toetsen 2-9. Selecteer elke toets eenmaal
voor één letter. Als u bijvoorbeeld "Nokia" wilt schrijven terwijl de Engelse
woordenlijst is geselecteerd, selecteert u 6 voor N, 6 voor o, 5 voor k, 4 voor i
en 2 voor a.
Het voorspelde woord verandert na elke toetsselectie.
3 Als u het woord correct en volledig hebt ingevoerd, verplaatst u de cursor naar
rechts om dit te bevestigen of selecteert u 0 om een spatie toe te voegen.
Als het woord niet correct is, selecteert u herhaaldelijk * om de
overeenkomstige woorden uit de woordenlijst weer te geven.
Als achter het woord een vraagteken wordt weergegeven, is het woord niet
gevonden in de woordenlijst. Als u een woord wilt toevoegen aan de
woordenlijst, selecteert u Spellen. Vervolgens voert u het woord in via de
traditionele tekstinvoermethode en selecteert u OK. Het woord wordt aan de
woordenlijst toegevoegd. Als de woordenlijst vol is, wordt het oudste
toegevoegde woord vervangen door het nieuwe woord.
4 Begin met het schrijven van het volgende woord.
Schakelen tussen tekstmodi
Als u tekstvoorspelling wilt uitschakelen voor alle editors in het apparaat, selecteert
u
> Voorspell. uitschakelen, of drukt u snel tweemaal op #. U kunt ook
> Tekstvoorspelling > Uit selecteren.
Instellingen voor aanraakinvoer
Selecteer Menu > Instellingen en Telefoon > Aanraakinvoer.
Maak een keuze uit de volgende opties:
Schrijftaal — Wijzig de schrijftaal en de taal van het woordenboek naar
tekstvoorspelling.
64 Tekst invoeren
© 2010 Nokia. Alle rechten voorbehouden.