Operation Manual
Connectiviteit
101
Copyright © 2006 Nokia. All rights reserved.
serviceproviders en afdeling voor informatiebeheer van uw
bedrijf. Deze configuratie-instellingen kunnen
verbindingsinstellingen en andere instellingen bevatten
die door diverse toepassingen in het apparaat worden
gebruikt.
Blader naar een serverprofiel en kies Opties en een van de
volgende opties:
Configuratie starten - Kies deze optie als u een verbinding
met de server wilt maken en configuratie-instellingen voor
het apparaat wilt ontvangen.
Nieuw serverprofiel - Kies deze optie als u een
serverprofiel wilt maken.
Profiel bewerken - Met deze optie kunt u de
profielinstellingen wijzigen.
Logboek bekijken - Met deze optie kunt u het
configuratielogboek van het profiel bekijken.
Als u een serverprofiel wilt verwijderen, selecteert u het
profiel en drukt u op .
Serverprofielinstellingen
Neem contact op met uw serviceprovider voor de juiste
instellingen.
Servernaam - Voer een naam in voor de
configuratieserver.
Server-ID - Voer de unieke ID in om de configuratieserver
te identificeren.
Serverwachtwoord - Voer een wachtwoord in om het
apparaat te identificeren voor de server.
Toegangspunt - Selecteer een toegangspunt voor het tot
stand brengen van een verbinding met de server.
Hostadres - Voer de URL van de server in.
Poort - Voer het poortnummer van de server in.
Gebruikersnaam en Wachtwoord - Voer uw
gebruikersnaam en wachtwoord in.
Config. toestaan - Als u de ontvangst van configuratie-
instellingen van de server wilt toestaan, kiest u Ja.
Autom. accepteren - Als u wilt dat om bevestiging wordt
gevraagd voordat een configuratie van de server wordt
geaccepteerd, kiest u Nee.
Netwerkverificatie - Selecteer deze optie als u
gebruikmaakt van netwerkverificatie.
Gebr.naam netwerk en Wachtwoord netwerk - Voer de
gebruikersnaam en het wachtwoord voor het netwerk in
om het apparaat bij de server te identificeren. Deze opties
worden alleen weergegeven als netwerkverificatie is
gebruikt.










