Operation Manual
Als u het apparaat met uitgebreide spraakopdrachten
wilt bedienen, houdt u in het startscherm de beltoets
ingedrukt en spreekt u een opdracht uit. De
spraakopdracht is de naam van de toepassing of het
profiel dat wordt weergegeven in de lijst.
Selecteer Menu > Instellingen en Telefoon >
Sprk.opdrachten.
Selecteer Opties en maak een keuze uit de volgende
opties:
● Opdracht wijzigen — De spraakopdrachten
bewerken.
● Afspelen — Naar het gesynthetiseerde spraaklabel
luisteren.
● Spraakopdr. verwijderen — Een spraakopdracht
verwijderen die u handmatig hebt toegevoegd.
● Instellingen — De instellingen aanpassen.
Sensorinstellingen en
weergaverotatie
Wanneer u de sensors in uw apparaat activeert, kunt u
bepaalde functies regelen door het apparaat te
draaien.
Selecteer Menu > Instellingen en Telefoon >
Sensorinstell..
Maak een keuze uit de volgende opties:
● Sensoren — Activeer de sensors.
● Draaibediening — Selecteer Oproepsign.
dempen en Alarmen op snooze om oproepen te
dempen en alarmen op snooze te zetten door het
apparaat zo te draaien dat het scherm omlaag is
gericht. Selecteer Scherm aut. draaien om de
weergave automatisch te draaien wanneer u het
apparaat op de linkerzijkant draait of terug naar een
verticale stand. Mogelijk ondersteunen sommige
toepassingen en functies de weergaverotatie niet.
Dia-instellingen
Selecteer Menu > Instellingen en Telefoon >
Telefoonbeheer > Instellingen telefoonklep.
Als u het apparaat zo wilt instellen dat het toetsenblok
wordt geblokkeerd wanneer de dia wordt gesloten,
selecteert u Toetsen blokk. bij sluiten.
Accessoire-instellingen
Selecteer Menu > Instellingen en Telefoon >
Accessoires.
Op sommige connectoren van accessoires wordt
aangegeven welke accessoires op het apparaat
kunnen worden aangesloten.
Selecteer een accessoire en maak een keuze uit de
volgende opties:
● Standaardprofiel — Stel in welk profiel u wilt
activeren telkens wanneer u een bepaald
compatibel accessoire op uw apparaat aansluit.
149
Instellingen










