Operation Manual
3 Als het woord niet in de woordenlijst voorkomt, geeft het apparaat een alternatieve
suggestie uit de woordenlijst. Als u het nieuwe woord wilt toevoegen aan de
woordenlijst, selecteert u het woord dat u hebt geschreven.
De modus voor tekstvoorspelling deactiveren
Selecteer
> Invoeropties > Voorspell. uitschakln.
De instellingen voor tekstinvoer wijzigen
Selecteer
> Invoeropties > Instellingen.
Tekst invoeren met het virtueel toetsenblok
Het virtuele toetsenblok gebruiken
Als u er de voorkeur aan geeft het alfanumerieke toetsenblok te gebruiken wanneer u
schrijft in de staande modus, kunt u schakelen van het virtuele toetsenbord naar het
virtuele toetsenblok.
1 Selecteer een tekstinvoerveld.
2 Selecteer
> Alfanumeriek toetsenbl..
1 Cijfertoetsen
2* - Voer een speciaal teken in of blader door de mogelijke woorden als de modus
voor tekstinvoer met tekstvoorspelling is geactiveerd en het woord is onderstreept.
3 Shift-toets - Schakelen tussen hoofdletters en kleine letters. U kunt de modus voor
tekstinvoer met tekstvoorspelling activeren of deactiveren door snel tweemaal op
deze toets te drukken. U kunt schakelen tussen de letter- en cijfermodus door op
deze toets te drukken en deze ingedrukt te houden.
4 Toets Sluiten - Hiermee sluit u het virtuele toetsenblok.
5 Pijltjestoetsen - Hiermee verplaatst u de cursor naar links of naar rechts.
6 Invoermenu - Tekstinvoer met tekstvoorspelling inschakelen, de schrijftaal wijzigen
of schakelen naar het virtuele toetsenbord.
7 Toets Backspace - Hiermee verwijdert u een teken.
26 Basistoepassing










