Operation Manual
Camera
30
Copyright © 2006 Nokia. All rights reserved.
Video's opnemen
Als de camera in de Afbeeldingsmodus staat, selecteert u
de videomodus door Opties > Videomodus te kiezen.
Als u de tweede camera wilt selecteren, bijvoorbeeld als u
zelf ook in beeld wilt komen in de video, kiest u Opties >
Tweede camera.
Als u kopieën van overgebrachte bestanden wilt
verwijderen en geheugen wilt vrijmaken voor nieuwe
videoclips, kiest u Opties > Ga naar beschikb. geh.
(alleen mogelijk voor de hoofdcamera).
1 Druk in de hoofdcamera op de opnametoets of druk in
de tweede camera op om een opname te starten.
Het opnamepictogram wordt weergegeven. De
LED-indicator begint te branden en u hoort een geluid
ten teken dat de opname is gestart. Dit heeft geen
effect op de belichting van de video.
2 U kunt de opname op elk gewenst moment
onderbreken door op Pauze te drukken. Het
pauzepictogram ( ) knippert op het display. De
video-opname wordt automatisch gestopt als u de
opname onderbreekt en gedurende één minuut niet op
een toets drukt.
3 Selecteer Doorgaan om de opname te hervatten.
4 Selecteer Stop om de opname te stoppen. De videoclip
wordt automatisch opgeslagen in de map Afb. en
video van Galerij. Zie ‘Galerij’ op pag. 35.
Als u de instellingen voor belichting en kleur wilt wijzigen
voordat u een video-opname maakt, kiest u Opties >
Video-instellingen. Zie ‘Beeldinstellingen: kleur en
belichting’ op pag. 26.
Als u een opnamemodus wilt selecteren, kiest u Opties >
Video-instellingen > Modus. Zie ‘Opnamemodi’ op
pag. 27.
Symbolen voor de videorecorder:
• De symbolen voor het
apparaatgeheugen
() en de
geheugenkaart ( ) (1)
geven aan waar de
video wordt
opgeslagen.
• Het symbool voor de
huidige videolengte
(2) geeft de verstreken
en resterende tijd aan.
• Het symbool voor de opnamemodus (3) geeft de actieve
opnamemodus aan.
• Het symbool voor de beeldstabilisator (4) geeft aan dat
de beeldstabilisator actief is, zodat de effecten van
kleine bewegingen op de scherpte van het beeld
worden beperkt (alleen voor de hoofdcamera).
• Het microfoonsymbool (5) geeft aan dat de microfoon
wordt gedempt.










