Operation Manual
Connectiviteit
99
3 Selecteer het apparaat waarmee u verbinding wilt
maken.
4 Als een koppeling met het andere apparaat vereist is,
hoort u een geluidssignaal en moet u een toegangscode
opgeven. Zie ‘Apparaten koppelen’ op pag. 99.
5 Als de verbinding tot stand is gebracht, verschijnt het
bericht Gegevens worden verzonden.
In de map Verzonden in Berichten worden geen berichten
bewaard die via Bluetooth zijn verzonden.
Tip! Het kan zijn dat bij het zoeken naar apparaten
voor sommige apparaten alleen de unieke adressen
worden weergeven (apparaatadressen). Als u wilt
weten wat het unieke adres van het apparaat is, geeft
u de code *#2820# op in de standby-modus.
Apparaten koppelen
Als u de weergave voor gekoppelde apparaten wilt openen
( ), drukt u in de hoofdweergave van Bluetooth
op .
Als u apparaten wilt koppelen, hebt u een toegangscode
nodig. Spreek met de eigenaar van het andere apparaat
een toegangscode (1-16 cijfers) af, en voer deze
desgevraagd in beide apparaten in. Bij apparaten zonder
gebruikersinterface wordt de toegangscode gebruikt die in
de fabriek is ingesteld. De toegangscode is voor eenmalig
gebruik.
Als u een koppeling met een apparaat tot stand wilt
brengen, selecteert u Opties > Nw gekoppeld app..
Apparaten met draadloze Bluetooth-technologie die zich
binnen het bereik bevinden, worden weergegeven op het
display. Selecteer het apparaat en voer de toegangscode
in. Op het andere apparaat moet dezelfde toegangscode
worden ingevoerd. Vervolgens wordt het apparaat
opgeslagen in de weergave voor gekoppelde apparaten.
Gekoppelde apparaten zijn te herkennen aan het symbool
in de lijst met apparaten.
Tip! Als u een korte naam (nickname of alias) wilt
opgeven voor een gekoppeld apparaat, gaat u naar het
apparaat en selecteert u Opties > Korte naam
toewijz. in de weergave voor gekoppelde apparaten.
Aan de hand van de naam kunt u apparaten herkennen,
bijvoorbeeld wanneer een apparaat om een verbinding
vraagt.
Als u gekoppelde apparaten wilt instellen als
geautoriseerd of niet geautoriseerd, gaat u naar een
apparaat en maakt u een keuze uit de volgende opties:
Geautoriseerd - Hiermee geeft u het externe apparaat
toestemming om zonder uw medeweten verbinding te
maken met uw apparaat. U hoeft de verbinding niet
afzonderlijk te accepteren of autoriseren. Gebruik deze
optie voor uw eigen apparaten, zoals uw compatibele
hoofdtelefoon of pc, of voor apparaten van mensen die u










