Operation Manual

Table Of Contents
Camera
29
Druk op de opnametoets van de hoofdcamera om een foto
te nemen. Houd het apparaat stil totdat de foto wordt
opgeslagen.
Blader in de werkbalk om de belichting en kleur aan te
passen voordat u een foto maakt in de afbeeldingsmodus.
Zie “Beeldinstellingen: kleur en belichting aanpassen”
op pag. 31.
Het opslaan van een vastgelegde afbeelding kan langer
duren als u de instellingen voor zoomen, belichting of kleur
hebt gewijzigd.
In de camerazoeker wordt het volgende weergegeven:
Statussymbolen
(1) voor reeks aan,
zelf-
ontspanner aan;
Automatisch
(), Aan () of
Uit ()
flitsmodus en de
actieve
opnamemodus.
De werkbalk (2), waarmee u, voordat u een foto neemt,
de opnamemodus, witbalans, belichtingstijd en
kleurtoon kunt selecteren (de werkbalk wordt niet
weergegeven tijdens het scherpstellen en het maken
van de foto).
Het beeldresolutiesymbool (3) geeft aan of de kwaliteit
van de foto Afdrukken 3M – Groot (resolutie
2048x1536), Afdrukken 2M – Norm. (resolutie
1600x1200), Afdrukken 1,3M – Klein (resolutie
1280x960) of MMS 0,3M (resolutie 640x480).
De afbeeldingsteller (4) geeft aan hoeveel foto's u
ongeveer kunt nemen met de gebruikte beeldkwaliteit
en geheugenruimte (de teller wordt tijdens focus en de
opname niet weergegeven).
De symbolen voor het apparaatgeheugen ( ) en de
geheugenkaart ( ) (5) geven aan waar foto's worden
opgeslagen.
Tip! Kies Opties > Pictogrammen aan om alle
zoekersymbolen weer te geven of Pictogrammen
uit om alleen de camerasymbolen weer te geven.
Houd rekening met het volgende wanneer u een foto
neemt:
Gebruik beide handen om de camera stil te houden.
De kwaliteit van een digitaal gezoomde foto is lager
dan die van een niet-gezoomde foto.
Als u een poosje niet op een toets drukt, wordt de
batterijspaarstand geactiveerd. Druk op om door te
gaan met het nemen van foto's.
Wanneer u de foto hebt genomen, kiest u een van de
volgende opties op de werkbalk:
Als u de foto niet wilt behouden, kiest u Verwijd..
Afsluiten
Opties