Operation Manual

Camera
24
Copyright © 2006 Nokia. All rights reserved.
u het item wilt verplaatsen, draaien, vergroten of
verkleinen, selecteert u Opties > Pictogr. verplaatsen,
Formaat pict. wijzig. of Pictogram roteren.
Als u tekst wilt toevoegen aan een afbeelding, selecteert
u Opties > Effect toepassen > Tekst. Voer de tekst in en
selecteer OK. Als u de tekst wilt bewerken, selecteert u
Opties > Tekst verplaatsen, Tekstformaat wijzig., Tekst
roteren of Kleur selecteren.
Sneltoetsen in de afbeeldingseditor:
Als u een afbeelding in een volledig scherm wilt
bekijken, drukt u op . Druk nogmaals op om
terug te keren naar de normale weergave.
Als u een afbeelding rechtsom of linksom wilt draaien,
drukt u op of .
Als u wilt inzoomen of uitzoomen, drukt u op
of .
Tips voor het nemen van foto's
Fotokwaliteit
Gebruik de juiste fotokwaliteit. De camera heeft drie
instellingen voor de fotokwaliteit. Gebruik Afdrukken
voor grote foto's van 25x20 centimeter, E-mailvoor e-
mails en foto's van maximaal 15x10 centimeter of MMS
voor multimediaberichten. Hoe hoger de kwaliteit, hoe
meer geheugenruimte de afbeelding inneemt. De kwaliteit
van een ingezoomde foto is lager dan die van een niet-
ingezoomde foto. Als u de fotokwaliteit wilt wijzigen,
selecteert u Opties > Instellingen.
Achtergrond
Gebruik een eenvoudige achtergrond - Voorkom bij
portretten en andere foto's van mensen dat het onderwerp
tegen een rommelige, onoverzichtelijke achtergrond komt
te staan waardoor de aandacht wordt afgeleid. Verplaats
de camera of het onderwerp als de achtergrond
onbruikbaar is. Plaats de camera dichter bij het onderwerp
als u een scherpe portretfoto wilt maken.
Diepte
Wanneer u landschappen fotografeert, geven objecten op
de voorgrond de foto meer diepte. Als dit object echter te
dicht bij de camera staat, komt het mogelijk wazig op de
foto.
Belichtingssituaties
De lichtbron, lichtsterkte en invalshoek van het licht
hebben een enorme invloed op het uiteindelijke resultaat
van de foto. Hier volgen enkele typische
belichtingssituaties: