Operation Manual

Camera
32
Tips voor het nemen van foto's
Fotokwaliteit
Gebruik de juiste fotokwaliteit. De camera beschikt over
drie verschillende fotokwaliteiten (Hoog, Normaal en
Gering). Met de instelling Hoog kunt u foto's van de
hoogst beschikbare kwaliteit maken. Houd er rekening
mee dat een hogere fotokwaliteit meer opslagruimte
vereist. Foto's die per MMS en e-mail worden verzonden,
moeten waarschijnlijk de kwaliteit Normaal of Gering
hebben. Als u de kwaliteit wilt definiëren in de modus
Beeldbewerking van de camera, selecteert u Opties >
Instellingen.
Achtergrond
Gebruik een eenvoudige achtergrond. Voorkom bij
portretten en andere foto's van mensen dat het
onderwerp tegen een rommelige, onoverzichtelijke
achtergrond komt te staan waardoor de aandacht wordt
afgeleid. Verplaats de camera of het onderwerp als de
achtergrond onbruikbaar is. Plaats de camera dichter bij
het onderwerp als u een scherpe portretfoto wilt maken.
Diepte
Wanneer u een landschap fotografeert, geven objecten op
de voorgrond de foto meer diepte. Als deze objecten echter
te dicht bij de camera staan, komen ze mogelijk wazig op
de foto.
Belichtingssituaties
De lichtbron, lichtsterkte en invalshoek van het licht
hebben een enorme invloed op het uiteindelijke resultaat
van de foto. Hier volgen enkele typische
belichtingssituaties:
Lichtbron achter het onderwerp. Voorkom dat het
onderwerp voor een sterke lichtbron staat. Als de
lichtbron achter het onderwerp staat of in het display
schijnt, zal de foto waarschijnlijk weinig contrast
hebben, te donker zijn en ongewenste lichteffecten
vertonen. U kunt dan de flits gebruiken om donkere
delen extra te belichten. Zie ‘Flits’ op pag. 30.
Lichtbron aan de zijkant van het onderwerp. Een
sterke belichting vanaf de zijkant kan een opvallend
effect opleveren, maar soms ook weer leiden tot te veel
contrast.
Lichtbron voor het onderwerp. Bij fel zonlicht zal het
onderwerp mogelijk de ogen half dicht knijpen. De foto
kan dan ook te veel contrast hebben.