Operation Manual

privé-mediabestanden uit. Zie 'Instellingen voor
eigen netwerk', p. 54.
Instellingen voor eigen netwerk
Als u mediabestanden die u in Galerij hebt
opgeslagen, via WLAN wilt delen met andere
compatibele UPnP-apparaten, moet u uw WLAN-
internettoegangspunt maken en configureren, en
vervolgens de instellingen voor eigen netwerk
configureren in de toepassing Eigen media.
Zie
'WLAN-internettoegangspunten', p. 79. Zie
'Verbindingsinstellingen', p. 167.
De opties met betrekking tot eigen netwerk zijn pas
in toepassingen beschikbaar wanneer de
instellingen in de toepassing Eigen media zijn
geconfigureerd.
Wanneer u de toepassing Eigen media voor het
eerst gebruikt, wordt de installatiewizard gestart.
Deze begeleidt u bij het instellen van de instellingen
voor het eigen netwerk op het apparaat. Als u de
installatiewizard later wilt gebruiken, gaat u naar
de hoofdweergave van Eigen media, selecteert u
Opties > Wizard uitvoeren en volgt u de
instructies in het display.
Als u een compatibele pc wilt aansluiten op het
eigen netwerk, moet u op de pc de gerelateerde
software installeren. U vindt de software op de cd-
rom of dvd-rom die bij het apparaat is geleverd, of
op de ondersteuningspagina's van het apparaat op
de Nokia-website.
Instellingen configureren
Als u de instellingen voor eigen netwerk wilt
configureren, selecteert u Instrumenten >
Connect. > Eigen media > Instellingen en
maakt u uw keuze uit de volgende opties:
Eigen toegangspunt — Selecteer Altijd
vragen als u wilt dat het apparaat telkens naar
het thuistoegangspunt vraagt wanneer u
verbinding maakt met het eigen netwerk, Nieuw
maken als u een nieuw toegangspunt wilt
opgeven dat automatisch wordt gebruikt
wanneer u het eigen netwerk gebruikt, of
Geen. Als voor uw eigen netwerk geen
beveiligingsinstellingen zijn ingeschakeld, krijgt
u een beveiligingswaarschuwing. U kunt
doorgaan en de beveiliging later inschakelen of
het definiëren van het toegangspunt annuleren
en eerst de beveiliging voor het WLAN
inschakelen.
Zie 'Toegangspunten', p. 167.
Apparaatnaam — Geef een naam op voor het
apparaat. Deze naam is zichtbaar voor de andere
compatibele apparaten in het netwerk.
Kopiëren naar — Selecteer het geheugen
waarin u uw gekopieerde mediabestanden wilt
opslaan.
54
Galerij