Operation Manual

Instrumenten
131
Gebruikersnaam - De gebruikersnaam kan nodig zijn bij
het maken van een gegevensverbinding en wordt
doorgaans verstrekt door de serviceprovider.
Vraag om wachtw. - Als u bij aanmelding op de server
telkens een nieuw wachtwoord moet invoeren of als u het
wachtwoord niet in het apparaat wilt opslaan, selecteert u
Ja.
Wachtwoord - Een wachtwoord kan nodig zijn bij het
maken van een gegevensverbinding en wordt doorgaans
verstrekt door de serviceprovider.
Verificatie - selecteer Normaal of Beveiligd.
Homepage - Voer het webadres of het adres van de
multimediaberichtencentrale in, afhankelijk van het
toegangspunt dat u instelt.
Kies Opties > Geavanc. instell. om de volgende
instellingen te wijzigen:
Netwerktype - Selecteer het gewenste
internetprotocoltype: IPv4 of IPv6. De andere instellingen
zijn afhankelijk van het geselecteerde netwerktype.
IP-adres telefoon (alleen voor IPv4) - Voer het IP-adres
van het apparaat in.
DNS-adres - Voer in Primair DNS-adres het IP-adres van
de primaire DNS-server in. Voer in Secundair DNS-adres
het IP-adres van de secundaire DNS-server in. Neem voor
deze adressen contact op met uw internetprovider.
Proxy-serveradres - Definieer het adres van de
proxyserver.
Proxy-poortnummer - Voer het poortnummer van de
proxyserver in.
Toegangspunten Wireless LAN
Volg de instructies van de serviceprovider.
WLAN-netwerknaam - selecteer Handmatig opgeven of
Netw.namen zken. Als u een bestaand netwerk selecteert,
worden de instellingen voor WLAN-netwerkmodus en
WLAN-beveil.modus bepaald door de instellingen van
het bijbehorende toegangspunt.
WLAN-netwerkmodus - Selecteer Ad-hoc als u een ad-
hoc netwerk wilt maken en apparaten rechtstreeks
gegevens moeten kunnen verzenden en ontvangen. Een
draadloos LAN-toegangspunt is niet nodig.
WLAN-beveil.modus - Selecteer de gebruikte codering:
WEP, 802.1x (niet voor ad-hoc netwerken) of WPA/
WPA2. Als u Open netwerk selecteert, wordt geen
codering gebruikt. De coderingstypen WEP, 802.1x en
WPA kunnen alleen worden gebruikt als deze door het
netwerk worden ondersteund.
WLAN-beveil.instell. - Voer de instellingen in voor de
geselecteerde beveiligingsmodus:
Beveiligingsinstellingen voor WEP: