Operation Manual
Connectiviteit
98
Copyright © 2006 Nokia. All rights reserved.
Wanneer knippert, wordt geprobeerd een verbinding
tot stand te brengen tussen de apparaten of is de
verbinding verbroken.
Wanneer continu wordt weergegeven, is de
infraroodverbinding actief is en kunt u gegevens
verzenden en ontvangen via de infraroodpoort.
Gegevenskabel
Druk op en kies Connect. > Gegev.kabel. Selecteer in
de Gegevenskabelmodus waarvoor de verbinding met de
USB-gegevenskabel wordt gebruikt: Mediaspeler, PC
Suite, Gegevensoverdracht of Afbeelding afdrukken. Als
u wilt instellen dat het doel van de verbinding moet
worden opgegeven telkens wanneer de kabel wordt
aangesloten, kiest u Vragen bij verbinding.
Pc-verbindingen
U kunt het apparaat gebruiken met allerlei toepassingen
voor compatibele pc-connectiviteit en
gegevenscommunicatie. Met Nokia PC Suite kunt u
bijvoorbeeld afbeeldingen overbrengen tussen een
apparaat en een compatibele pc.
Maak de verbinding om te synchroniseren met het
apparaat altijd vanaf de pc.
Modem
U kunt het apparaat als modem gebruiken om met een
compatibele pc een internetverbinding tot stand te
brengen.
Druk op en kies Connect. > Modem.
U moet het volgende doen voordat u het apparaat als
modem kunt gebruiken:
• Installeer de juiste gegevenscommunicatiesoftware op
de pc.
• Abonneer u op de juiste netwerkdiensten bij uw
service- of internetprovider.
• Installeer de juiste stuurprogramma’s op de pc. U moet
stuurprogramma’s voor de USB-kabelverbinding
installeren en misschien moet u Bluetooth- of
infraroodstuurprogramma’s installeren of bijwerken.
Druk op de bladertoets om het apparaat te verbinden met
een compatibele pc met infrarood. Zorg ervoor dat de
infraroodpoorten van het apparaat en de pc naar elkaar
wijzen en dat zich tussen de apparaten geen obstakels
bevinden. Zie ‘Infraroodverbinding’ op pag. 97.










