Operation Manual
Table Of Contents
- Nokia N93
- Inhoud
- Voor uw veiligheid
- Verbinding maken
- Uw Nokia N93
- Camera
- Galerij
- Mediatoepassingen
- Berichten
- Bellen
- Contacten (contactenlijst)
- Diensten
- Agenda
- Persoonlijk
- Connectiviteit
- Kantoor
- Het apparaat aanpassen
- Instrumenten
- Problemen oplossen
- Informatie over de batterij
- Behandeling en onderhoud
- Aanvullende veiligheidsinformatie
- Index

Berichten
49
Voorbeeld: berichten worden in de map
Outbox geplaatst als het apparaat zich buiten
het dekkingsgebied van het netwerk bevindt. U kunt
ook aangeven dat e-mail moet worden verzonden zodra
u weer verbinding maakt met de externe mailbox.
Rapporten - U kunt bij het netwerk een
leveringsrapport aanvragen voor de SMS-berichten
en multimediaberichten die u hebt verzonden
(netwerkdienst). Mogelijk kunt u geen leveringsrapport
ontvangen voor multimediaberichten die naar een e-
mailadres zijn verzonden.
Tip! Wanneer een van de standaardmappen is
geopend, kunt u naar een andere map door op
of te drukken.
Als u bepaalde aanvragen (ook wel USSD-opdrachten
genoemd), zoals activeringsopdrachten voor
netwerkdiensten, wilt invoeren en naar de aanbieder
wilt verzenden, selecteert u Opties > Dienstopdracht
in de beginweergave van Berichten.
Met Infodienst (netwerkdienst) kunt u berichten
ontvangen over verschillende onderwerpen, zoals het weer
of het verkeer. Informeer bij de aanbieder van deze dienst
naar de beschikbare items en hun nummers. Selecteer
Opties > Infodienst in de beginweergave van Berichten.
In de beginweergave kunt u de status, het nummer en de
naam van een onderwerp zien en of het onderwerp is
gemarkeerd voor opvolgen ( ).
U kunt geen infodienstberichten ontvangen in een UMTS-
netwerk. Ook bij een pakketgegevensverbinding kunt u
mogelijk geen infodienstberichten ontvangen.
Tekst invoeren
Met ABC, abc en Abc wordt de geselecteerde tekenmodus
aangegeven. Met 123 wordt de cijfermodus aangegeven.
Gewone tekstinvoer
wordt weergegeven wanneer u tekst invoert via de
gewone tekstinvoer.
• Druk op een cijfertoets ( - ) totdat het
gewenste teken wordt weergegeven. Op de
cijfertoetsen staan niet alle tekens afgebeeld die
onder een toets beschikbaar zijn.
• Als de volgende letter onder dezelfde toets zit als
de huidige, wacht u tot de cursor weer wordt
weergegeven of drukt u op en voert u de letter in.
• Druk op om een spatie in te voegen. Druk drie keer
op om de cursor naar de volgende regel te
verplaatsen.










