Operation Manual

Camera en Galerij
36
Copyright © 2006 Nokia. All rights reserved.
Foto's nemen in een reeks
Als u wilt instellen dat er een reeks foto's wordt genomen
met één druk op de toets of op de sluitertoets van de
camera, selecteert u Opties > Reeksmodus. Als u de toets
of de sluitertoets ingedrukt houdt, worden er foto's
genomen totdat u de knop loslaat. U kunt maximaal
100 foto's maken, afhankelijk van het beschikbare
geheugen.
U kunt de reeksmodus ook gebruiken in combinatie met de
Zelfontsp. activeren. Zie ‘Zelf op de foto -Zelfontspanner’
op pag. 36. Als u de zelfontspanner hebt geactiveerd,
kunnen er maximaal zes foto's worden genomen.
De foto's worden automatisch opgeslagen in de Galerij.
Zelf op de foto -Zelfontspanner
Met de zelfontspanner kunt u het nemen van een foto
uitstellen, zodat u zelf ook op de foto komt te staan.
U schakelt de zelfontspanner in door Opties > Zelfontsp.
activeren > 10 seconden, 20 seconden of 30 seconden
te selecteren. Selecteer Activeren om de zelfontspanner
te activeren. Wanneer de zelfontspanner is geactiveerd,
knippert het zelfontspannersymbool ( ) en hoort u
een geluidssignaal. De foto wordt genomen wanneer
de geselecteerde vertraging is verstreken. U kunt de
reeksmodus ook gebruiken in combinatie met de
Zelfontsp. activeren. Zie ‘Foto's nemen in een reeks’
op pag. 36.
De flitser
Houd een veilige afstand aan wanneer u de flitser gebruikt.
Richt de flitser niet van dichtbij op mensen of dieren. Dek
de flitser niet af wanneer u een foto maakt.
De camera heeft een LED-flitser voor omstandigheden met
weinig licht. Beschikbare flitsermodi: Automatisch (),
Geforceerd () en Uit ().
Selecteer Opties > Afbeeldingsinstell. > Flits >
Geforceerd als u de flitser wilt gebruiken.
Als de flitser in een situatie met veel licht is ingesteld op
Uit of Automatisch, wordt een zwak flitslicht gebruikt bij
het nemen van de foto. Zo kan de persoon van wie u een
foto neemt, zien wanneer de foto wordt genomen. Dit
zwakke flitslicht heeft geen effect op de belichting van
de foto.
Instellingen van fotocamera aanpassen
U kunt twee soorten instellingen gebruiken voor de
fotocamera: de Afbeeldingsinstell.-instellingen en de
begininstellingen. Zie ‘Kleur en belichting aanpassen’
op pag. 37 als u de instellingen van Afbeeldingsinstell.
wilt wijzigen. Als u de camera sluit, worden de
standaardinstellingen voor video's weer hersteld, terwijl de
begininstellingen gehandhaafd blijven tot u deze weer
wijzigt. Als u de begininstellingen wilt wijzigen, selecteert
u Opties > Instellingen en maakt u een keuze uit de
volgende opties: